Een modelstudie van NASA berekende de stralingsforcering van troposferisch ozon op 410 mW/m$^2$ sinds de pré-industriële tijd en schreef dit toe aan de toegenomen uitstoot van methaan (44%), stikstofoxiden (31%), koolmonoxide (15%) en NMVOS (9%) . Dit laat zien hoe groot het aandeel van de indirecte stoffen is in het ozonprobleem.
Waarom zijn deze gassen dan niet opgenomen in het Klimaatakkoord van Parijs of het Kyoto-protocol? De verdragen focussen primair op de langlevende, goed gemengde broeikasgassen: CO₂, methaan (CH₄), lachgas (N₂O) en de gefluoreerde gassen (F-gassen) . De complexe atmosferische chemie en regionale verschillen in de levensduur en verspreiding van indirecte gassen maken het lastig om ze in een universeel meetsysteem te vangen, zoals dat voor CO₂ bestaat
.
Toch is het een omissie met gevolgen. Zo rapporteert de Britse emissie-inventaris, in lijn met internationale afspraken, wél de uitstoot van NOₓ, CO en NMVOS, juist omdat deze bijdragen aan de vorming van troposferisch ozon . Het zijn in feite de 'vergeten' broeikasgassen waarvan we de boekhouding al bijhouden.
Misschien wel het meest overtuigende argument om deze stoffen aan te pakken, is de snelheid waarmee het klimaat ervan profiteert. Omdat troposferisch ozon een kortlevend broeikasgas is – het blijft weken tot maanden in de lucht, niet eeuwen zoals CO₂ – leidt minder uitstoot van voorlopers vrijwel meteen tot minder ozonvorming en dus een afname van de stralingsforcering . Het is een van de weinige knoppen waar we als mensheid aan kunnen draaien voor verkoeling op de korte termijn, terwijl de langzame ontkoling van de energiesector doorzet
.
Elke vermindering van stikstofoxiden en koolmonoxide is dus een dubbele winst: het remt de klimaatverandering op het tijdsbestek van jaren in plaats van decennia, en het verbetert direct de luchtkwaliteit en daarmee de volksgezondheid .
De opwarming van de aarde wordt niet alleen bepaald door CO₂-meters. De scheikundeles van de atmosfeer leert ons dat stoffen als stikstofoxiden en koolmonoxide, hoewel indirect, een substantiële bijdrage leveren aan het broeikaseffect. Ze omarmen in het klimaatbeleid is geen academische exercitie. Het is het dichten van een blinde vlek die, eenmaal aangepakt, snelle klimaatwinst én schonere lucht kan opleveren.
Comments
0 comments