Deze aanpak bouwt voort op jarenlang onderzoek. Eerdere prototypes, zoals het project ‘Renée’, vervingen Android door Ubuntu Touch op kleinere clusters van gebruikte telefoons om zogeheten Function-as-a-Service-diensten aan te bieden. Daarmee was het principe al bewezen .
Ondanks hun leeftijd leveren de gestripte telefoons een verrassende rekendichtheid. Het project gebruikt de SPEC-benchmark om de doorvoer te meten, en dat levert een helder vergelijk op.
Volgens die benchmark evenaren 25 tot 50 telefoon-moederborden de rekenkracht van één moderne server . Als we dit doortrekken, komt een cluster van 2.000 telefoons uit op het equivalent van 40 tot 80 servers aan rekencapaciteit – en dat allemaal zonder één nieuwe chip te hoeven produceren
.
Praktijktests hebben het concept al gevalideerd. Een vroeg testcluster van 20 telefoons verwerkte de beoordeling van 75 studenten sneller dan een kleine cloudserver. Dit toont aan dat de aanpak werkt voor concrete, alledaagse taken . Eerder onderzoek wees bovendien uit dat een klein cluster van afgedankte smartphones – met een significant lagere CO₂-voetafdruk dan traditionele cloudcomputing – de prestaties van een nieuwe server kan evenaren en soms zelfs overtreffen bij synthetische benchmarks
.
De milieu-winst van het project rust op drie pijlers: het verminderen van ‘embodied carbon’ (CO₂-uitstoot bij productie), het terugdringen van elektronisch afval en het meetbaar maken van de afweging via een nieuwe metriek.
Het 2.000-telefoons tellende cluster is meer dan een laboratoriummodel; het krijgt een concrete missie op een universiteitscampus vanaf het najaar van 2026.
Comments
0 comments