Sterke handelscijfers zijn doorgaans gunstig voor een munt. Ze wijzen erop dat er veel vraag is naar goederen uit het betreffende land en kunnen de verwachting versterken dat de economie beter presteert dan eerder gedacht. In dit geval gaf het Duitse cijfer de euro extra rugwind.
De ECB-referentiekoersen laten zien dat EUR/CAD begin mei nog grotendeels tussen 1,59 en 1,60 bewoog. Halverwege de maand was de koers opgelopen naar ongeveer 1,606–1,609 . Rond 9 juli noteerde de mid-marketkoers van XE op €1 = 1,61975 CAD, dicht bij het genoemde niveau van 1,6210 .
Het grotere Duitse handelsoverschot versterkte daarmee de vraag naar de euro. Beleggers kregen een signaal dat de grootste economie van de eurozone op het gebied van buitenlandse handel beter standhield dan verwacht. Dat zette extra opwaartse druk op de eurozijde van het EUR/CAD-paar.
De Canadese dollar, ook wel de loonie genoemd, kreeg in dezelfde periode te maken met tegengestelde krachten. Canada is een belangrijke olie-exporteur, waardoor een hogere olieprijs de munt vaak ondersteunt. Maar die steun bleek tijdelijk en onregelmatig.
Eerdere olieprijsstijging door spanningen tussen de VS en Iran: begin mei liep de olieprijs sterk op nadat de Amerikaanse president Donald Trump de reactie van Iran op een Amerikaans vredesvoorstel afwees. De zorgen over de aanvoer namen toe terwijl de Straat van Hormuz grotendeels gesloten bleef. Brent steeg boven 107 dollar per vat en WTI kwam boven 100 dollar . Dat vormde normaal gesproken steun voor de Canadese dollar.
Terugval en nieuwe opleving: tegen eind juni en begin juli zakte de olieprijs weer terug toen de hoop op een staakt-het-vuren toenam. Brent kwam op een bepaald moment onder 70 dollar uit . Op 7 en 8 juli volgde echter een nieuwe sprong: Brent steeg bijna 5,5% tot boven 75 dollar per vat nadat de VS een ontheffing voor Iraanse oliesancties introk en drie commerciële schepen bij de Straat van Hormuz had aangevallen . Trading Economics meldde een tijdelijke stijging van maximaal ongeveer 7%, tot 75,60 dollar per vat .
Voor de loonie was het netto-effect gemengd. De eerdere terugval van de olieprijs haalde in mei en juni een belangrijke steunpilaar onder de Canadese dollar weg. De nieuwe geopolitieke stijging gaf de munt begin juli kortstondig verlichting, maar bleek onvoldoende om EUR/CAD structureel lager te zetten.
De Bank of Canada heeft haar beleidsrente in 2026 op 2,25% gehouden. Een peiling onder economen wees erop dat de centrale bank de rente gedurende het jaar waarschijnlijk ongewijzigd zou laten . Scotiabank Economics verwacht eveneens een langere pauze, gevolgd door mogelijk 50 basispunten aan renteverhogingen in de tweede helft van 2026 . Andere ramingen, waaronder die van RBC en TD Economics, gaan uit van een rente van 2,25% gedurende de rest van 2026 .
De economische groei blijft volgens de raming van de Bank of Canada bescheiden: het bruto binnenlands product zou in 2026 met ongeveer 1,1% groeien. De inflatie wordt aanvankelijk rond 2,5% geraamd, waarna die richting de doelstelling zou afnemen .
Een belangrijk risico blijft het handelsbeleid van de Verenigde Staten. De vooruitzichten van de Bank of Canada gaan ervan uit dat bestaande Amerikaanse invoertarieven van kracht blijven. Ook wordt aangenomen dat de mondiale olieprijs op langere termijn richting 75 dollar per vat daalt . Een verslechtering van de handelsrelatie met de VS kan de Canadese groei en daarmee de loonie onder druk zetten.
BDC verwacht dat de Canadese dollar rond 0,70–0,72 Amerikaanse dollar blijft bewegen. Dat komt neer op ongeveer 1,39–1,43 Canadese dollar per Amerikaanse dollar . TD Economics rekent voor het vierde kwartaal van 2026 op een USD/CAD-koers van ongeveer 1,40–1,42 .
Tegenover de euro blijft het beeld minder gunstig voor de Canadese dollar. Een EUR/CAD-koers rond 1,62 betekent dat de loonie zich aan de zwakkere kant van zijn recente bandbreedte bevindt. De euro krijgt steun van de sterke Duitse handelsbalans, terwijl de Canadese munt gevoelig blijft voor olieprijsbewegingen en onzekerheid over de handel met de VS.
De recente oliepieken kunnen de loonie tijdelijk ondersteunen, maar zolang die steun niet samengaat met een duidelijk sterker Canadees groeiperspectief of een structureel gunstiger renteverschil, blijft de euro in dit valutapaar de stevigere partij.