De export van goederen uit de eurozone bedroeg in april 2026 €255,4 miljard, een toename van 5,0% ten opzichte van €243,3 miljard een jaar eerder. De import steeg echter veel sneller, met 9,3% naar €256,4 miljard, waardoor het saldo in het rood dook . De omslag ten opzichte van het overschot van €4,9 miljard in maart 2026 betekende een abrupt einde aan de reeks overschotten die het blok had opgebouwd na de energiecrisis .
De bredere Europese Unie van 27 landen onderging een vergelijkbare ommekeer. Het EU-handelssaldo verschoof van een overschot van €7,3 miljard in april 2025 naar een tekort van €7,1 miljard in april 2026 . Dit zette een trend voort die begin 2026 al zichtbaar was: het EU-overschot over het eerste kwartaal was al gehalveerd tot €12,7 miljard, tegenover €23,6 miljard in het vierde kwartaal van 2025 .
Hoewel het voorlopige Eurostat-rapport over april 2026 geen volledige maandelijkse sectoruitsplitsing bevat, zijn de drijvende krachten duidelijk zichtbaar in de kwartaalcijfers en de brede importgolf .
De importstijging werd sterk beïnvloed door energie. Het energietekort van de EU was over heel 2025 al opgelopen tot €298,9 miljard, en de importkosten voor energie bleven hoog in het eerste kwartaal van 2026. De aanschaf van vloeibaar aardgas (lng) en olieproducten bleef diep in de buidel snijden . De Franstalige versie van het Eurostat-bericht vermeldt expliciet dat de daling van het saldo in april "voornamelijk werd veroorzaakt door een toename van het energietekort" .
De traditionele motor van de Europese handel – de sector machines en voertuigen – zag het overschot sterk krimpen. In het eerste kwartaal van 2026 daalde het gecombineerde saldo naar €27,8 miljard, van €39,8 miljard in het kwartaal ervoor . Eurostat wees eind 2025 al op slinkende overschotten in machines en voertuigen, chemie en andere industriële goederen . Over heel 2025 daalde het machine-overschot naar €252 miljard, tegenover €276 miljard in 2024 .
Het handelstekort van de EU met China bereikte in april 2026 een duizelingwekkend record van €1 miljard per dag, waarmee het maandelijkse gat uitkwam op €31,9 miljard, zo blijkt uit de laatste Eurostat-data . Over heel 2025 bedroeg het EU-tekort met China in totaal €359,8 miljard. Machines en elektrische apparatuur domineerden zowel de export als de import . Deze structurele onevenwichtigheid lijkt voorlopig niet te verminderen en vormt een zware last voor de totale handelsprestatie van het blok.
De VS blijft de grootste handelspartner waarmee de EU een bilateraal overschot heeft, ter waarde van €199,6 miljard in 2025 . Maar escalerende tariefwrijvingen met de VS hebben onzekerheid gezaaid in de exportprognoses, vooral voor kapitaalgoederen als machines, auto's en farmaceutische producten. Uit gegevens van het US Census Bureau blijkt dat de VS in april 2026 een goederentekort van $8,2 miljard had met de EU – wat betekent dat de EU nog steeds meer naar de VS exporteert dan andersom. Toch blijft het onstabiele handelspolitieke klimaat wegen op de Europese exportconcurrentiepositie .
Het handelstekort komt bovenop een reeks zwakke economische signalen, wat de bezorgdheid versterkt dat de eurozone aan momentum verliest.
Bijna stagnerende bbp-groei: De reële bbp-groei in de eurozone bedroeg in het eerste kwartaal van 2026 slechts 0,1% ten opzichte van het vorige kwartaal, een daling ten opzichte van 0,2% in het vierde kwartaal van 2025 . Van de grootste economieën groeide Spanje met 0,6%, Duitsland met 0,3%, Italië met 0,2% en Nederland met 0,1%, terwijl de Franse economie stilstond .
Slankere Duitse plus: Duitsland boekte in april een handelsoverschot van €14,3 tot €14,5 miljard, onder de verwachting van €15 miljard, doordat de importgroei van 1,2% de exportgroei van 0,9% overtrof . De fabrieksorders in Duitsland daalden in april met 3,8% .
Dalend sentiment en werkgelegenheidsverwachtingen: Het Eurostatistics-rapport over april 2026 bevestigde dat zowel het economisch sentiment als de werkgelegenheidsverwachtingen in de maand zijn gedaald . De indicator voor werkgelegenheidsverwachtingen in de eurozone kelderde met 4,6 procentpunt naar 91,7, terwijl de EU-brede maatstaf met 4,0 punten daalde tot 93,2 . De ZEW-index voor het economisch sentiment dook naar -17,2 in april, het zwakste niveau sinds december 2022 .
Oplopende werkloosheidsdruk: Terwijl de werkloosheid in maart 2026 nog een recordlaagte van 6,2% bereikte, overschreed de voor seizoensinvloeden gecorrigeerde werkloosheid in Duitsland in april de grens van 3 miljoen, voor het eerst sinds 2011 .
Inflatie en inkoopkosten: De samengestelde inkoopmanagersindex (PMI) voor de eurozone liet in april een scherpe stijging van de inkoopprijzen in de industrie zien, gedreven door voorraadopbouw en geopolitieke energieverstoringen . De Duitse geharmoniseerde inflatie steeg in april naar 2,9%, aangejaagd door energiekosten .
Het tekort van €1,0 miljard in april is geen incidentele maandelijkse uitschieter, maar onderdeel van een bredere erosie van de externe kracht van de eurozone. Het blok boekt nu een goederentekort terwijl de import bijna twee keer zo snel groeit als de export, de traditionele overschotsectoren verzwakken en het grootste bilaterale tekort – dat met China – blijft oplopen. Met een bbp dat nauwelijks groeit, een verslechterend sentiment en extra onzekerheid door het Amerikaanse handelsbeleid, gaat de eurozone halverwege 2026 een opvallend kwetsbare handelsperiode tegemoet.
De export van goederen uit de eurozone bedroeg in april 2026 €255,4 miljard, een toename van 5,0% ten opzichte van €243,3 miljard een jaar eerder. De import steeg echter veel sneller, met 9,3% naar €256,4 miljard, waardoor het saldo in het rood dook . De omslag ten opzichte van het overschot van €4,9 miljard in maart 2026 betekende een abrupt einde aan de reeks overschotten die het blok had opgebouwd na de energiecrisis .
De bredere Europese Unie van 27 landen onderging een vergelijkbare ommekeer. Het EU-handelssaldo verschoof van een overschot van €7,3 miljard in april 2025 naar een tekort van €7,1 miljard in april 2026 . Dit zette een trend voort die begin 2026 al zichtbaar was: het EU-overschot over het eerste kwartaal was al gehalveerd tot €12,7 miljard, tegenover €23,6 miljard in het vierde kwartaal van 2025 .
Hoewel het voorlopige Eurostat-rapport over april 2026 geen volledige maandelijkse sectoruitsplitsing bevat, zijn de drijvende krachten duidelijk zichtbaar in de kwartaalcijfers en de brede importgolf .
De importstijging werd sterk beïnvloed door energie. Het energietekort van de EU was over heel 2025 al opgelopen tot €298,9 miljard, en de importkosten voor energie bleven hoog in het eerste kwartaal van 2026. De aanschaf van vloeibaar aardgas (lng) en olieproducten bleef diep in de buidel snijden . De Franstalige versie van het Eurostat-bericht vermeldt expliciet dat de daling van het saldo in april "voornamelijk werd veroorzaakt door een toename van het energietekort" .
De traditionele motor van de Europese handel – de sector machines en voertuigen – zag het overschot sterk krimpen. In het eerste kwartaal van 2026 daalde het gecombineerde saldo naar €27,8 miljard, van €39,8 miljard in het kwartaal ervoor . Eurostat wees eind 2025 al op slinkende overschotten in machines en voertuigen, chemie en andere industriële goederen . Over heel 2025 daalde het machine-overschot naar €252 miljard, tegenover €276 miljard in 2024 .
Het handelstekort van de EU met China bereikte in april 2026 een duizelingwekkend record van €1 miljard per dag, waarmee het maandelijkse gat uitkwam op €31,9 miljard, zo blijkt uit de laatste Eurostat-data . Over heel 2025 bedroeg het EU-tekort met China in totaal €359,8 miljard. Machines en elektrische apparatuur domineerden zowel de export als de import . Deze structurele onevenwichtigheid lijkt voorlopig niet te verminderen en vormt een zware last voor de totale handelsprestatie van het blok.
De VS blijft de grootste handelspartner waarmee de EU een bilateraal overschot heeft, ter waarde van €199,6 miljard in 2025 . Maar escalerende tariefwrijvingen met de VS hebben onzekerheid gezaaid in de exportprognoses, vooral voor kapitaalgoederen als machines, auto's en farmaceutische producten. Uit gegevens van het US Census Bureau blijkt dat de VS in april 2026 een goederentekort van $8,2 miljard had met de EU – wat betekent dat de EU nog steeds meer naar de VS exporteert dan andersom. Toch blijft het onstabiele handelspolitieke klimaat wegen op de Europese exportconcurrentiepositie .
Het handelstekort komt bovenop een reeks zwakke economische signalen, wat de bezorgdheid versterkt dat de eurozone aan momentum verliest.
Bijna stagnerende bbp-groei: De reële bbp-groei in de eurozone bedroeg in het eerste kwartaal van 2026 slechts 0,1% ten opzichte van het vorige kwartaal, een daling ten opzichte van 0,2% in het vierde kwartaal van 2025 . Van de grootste economieën groeide Spanje met 0,6%, Duitsland met 0,3%, Italië met 0,2% en Nederland met 0,1%, terwijl de Franse economie stilstond .
Slankere Duitse plus: Duitsland boekte in april een handelsoverschot van €14,3 tot €14,5 miljard, onder de verwachting van €15 miljard, doordat de importgroei van 1,2% de exportgroei van 0,9% overtrof . De fabrieksorders in Duitsland daalden in april met 3,8% .
Dalend sentiment en werkgelegenheidsverwachtingen: Het Eurostatistics-rapport over april 2026 bevestigde dat zowel het economisch sentiment als de werkgelegenheidsverwachtingen in de maand zijn gedaald . De indicator voor werkgelegenheidsverwachtingen in de eurozone kelderde met 4,6 procentpunt naar 91,7, terwijl de EU-brede maatstaf met 4,0 punten daalde tot 93,2 . De ZEW-index voor het economisch sentiment dook naar -17,2 in april, het zwakste niveau sinds december 2022 .
Oplopende werkloosheidsdruk: Terwijl de werkloosheid in maart 2026 nog een recordlaagte van 6,2% bereikte, overschreed de voor seizoensinvloeden gecorrigeerde werkloosheid in Duitsland in april de grens van 3 miljoen, voor het eerst sinds 2011 .
Inflatie en inkoopkosten: De samengestelde inkoopmanagersindex (PMI) voor de eurozone liet in april een scherpe stijging van de inkoopprijzen in de industrie zien, gedreven door voorraadopbouw en geopolitieke energieverstoringen . De Duitse geharmoniseerde inflatie steeg in april naar 2,9%, aangejaagd door energiekosten .
Het tekort van €1,0 miljard in april is geen incidentele maandelijkse uitschieter, maar onderdeel van een bredere erosie van de externe kracht van de eurozone. Het blok boekt nu een goederentekort terwijl de import bijna twee keer zo snel groeit als de export, de traditionele overschotsectoren verzwakken en het grootste bilaterale tekort – dat met China – blijft oplopen. Met een bbp dat nauwelijks groeit, een verslechterend sentiment en extra onzekerheid door het Amerikaanse handelsbeleid, gaat de eurozone halverwege 2026 een opvallend kwetsbare handelsperiode tegemoet.