Taiwan en Zuid-Korea beschikken over beursgenoteerde chipbedrijven die rechtstreeks profiteren van de investeringen in AI-infrastructuur. China, India en Hongkong hebben volgens de beschikbare berichtgeving geen vergelijkbare groep lokale megacaps die door de chiphausse ver boven de rest van de markt wordt uitgetild .
Zonder zo’n dominante chipkampioen kan de beurswaarde zich breder over sectoren en ondernemingen verdelen. Dat leidt tot een lagere concentratie, ook als de totale markt niet per se zwak presteert.
Voor China en Hongkong spelen daarnaast specifieke kapitaalstromen een rol:
Voor India geldt dezelfde redenering, maar met meer terughoudendheid. Omdat er geen kleine groep AI-chipreuzen is die vergelijkbaar is met de leiders in Taiwan en Zuid-Korea, is er minder reden voor een sterke stijging van de marktconcentratie door de AI-rally .
Dezelfde AI-boom die China, India en Hongkong minder rechtstreeks ondersteunt, heeft Taiwan en Zuid-Korea naar voren geschoven als de belangrijkste Aziatische leveranciers van de fysieke infrastructuur achter AI .
| Markt | Belangrijkste AI-motor | Marktontwikkeling | Gevolg voor concentratie |
|---|---|---|---|
| Taiwan | TSMC en de bredere keten voor AI-chips | De Taiwanese aandelenmarkt werd bijna 4,3 biljoen dollar waard en passeerde het Verenigd Koninkrijk op de wereldranglijst | De hogere waardering van TSMC en andere AI-gerelateerde bedrijven vergrootte het gewicht van de grootste namen |
| Zuid-Korea | Samsung Electronics, SK Hynix en de keten voor AI-geheugen | De Kospi steeg in 2026 met ongeveer 90%, meer dan enige andere grote markt |
Het mechanisme is relatief eenvoudig: de meest geavanceerde geheugenchips voor AI komen voornamelijk uit Zuid-Korea en Taiwan. Door schaarste zijn de prijzen gestegen, waardoor in beide markten veel waarde is gecreëerd . In 2026 verdubbelde de Zuid-Koreaanse aandelenmarkt volgens de aangehaalde berichtgeving ongeveer, terwijl Taiwan in de wereldwijde ranglijst van aandelenmarkten meerdere grote Europese markten voorbijging .
Particuliere en institutionele beleggers kochten bovendien op grote schaal Aziatische AI-aandelen, soms met geleend geld. Dat versterkte de opmars van de ondernemingen die de chips en het geheugen voor AI-systemen produceren .
De concentratierisico’s op de Aziatische aandelenmarkt zijn steeds meer geografisch bepaald. Het gaat niet langer alleen om de vraag in welk land een belegger belegt, maar ook om de vraag hoeveel directe blootstelling dat land aan de AI-chipcyclus biedt .
Een belegger met een grote positie in Taiwanese en Zuid-Koreaanse aandelen doet daarmee impliciet een forse gok op aanhoudende groei van de AI-chipindustrie . Wie die blootstelling wil beperken, kan kijken naar markten waar het chipgedreven megacap-effect minder sterk aanwezig is. Dat betekent niet dat die markten risicoloos zijn: een lagere concentratie is geen garantie voor een hoger rendement.
Ook de waarderingskloof tussen markten die rechtstreeks van AI-chips profiteren en markten met een minder directe blootstelling lijkt groter te zijn geworden. Dat biedt kansen voor actieve beleggers, maar vergroot ook het risico op een pijnlijke correctie wanneer verwachtingen niet worden waargemaakt .
De discussie over een mogelijke AI-bubbel is nog altijd onbeslist. Er zijn sterke argumenten voor zowel de visie dat sprake is van een duurzame uitbouw als de waarschuwing dat delen van de markt oververhit zijn .
De feiten wijzen in twee richtingen. Sterke winsten bij chipproducenten en een reële vraag naar AI-infrastructuur ondersteunen het idee van een duurzame groeifase . Tegelijkertijd wijzen snelle koersstijgingen, grote posities in een beperkt aantal aandelen, hefboomfinanciering en waarschuwingen voor oververhitting op bubbelrisico’s .
De meest evenwichtige conclusie is daarom dat AI een structurele technologie kan zijn die toch speculatief marktgedrag veroorzaakt. Dat risico is het grootst in markten waar de beursrally sterk leunt op een handvol AI-chipbedrijven .
Bronnen: Bloomberg, Reuters, CNBC, BNP Paribas en academisch onderzoek; gegevens en analyses beschikbaar tot eind juni 2026.
Taiwan en Zuid-Korea beschikken over beursgenoteerde chipbedrijven die rechtstreeks profiteren van de investeringen in AI-infrastructuur. China, India en Hongkong hebben volgens de beschikbare berichtgeving geen vergelijkbare groep lokale megacaps die door de chiphausse ver boven de rest van de markt wordt uitgetild .
Zonder zo’n dominante chipkampioen kan de beurswaarde zich breder over sectoren en ondernemingen verdelen. Dat leidt tot een lagere concentratie, ook als de totale markt niet per se zwak presteert.
Voor China en Hongkong spelen daarnaast specifieke kapitaalstromen een rol:
Voor India geldt dezelfde redenering, maar met meer terughoudendheid. Omdat er geen kleine groep AI-chipreuzen is die vergelijkbaar is met de leiders in Taiwan en Zuid-Korea, is er minder reden voor een sterke stijging van de marktconcentratie door de AI-rally .
Dezelfde AI-boom die China, India en Hongkong minder rechtstreeks ondersteunt, heeft Taiwan en Zuid-Korea naar voren geschoven als de belangrijkste Aziatische leveranciers van de fysieke infrastructuur achter AI .
| Markt | Belangrijkste AI-motor | Marktontwikkeling | Gevolg voor concentratie |
|---|---|---|---|
| Taiwan | TSMC en de bredere keten voor AI-chips | De Taiwanese aandelenmarkt werd bijna 4,3 biljoen dollar waard en passeerde het Verenigd Koninkrijk op de wereldranglijst | De hogere waardering van TSMC en andere AI-gerelateerde bedrijven vergrootte het gewicht van de grootste namen |
| Zuid-Korea | Samsung Electronics, SK Hynix en de keten voor AI-geheugen | De Kospi steeg in 2026 met ongeveer 90%, meer dan enige andere grote markt |
Het mechanisme is relatief eenvoudig: de meest geavanceerde geheugenchips voor AI komen voornamelijk uit Zuid-Korea en Taiwan. Door schaarste zijn de prijzen gestegen, waardoor in beide markten veel waarde is gecreëerd . In 2026 verdubbelde de Zuid-Koreaanse aandelenmarkt volgens de aangehaalde berichtgeving ongeveer, terwijl Taiwan in de wereldwijde ranglijst van aandelenmarkten meerdere grote Europese markten voorbijging .
Particuliere en institutionele beleggers kochten bovendien op grote schaal Aziatische AI-aandelen, soms met geleend geld. Dat versterkte de opmars van de ondernemingen die de chips en het geheugen voor AI-systemen produceren .
De concentratierisico’s op de Aziatische aandelenmarkt zijn steeds meer geografisch bepaald. Het gaat niet langer alleen om de vraag in welk land een belegger belegt, maar ook om de vraag hoeveel directe blootstelling dat land aan de AI-chipcyclus biedt .
Een belegger met een grote positie in Taiwanese en Zuid-Koreaanse aandelen doet daarmee impliciet een forse gok op aanhoudende groei van de AI-chipindustrie . Wie die blootstelling wil beperken, kan kijken naar markten waar het chipgedreven megacap-effect minder sterk aanwezig is. Dat betekent niet dat die markten risicoloos zijn: een lagere concentratie is geen garantie voor een hoger rendement.
Ook de waarderingskloof tussen markten die rechtstreeks van AI-chips profiteren en markten met een minder directe blootstelling lijkt groter te zijn geworden. Dat biedt kansen voor actieve beleggers, maar vergroot ook het risico op een pijnlijke correctie wanneer verwachtingen niet worden waargemaakt .
De discussie over een mogelijke AI-bubbel is nog altijd onbeslist. Er zijn sterke argumenten voor zowel de visie dat sprake is van een duurzame uitbouw als de waarschuwing dat delen van de markt oververhit zijn .
De feiten wijzen in twee richtingen. Sterke winsten bij chipproducenten en een reële vraag naar AI-infrastructuur ondersteunen het idee van een duurzame groeifase . Tegelijkertijd wijzen snelle koersstijgingen, grote posities in een beperkt aantal aandelen, hefboomfinanciering en waarschuwingen voor oververhitting op bubbelrisico’s .
De meest evenwichtige conclusie is daarom dat AI een structurele technologie kan zijn die toch speculatief marktgedrag veroorzaakt. Dat risico is het grootst in markten waar de beursrally sterk leunt op een handvol AI-chipbedrijven .
Bronnen: Bloomberg, Reuters, CNBC, BNP Paribas en academisch onderzoek; gegevens en analyses beschikbaar tot eind juni 2026.
| Sterke inkomsten uit AI-geheugen trokken het gewicht van grote chipbedrijven verder omhoog |
| Sterke inkomsten uit AI-geheugen trokken het gewicht van grote chipbedrijven verder omhoog |