De belangrijkste conclusie is minder spectaculair — en juist daarom veelzeggend — dan sommige voorspellingen over massale baanvervanging: AI-gebruik is breed, maar oppervlakkig. Veel verschillende beroepsgroepen gebruiken de technologie, maar meestal voor een klein onderdeel van hun takenpakket. Bovendien fungeert AI op het werk vooral als samenwerkingspartner, niet als vervanger.
Volgens ATLAS ligt de verspreiding van AI hoog, terwijl de integratie binnen afzonderlijke banen nog beperkt blijft .
AI is dus snel een vertrouwd hulpmiddel aan het worden in uiteenlopende sectoren, maar heeft nog niet geleid tot de allesomvattende verandering van werkprocessen die sommige toekomstscenario’s voorspelden.
Voor werknemers die vrezen dat AI hun volledige baan overneemt, biedt het onderzoek voorlopig enige nuance. Op de werkvloer gebruiken mensen Gemini vooral om hun eigen werk te ondersteunen.
Minder dan 10% van de werkgerelateerde interacties draait om het volledig automatiseren van een taak . In de meeste gevallen gaat het om ondersteuning: informatie zoeken, brainstormen, strategie bepalen, een eerste versie schrijven, problemen oplossen of een resultaat stap voor stap verbeteren .
Google vat dit samen als “samenwerking boven automatisering”. AI wordt eerder ingezet als sparringpartner of als hulpmiddel om een bestaande workflow sneller uit te voeren dan als een gevolmachtigde die het werk volledig overneemt .
Dat beeld sluit gedeeltelijk aan bij eerder onderzoek van Anthropic, waarin 57% van het AI-gebruik als ondersteuning en 43% als automatisering werd geclassificeerd . Het verschil met de ATLAS-cijfers — minder dan 10% volledige automatisering in werkcontexten — kan erop wijzen dat beide onderzoeken automatisering anders definiëren. Ook kan de gebruikersgroep van Gemini sterker gericht zijn op samenwerking.
Zoals te verwachten valt, bestaat het grootste deel van de interacties uit kenniswerk. Softwareontwikkelaars, schrijvers, marketeers en analisten zijn goed vertegenwoordigd .
Toch duiken ook beroepen buiten het klassieke kantoor op in de gegevens. Google noemt expliciet werknemers in de bouw, reparatie en andere technische of ambachtelijke beroepen die Gemini gebruiken als hulpmiddel bij het oplossen van problemen .
Die aanwezigheid moet wel voorzichtig worden geïnterpreteerd. Beroepen met weinig digitale activiteit of beperkte internettoegang zijn waarschijnlijk ondervertegenwoordigd . Een draaibank bedienen, metselen of een motor repareren laat zich bovendien minder makkelijk vangen in een tekstgebaseerde chat dan een rapport schrijven of code controleren. Daardoor kan ATLAS de rol van AI in praktisch en hands-on werk onderschatten .
Daarnaast is er sprake van zelfselectie: de dataset bestaat uit mensen die er al voor kiezen Gemini te gebruiken. Daardoor zijn technisch vaardige en hogeropgeleide kantoorwerkers waarschijnlijk oververtegenwoordigd, terwijl ambachtelijke, uitvoerende en sterk offline gerichte beroepen minder zichtbaar zijn .
Een van de opvallendste bevindingen is dat AI niet primair op kantoor wordt gebruikt. Google meldt dat 86% van alle AI-interacties buiten de formele werkomgeving plaatsvindt .
Dat omvat onder meer:
Omdat ATLAS gegevens combineert uit de Gemini-app, AI Mode en de Gemini API, kijkt het onderzoek verder dan professioneel gebruik alleen . Denk aan hulp bij huiswerk, het plannen van een maaltijd of het uitwerken van een creatief idee.
Voorlopig lijkt de grootste praktische impact van AI daarom eerder te liggen bij persoonlijke en huishoudelijke productiviteit dan bij een ingrijpende herschikking van de arbeidsmarkt.
ATLAS is omvangrijk, maar Google presenteert het nadrukkelijk als een eerste versie. De cijfers mogen daarom niet worden gelezen als een definitieve meting van de economische gevolgen van AI . Belangrijke beperkingen zijn:
ATLAS laat zien dat AI-gebruik halverwege 2026 al wijdverspreid is, maar nog lang niet hetzelfde is als volledige automatisering. De technologie raakt veel beroepen, alleen meestal een beperkt aantal taken binnen die beroepen. Op het werk blijft de mens doorgaans degene die richting geeft, controleert en de uiteindelijke beslissing neemt.
Voor werknemers betekent dat dat praktische vaardigheden — goede instructies geven, antwoorden controleren en AI verstandig in een bestaande workflow inpassen — voorlopig waarschijnlijk relevanter zijn dan zich voorbereiden op onmiddellijke volledige baanvervanging. Voor bedrijven wijst de beperkte diepgang tegelijk op onbenut potentieel: er is ruimte voor verdere integratie, maar de volledige productiviteitswinst is nog niet aangetoond.
Zoals Google-econoom Scott Strand het formuleerde: “AI-adoptie is heel, heel breed” — maar hoe diep die adoptie uiteindelijk gaat en wat ze voor de economie betekent, moet nog blijken .