Daarnaast heeft Oekraïne systematisch de infrastructuur aangevallen die de centrale van noodstroom voorziet. Op 4 juni 2026 lanceerde Oekraïne meer dan twintig drones op een nabijgelegen thermische centrale die cruciaal is voor de externe stroomvoorziening van de kerncentrale. Op 3 juni trof een drone het onderstation Nikopolska, waardoor de laatste externe stroomlijn werd verbroken en de centrale voor de zeventiende keer in een black-out belandde sinds de Russische inname.
Eind mei 2026 trof een drone het turbinegebouw van Unit 6, hoewel Rosatom meldde dat de belangrijkste apparatuur niet beschadigd was.
De satellietmonitoring van Greenpeace Oekraïne is de belangrijkste bron die bewijst dat het Russische integratieplan al in mei 2025 van start was gegaan. Hoge-resolutiebeelden toonden aan dat Rusland een 201 kilometer lange stroomlijn tussen Melitopol en Marioepol aanlegde, waarvan in juni 2025 al 90 kilometer aan masten zichtbaar was. Een vervolganalyse in september 2025 bevestigde dat de bouw doorging. In dezelfde maand gaf Rosatoms topman toe dat er actief werd gewerkt aan een waterpompstation, wat wijst op voorbereidingen om de centrale opnieuw op te starten.
Een rapport van Greenpeace uit februari 2026 documenteerde ook dat het koelbekkenoppervlak in de zomer van 2025 met meer dan 100.000 vierkante meter was gekrompen, terwijl er versterkte militaire posities en anti-drone-structuren rond de centrale verschenen.
Op 15 juli 2026 werd de hoofdingenieur van de ZNPP, Alexander Yakovlev, gedood toen een drone zijn officiële auto trof op de grens tussen het industrieterrein van de centrale en de stad Enerhodar. Ook de chauffeur kwam om. Rosatom-topman Alexei Likhachev meldde het incident, en de Russische onderzoekscommissie opende een strafzaak.
Het Oekraïense ministerie van Buitenlandse Zaken wees de verantwoordelijkheid af en noemde Yakovlev een collaborateur.
IAEA-directeur-generaal Rafael Grossi veroordeelde de moord als 'een onacceptabele aanval op de centrale en haar management, die de nucleaire veiligheid ernstig bedreigt'.
Dit incident onderstreept hoe het management van de centrale een doelwit is geworden in het bredere conflict.
De ZNPP heeft sinds de Russische inname in maart 2022 minstens twintig volledige externe stroomuitval gekend. De zeventiende black-out vond plaats op 2-3 juni 2026 nadat de Ferosplavna-1 stroomlijn was verbroken.
De vijftiende black-out gebeurde op 26 april 2026.
In september 2025 beleefde de centrale de langste stroomuitval ooit, die meer dan drie dagen duurde, een 'kritiek' moment volgens het IAEA.
Bij elke black-out moet de centrale overschakelen op noodgeneratoren, die een beperkte brandstofvoorraad hebben. Dit verhoogt het risico op uitval van het koelsysteem voor de zes reactoren, die weliswaar in koude stopstand staan, maar nog steeds continu gekoeld moeten worden voor de opgeslagen splijtstof.
Het IAEA heeft sinds het begin van de bezetting een aanwezigheid in de ZNPP, maar wordt ernstig beperkt. Op 5 juni 2026 bemiddelde het IAEA in een lokaal staakt-het-vuren om een kritieke stroomlijn te kunnen repareren. Dit is een zeldzaam voorbeeld van coördinatie aan de frontlinie, en het laat zien dat de toegang van het IAEA afhankelijk is van ad-hoc onderhandelingen. Het agentschap kan de operationele status, de personeelsbezetting of de aanwezige militaire uitrusting op de centrale niet volledig verifiëren. De moord op de hoofdingenieur bemoeilijkt de mogelijkheid van het IAEA om met het management van de centrale te overleggen over veiligheidskwesties nog verder.
Alles bij elkaar genomen wijst het bewijsmateriaal op een samenhangende Russische strategie:
De nucleaire risico's zijn ernstig: Europa's grootste kerncentrale – met zes reactoren en enorme opslagbassins voor splijtstof – functioneert onder militaire bezetting, wordt routinematig beschoten en aangevallen met drones, heeft herhaaldelijk te maken met koelsystemen die onder druk komen te staan door stroomuitval, heeft zijn hoofdingenieur verloren en wordt met geweld aangesloten op een buitenlands stroomnet zonder internationale consensus. Het IAEA heeft herhaaldelijk gewaarschuwd dat elke poging om een reactor onder deze omstandigheden opnieuw op te starten, zonder goed toezicht en terwijl de locatie actief een oorlogsgebied is, een ernstige stralingsdreiging voor de hele regio zou vormen.