Twee specifieke tools worden in de aanklacht genoemd:
De eisers stellen dat deze tools systematisch nadelig waren voor werknemers die afwezig waren of verminderde taken hadden vanwege beschermd verlof, omdat hun prestaties niet werden aangepast voor de tijd dat ze weg waren. Een van de eisers zou slechts twee dagen verwijderd zijn van haar uitgerekende datum toen ze werd geselecteerd voor ontslag.
De rechtszaak stelt schendingen van de Amerikaanse Family and Medical Leave Act (FMLA), de California Family Rights Act en wetgeving tegen discriminatie op basis van handicap.
Rechter Orrick gaf toe dat de schade voor de eisers 'uiteraard reëel' was, maar concludeerde dat deze niet voldeed aan de wettelijke norm voor 'onherstelbare schade' die nodig is voor een spoedverbod. Hij oordeelde dat de inhoud van de nieuwe juridische claims moet worden beslist in een besloten arbitrage, niet via een gerechtelijk bevel om de ontslagen te stoppen.
De zaak is geregistreerd onder nummer 4:26-cv-07122 in de Northern District of California.
Meta heeft de beschuldigingen ontkend en stelt dat de beslissingen over ontslag zijn genomen door menselijke managers, niet alleen door AI. Een woordvoerder van het bedrijf verklaarde dat Meta zich aan alle arbeidswetten houdt en dat de ontslagselecties eerlijk waren. In de rechtszaal voerde Meta ook aan dat de claims van de werknemers onderworpen waren aan verplichte arbitrageovereenkomsten.
Deze rechtszaak is een van de eerste grote juridische uitdagingen met betrekking tot het gebruik van AI bij ontslagbeslissingen op de werkvloer. Als de beschuldigingen waar blijken, zou de zaak een belangrijke test kunnen worden voor hoe bedrijven AI gebruiken bij arbeidsbeslissingen en waar menselijk toezicht wettelijk vereist is.
Voor nu gaan de ontslagen door zoals gepland, en worden de discriminatieclaims behandeld in een besloten arbitrage — een proces dat doorgaans minder transparantie biedt dan een openbare rechtszaak.