De Hormuzcrisis heeft een krachtige versnelling van hernieuwbare energie en elektrificatie teweeggebracht door ze te herdefiniëren als binnenlandse veiligheidsactiva in plaats van klimaatluxe, en heeft de extreme kwetsbaarheid van fossiele handel via knelpunten blootgelegd. De transitie wordt echter geremd door reële tegenkrachten: omleidingspijpleidingen in de Golf (vooral Saoedi-Arabië's Petroline en de VAE's ADCOP) kunnen 3,5–5,5 miljoen vaten per dag om de Straat heen leiden; hoge olieprijzen veroorzaken vraagvernietiging die zichzelf corrigeert; en elk staakt-het-vuren of gedeeltelijke heropening van de Straat zorgt voor een scherpe prijsdaling, waardoor het duurzame prijssignaal voor langetermijnkapitaalverschuivingen verzwakt. Het netto-effect is waarschijnlijk een ratelwerking: het energiesysteem wordt na elke crisis meer geëlektrificeerd en gediversifieerd, maar de flexibiliteit van de olie-economie en de omleidingsinfrastructuur voorkomen een radicale breuk.