Het concept van 'adenoid facies' is klinisch nuttig, maar de oorzakelijke relatie tussen vergrote adenoiden en craniofaciale morfologie is niet zo rechtlijnig als ooit gedacht. De ontwikkelingsroute is multifactorieel: periorale spierdisfunctie, malocclusies en luchtwegobstructie beïnvloeden elkaar wederzijds.
Daarom is het verstandig om naast Linder-Aronson ook een recent overzichtsartikel te lezen voor de hedendaagse evidentie en beperkingen.
Voor wie de volledige geschiedenis wil begrijpen, is Subtelny JD. Effects of diseases of tonsils and adenoids on dentofacial morphology. Ann Otol Rhinol Laryngol. 1954;63:976–995 een belangrijke historische metgezel. Dit paper legde al vroeg de basis voor het verband tussen keelamandelen, neusamandelen en aangezichtsgroei.
Kortom: Linder-Aronson (1970) is de 'must read', maar laat hem niet in een vacuüm staan. Combineer hem met een moderne review voor een evenwichtig en actueel beeld.