Op de baan was Sainz als twaalfde geëindigd. Na de straf werd hij als zeventiende geklasseerd.
De stewards oordeelden dat Sainz de procedure voor het inhalen van de safety car had overtreden. Hij had zichzelf van een ronde achterstand ontdaan, terwijl hij op dat moment niet tot de auto's behoorde die daarvoor toestemming hadden gekregen.
Bij een safetycarfase kunnen achterblijvers soms de safety car passeren om zich weer achter de leiders aan te sluiten. Dat was ook tijdens deze race toegestaan. Volgens de stewards gold die toestemming echter niet voor Sainz op het moment waarop hij de safety car passeerde.
De kern van het probleem lag in de bijzondere vorm van het circuit. De ingang van de pitlane bevindt zich op Silverstone vóór de start-finishlijn en loopt langs de laatste bochten van het circuit.
Charles Leclerc, de raceleider, kwam aan het einde van ronde 48 de pits in. Sainz had op dat moment nog niet gestopt en reed een ronde achter de leider. Toen Sainz een ronde later zelf de pitlane indook, passeerde hij door de indeling en de timing van de lijnen tijdelijk vóór Leclerc de start-finishlijn. Daardoor leek het alsof hij zich op legitieme wijze van zijn ronde achterstand had ontdaan.
De stewards concludeerden uiteindelijk dat die interpretatie niet klopte: Sainz was op het relevante meetpunt geen auto die de safety car mocht inhalen.
Williams erkende volgens de uitleg van de beslissing twee fouten in de behandeling van Sainz' safetycarstatus:
Daarmee had Sainz in de rangschikking feitelijk een ronde gewonnen die hem niet toekwam. De straf van één ronde draaide dat voordeel na afloop terug.
Sainz lag bij de finish op de twaalfde plaats, buiten de top tien die in de Formule 1 punten oplevert. Zijn terugval naar de zeventiende plaats veranderde daarom niets aan de puntenverdeling van de race.
De sanctie was dus vooral opvallend vanwege de vorm: geen gebruikelijke tijdstraf, maar een ronde die na de finish uit zijn klassering werd verwijderd.