Volgens de aangeleverde informatie moet het werkplan een concrete activiteitenlijst en een tijdschema bevatten. Daarmee wil het comité de langetermijnsamenwerking tussen OPEC en niet-OPEC-producenten verder structureren.
De belangrijkste nuance: dit was geen ministeriële vergadering waarop productiequota worden vastgesteld. De bijeenkomst in Bakoe legde vooral de procedurele en institutionele basis voor toekomstige samenwerking. Er is daarom geen afzonderlijk nieuw productiebeleid aan de vergadering zelf toe te schrijven.
Twee dagen voor de bijeenkomst in Bakoe publiceerde OPEC zijn maandelijkse olierapport voor juli. Daarin werd de verwachting voor de groei van de wereldwijde olievraag in 2026 verlaagd naar ongeveer 800.000 vaten per dag. De totale vraag zou daarmee uitkomen op circa 105,94 miljoen vaten per dag, tegenover een eerdere prognose van 106,13 miljoen .
De bijstelling volgt op een eerdere verlaging in juni, toen OPEC de groeiverwachting terugbracht van 1,17 miljoen naar ongeveer 970.000 vaten per dag . Daarmee is sprake van een derde neerwaartse aanpassing op rij, wanneer de rapportages van juni en juli samen met de voorafgaande prognose worden bekeken .
Voor 2027 rekent OPEC voorlopig op een sterkere groei van ongeveer 1,9 miljoen vaten per dag. De organisatie handhaafde daarnaast haar raming voor de mondiale economische groei op 3,1 procent in 2026 en 3,2 procent in 2027 .
De lagere vraagverwachting wordt in de aangeleverde berichtgeving gekoppeld aan de economische gevolgen van het conflict rond Iran, zwakkere consumptie in Azië en het feit dat Chinese kopers terughoudend op de markt bleven .
De technische vergadering in Bakoe moet niet worden verward met de afzonderlijke besluiten van de zeven centrale OPEC+-landen: Saoedi-Arabië, Rusland, Irak, Koeweit, Kazachstan, Algerije en Oman.
Deze groep verhoogde de productiedoelstelling voor juli met 188.000 vaten per dag. Het was de vierde maandelijkse verhoging op rij, nadat de vrijwillige productieverlagingen uit 2023 geleidelijk waren afgebouwd . Door de beperkingen rond de Straat van Hormuz konden verschillende landen hun hogere doelstelling echter niet volledig realiseren. Daarom werd de verhoging in de berichtgeving grotendeels symbolisch genoemd .
Voor augustus wijzen de aangeleverde bronnen eveneens op een verhoging van de productiedoelstelling met 188.000 vaten per dag . Een eerdere bewering dat op 5 juli juist een verlaging van 188.000 vaten per dag zou zijn afgesproken, wordt door de meegeleverde bronnen niet bevestigd. De beschikbare berichtgeving ondersteunt dus een voortzetting van de geleidelijke verhogingen, niet een duidelijke beleidsomslag naar een verlaging .
De bijeenkomst vond plaats na een uitzonderlijke verstoring van de oliestromen. De Straat van Hormuz — een cruciale scheepvaartroute voor olie uit de Perzische Golf — was volgens de EIA sinds 28 februari 2026 effectief gesloten. Op 18 juni bereikten de Verenigde Staten en Iran een memorandum van overeenstemming om het conflict te beëindigen en de vaarroute te heropenen .
Daarna kwam het scheepvaartverkeer geleidelijk weer op gang, maar volgens berichtgeving van begin juli bleef het aantal passerende schepen aanzienlijk lager dan vóór het conflict . De heropening maakte bovendien een grote hoeveelheid eerder vastgehouden olie beschikbaar. Dat zorgde voor extra neerwaartse druk op de prijzen en voor een chaotische herverdeling van het aanbod over de wereldmarkt .
Brentolie zakte op 24 juni naar 73,74 dollar per vat en WTI — de Amerikaanse oliebenchmark — sloot op 70,34 dollar. WTI kwam daarmee voor het eerst sinds het uitbreken van het conflict onder de grens van 70 dollar . Citigroup-analisten hielden vervolgens rekening met een Brentprijs van ongeveer 60 dollar per vat tegen het einde van het jaar als de verstoringen verder afnemen en de vraag zwak blijft .
De cijfers moeten wel met enige voorzichtigheid worden gelezen. De EIA meldde dat Brent in juni gemiddeld ongeveer 85 dollar per vat noteerde en waarschuwde tegelijkertijd dat beperkte aanvoer de gemiddelde prijs in juni en juli hoog kon houden . Dagprijzen, maandgemiddelden en prognoses beschrijven dus verschillende momenten van een zeer beweeglijke markt.
De eerste technische CoC-bijeenkomst in Bakoe was vooral een institutionele stap. Het comité begon aan een werkplan, kreeg een presentatie van het secretariaat en koos een voorzitter. De vergadering zelf nam geen nieuwe productiequota-besluiten.
De bredere marktomstandigheden waren intussen veel turbulenter. OPEC verlaagde zijn raming voor de groei van de wereldwijde olievraag in 2026 opnieuw naar circa 800.000 vaten per dag. Tegelijkertijd herstelde de olieaanvoer via de Straat van Hormuz gedeeltelijk, waardoor de markt verschoof van acute schaarste naar zorgen over overvloedig aanbod en verdere prijsdalingen.