Het standaard kosmologische model (ΛCDM) voorspelt dat grote sterrenstelsels zoals de Melkweg en Andromeda omringd moeten zijn door honderden, zo niet duizenden donkere-materie-subhalo's. Tot voor kort werden er echter maar enkele tientallen heldere satellietstelsels waargenomen. Deze al jaren bestaande discrepantie staat bekend als het ‘missing satellites problem’ ('probleem van de missende satellieten') .
Ultra-zwakke dwergstelsels (UFD's) zoals Andromeda XXXVI helpen dit probleem op een aantal manieren te verlichten:
Kortom: Andromeda XXXVI en andere recent ontdekte UFD's (zoals Andromeda XXXV en Pegasus VII) helpen de kloof te overbruggen tussen de honderden voorspelde donkere-materie-subhalo's en het kleine aantal bekende heldere satellieten. Ze dienen tevens als een ongerept laboratorium voor de studie van de vroege stervorming en de deeltjeseigenschappen van donkere materie .
Het standaard kosmologische model (ΛCDM) voorspelt dat grote sterrenstelsels zoals de Melkweg en Andromeda omringd moeten zijn door honderden, zo niet duizenden donkere-materie-subhalo's. Tot voor kort werden er echter maar enkele tientallen heldere satellietstelsels waargenomen. Deze al jaren bestaande discrepantie staat bekend als het ‘missing satellites problem’ ('probleem van de missende satellieten') .
Ultra-zwakke dwergstelsels (UFD's) zoals Andromeda XXXVI helpen dit probleem op een aantal manieren te verlichten:
Kortom: Andromeda XXXVI en andere recent ontdekte UFD's (zoals Andromeda XXXV en Pegasus VII) helpen de kloof te overbruggen tussen de honderden voorspelde donkere-materie-subhalo's en het kleine aantal bekende heldere satellieten. Ze dienen tevens als een ongerept laboratorium voor de studie van de vroege stervorming en de deeltjeseigenschappen van donkere materie .