Twee dagen later zette de benoeming van Kevin Warsh tot voorzitter van de Fed een scherpe omslag in gang. Spotgoud verloor in enkele uren bijna 5%. Sommige marktverslagen meldden vanaf de piek een daling van ongeveer 16%, voordat de prijs gedeeltelijk herstelde richting $5.000.
Goud sloot het eerste kwartaal af rond $4.503 per ounce. De winst sinds de jaarwisseling bedroeg toen slechts 3,1% — een cijfer dat de enorme tussentijdse schommelingen nauwelijks weerspiegelde.
In het tweede kwartaal bewoog goud tussen ongeveer $3.960 en $4.850 per ounce. Het conflict met Iran hield langer aan dan aanvankelijk verwacht, terwijl de Fed onder Warsh de rente handhaafde op 3,50 tot 3,75%.
Eind juni zakte goud opnieuw onder $4.000 en bereikte het een dieptepunt rond $3.979. Rond de halfjaarlijkse tussenstand stabiliseerde de prijs vervolgens in de zone van $4.000 tot $4.100. Sinds het begin van 2026 stond goud daarmee ongeveer 7% lager, al bleef het edelmetaal over de voorafgaande twaalf maanden tot de best presterende activa behoren.
De invloed van Warsh op de goudmarkt was vrijwel direct zichtbaar. Zijn komst veranderde vooral de verwachtingen rond inflatie, rente en de toekomstige koers van de Amerikaanse centrale bank.
De keuze van president Donald Trump voor Warsh, die bekendstaat als een pleitbezorger van inflatiebestrijding, leidde tot een krachtige verkoopgolf in edelmetalen. Reuters omschreef de beweging als een zogenoemde ‘debasement crash’. Zilver en platina registreerden hun grootste eendaagse dalingen ooit; goud beleefde volgens Reuters zijn scherpste daling sinds 1983.
De reactie weerspiegelde de verwachting dat de nieuwe Fed-voorzitter prijsstabiliteit zwaarder zou laten wegen en indien nodig een restrictiever rentebeleid zou steunen. Tegelijkertijd wezen sommige analisten erop dat Warsh eerder ook steun had uitgesproken voor lagere rentes. Zijn benoeming betekende dus niet automatisch dat de rente op korte termijn zou stijgen.
Tijdens zijn eerste vergadering van het Federal Open Market Committee, het beleidscomité van de Fed, hield Warsh de rente op 3,50 tot 3,75%, ondanks een inflatie die boven de doelstelling bleef. De centrale bank begon daarnaast aan een strategische herziening die de manier waarop zij beleid maakt en communiceert kan veranderen.
Warsh schrapte bovendien de gebruikelijke vooruitblik op het rentebeleid en leverde geen persoonlijke raming aan voor de zogenoemde dot plot. Volgens berichtgeving was hij daarmee de eerste Fed-voorzitter in veertien jaar die niet meedeed aan dit prognose-instrument.
De eerste reactie op de hawkish — dus relatief renteverhogingsgezinde — toon was negatief voor goud: papiergoud daalde ongeveer 2% en spotgoud stond tijdens de persconferentie ruim 1% lager. Een groot deel van het verlies werd later echter weer goedgemaakt.
Warsh benadrukte prijsstabiliteit en liet ruimte voor ten minste één renteverhoging vóór het einde van het jaar. Hogere rentes maken goud, dat geen rente-inkomsten oplevert, doorgaans minder aantrekkelijk. Die verwachting vormde daarom een tegenwind voor de goudprijs.
Tegelijkertijd zorgt het schrappen van de vooruitblik juist voor meer onzekerheid. De Fed geeft beleggers minder houvast over toekomstige rentebesluiten, waardoor nieuwe economische cijfers en inflatiegegevens zwaarder kunnen gaan wegen. De aangekondigde beleidsherziening kan de onzekerheid op middellange termijn verder vergroten.
Goud wordt wereldwijd in Amerikaanse dollars geprijsd. Normaal gesproken leidt een sterkere dollar tot neerwaartse druk op goud, omdat het edelmetaal duurder wordt voor kopers die andere valuta gebruiken. Een zwakkere dollar ondersteunt goud vaak juist. Die relatie wordt meestal omschreven als een negatieve of omgekeerde correlatie.
In de eerste helft van 2026 raakte die vuistregel echter herhaaldelijk verstoord. De historisch vaak aangehaalde negatieve correlatie van ongeveer 60 tot 70% verzwakte aanzienlijk.
Op 25 juni daalde goud bijvoorbeeld 2,65% naar $3.979, terwijl de dollarindex — de DXY, die de waarde van de dollar tegenover een mandje van belangrijke valuta meet — de gebruikelijke beweging niet duidelijk bevestigde. Analisten spraken over een van de meest onsamenhangende intermarket-omgevingen van de afgelopen tijd.
Een dag later zagen beleggers wel een klassiekere beweging. Toen de DXY onder de grens van 97,50 zakte, steeg goud 1,76% naar $4.049.
De geopolitieke situatie en de hoge olieprijzen voegden extra krachten toe aan het speelveld. Bij een vlucht naar veilige havens konden goud en de dollar soms tegelijk stijgen. Tijdens liquiditeitsproblemen, gedwongen verkopen of margin calls konden beide activa juist samen dalen.
De langetermijnrelatie tussen goud en de dollar is daarmee niet verdwenen, maar 2026 liet meerdere regimes zien waarin beide in dezelfde richting bewogen. Dat maakt zowel voorspellen als het afdekken van risico’s ingewikkelder.
De ramingen voor eind 2026 liggen ver uit elkaar. De belangrijkste bankprognoses vallen grofweg binnen een bandbreedte van $4.800 tot $6.300 per ounce. Een peiling van Reuters onder 31 analisten kwam uit op een mediaan van ongeveer $4.916.
| Bank | Doel eind 2026 | Vooruitblik 2027 |
|---|---|---|
| J.P. Morgan | Gemiddeld circa $6.000 in het vierde kwartaal; $6.300 wordt mogelijk geacht | Gemiddeld circa $5.400 |
| Goldman Sachs | $4.900, verlaagd van $5.400 | Ongeveer $5.000–$5.600 |
| Wells Fargo | $6.100–$6.300 | — |
| UBS | $5.500 | $5.400 tegen eind 2027 |
| Bank of America | $6.000 | — |
| Commerzbank | $4.800, verlaagd van $5.000 | $5.200 |
| Deutsche Bank | $4.450, vastgesteld in november 2025 | — |
Voor 2027 liggen de institutionele ramingen over het algemeen tussen ongeveer $5.000 en $5.600 per ounce. J.P. Morgan en UBS mikken beide op circa $5.400 tegen het einde van dat jaar, terwijl Goldman Sachs aan de onderkant van de bandbreedte rond $5.000 zit.
Bank of America heeft daarnaast een uitgesproken optimistisch scenario genoemd waarin goud in 2027 tot $8.000 zou kunnen stijgen. De bank kent dat scenario echter slechts een waarschijnlijkheid van 30% toe.
Volgens analisten kunnen vooral vier factoren de goudprijs in de tweede helft van het jaar sterk beïnvloeden:
Goud begint de tweede helft van 2026 rond $4.000 tot $4.100 per ounce — ver onder het record van januari, maar nog altijd op een historisch hoog niveau. De meer hawkish koers van de Fed onder Kevin Warsh en het verdwijnen van de traditionele vooruitblik hebben het monetaire beleid minder voorspelbaar gemaakt.
Daar komt bij dat de relatie tussen goud en de dollar tijdelijk minder betrouwbaar is geworden. De meeste grote banken verwachten desondanks een herstel richting $5.000 tot $6.000 tegen het einde van 2026. Voor 2027 liggen de meeste ramingen tussen ongeveer $5.000 en $5.600. Dat brede bereik onderstreept vooral hoe gevoelig de goudmarkt blijft voor rente, geopolitiek en liquiditeit.