De gevolgen lopen verder dan de pompprijs. Hogere energie- en transportkosten werken door in elektriciteit, voedsel, luchtvaart, industrie en de overheidsbegroting.
De eerste inschatting van de Asian Development Bank was relatief geruststellend: een verstoring van ongeveer een maand zou de groei in ontwikkelend Azië slechts beperkt raken. Het effect zou vooral zichtbaar zijn als een tijdelijke terugval in de jaarlijkse groei. Bij een langdurige sluiting zouden echter hogere energieprijzen en ernstige handelsverstoringen de schade snel vergroten .
Voor het langdurige scenario had de ADB volgens de beschikbare informatie nog geen nieuwe, afzonderlijk gekwantificeerde prognose gepubliceerd.
Het referentiescenario van het IMF gaat uit van een kort conflict en een stijging van de energieprijzen met 19 procent in 2026. Zelfs onder die relatief milde aanname komt de mondiale groei uit op 3,1 procent en de wereldwijde headline-inflatie op 4,4 procent . Dat zou een duidelijke breuk zijn met de dalende inflatietrend van de afgelopen jaren.
Een langduriger stilvallen van de Straat van Hormuz kan volgens het IMF uitmonden in een grote energiecrisis. In dat geval nemen de inflatiedruk en de rem op de economische groei aanzienlijk toe . De sluiting heeft de toegang tot ongeveer 20 procent van de mondiale olie- en over zee vervoerde lng-aanvoer afgesneden. Beschadigde infrastructuur en voorzorgsmaatregelen hebben de olie- en gasproductie bovendien sterk verminderd .
Ook het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Pakistan — de zogeheten MENAP-regio — worden zwaar getroffen. Zelfs in het referentiescenario voorziet het IMF daar voor 2026 een groei van slechts 1,4 procent .
Fitch verlaagde in juni de prognose voor de mondiale groei in 2026 naar 2,4 procent, 0,2 procentpunt lager dan eerder. De kredietbeoordelaar verwees daarbij rechtstreeks naar de olieschok als gevolg van het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran en de sluiting van de zeestraat . Fitch verhoogde ook zijn aannames voor de gemiddelde Brent-prijs in 2026 naar 87 dollar per vat, tegenover 70 dollar in een eerdere prognose .
De waarschuwing van Fitch is duidelijk: als de verstoring langer duurt dan een korte periode, kunnen verdere neerwaartse bijstellingen volgen. Hogere brandstofprijzen drukken op de koopkracht van huishoudens en verhogen de kosten voor bedrijven.
Het IEA beschrijft de blokkade als de grootste verstoring van de olietoevoer ooit . Alleen al in maart daalde het mondiale olieaanbod met 10,1 miljoen vaten per dag . Het agentschap waarschuwde bovendien dat de verlamming van de zeestraat de grootste bedreiging voor de mondiale energiezekerheid in de geschiedenis kan zijn .
Voor 2026 verwacht het IEA dat de mondiale olieproductie gemiddeld ongeveer 1,5 miljoen vaten per dag lager uitvalt dan in 2025. Vergeleken met de prognose van vóór de oorlog betekent dat een omslag van ongeveer 2,6 miljoen vaten per dag .
De OESO verwacht dat de mondiale groei in 2026 vertraagt tot 2,8 procent, tegenover 3,4 procent eerder. Die raming veronderstelt wel dat de energieprijzen halverwege het jaar beginnen te dalen. Als problemen met scheepvaart en energie-infrastructuur aanhouden, zou de vertraging veel groter zijn .
Wood Mackenzie schetst een veel somberder scenario. Bij een langdurige sluiting kan de mondiale groei onder 2 procent zakken. Brent-olie zou tegen het einde van 2026 kunnen oplopen richting 200 dollar per vat, zelfs als de wereldwijde olievraag in de tweede helft van het jaar met 6 miljoen vaten per dag daalt .
Volgens Allianz Research kan een verstoring van minder dan twee maanden de inflatie in opkomende markten met 0,8 tot 1,0 procentpunt verhogen. Voor opkomende economieën buiten China kan de groei met ten minste 0,5 procentpunt worden gedrukt als de sluiting langer aanhoudt .
De Filipijnen zijn van de vier besproken landen het meest afhankelijk van olie uit de Perzische Golf: ongeveer 96 procent van de olie komt daar vandaan . Daardoor werken verstoringen snel door in brandstoftekorten en prijsstijgingen.
Transport, scheepvaart en voedsel worden duurder, waardoor de druk op huishoudens en bedrijven toeneemt . Voor de Filipijnen is geen afzonderlijke, nieuwe groeiprognose van ADB, IMF of Fitch gevonden. De hoge afhankelijkheid maakt het risico op een combinatie van hogere inflatie en tragere groei er echter bijzonder groot. Een analyse van MUFG schatte dat elke stijging van de olieprijs met 10 dollar per vat de groei met ongeveer 0,2 procentpunt kan verlagen en de inflatie met circa 0,6 procentpunt kan verhogen .
Japan importeert het grootste deel van zijn ruwe olie en is sterk afhankelijk van aanvoer uit het Midden-Oosten. Een langdurige sluiting verhoogt daardoor de energierekening, verslechtert de handelsbalans en kan de yen verder onder druk zetten.
Een afzonderlijke nieuwe groei- of inflatieprognose voor Japan was in de beschikbare bronnen niet opgenomen. Wel is duidelijk dat de schok rechtstreeks kan doorwerken in de kosten van elektriciteit, productie en transport. Japanse bedrijven en huishoudens krijgen daarmee te maken met hogere invoerprijzen, terwijl de binnenlandse vraag kan verzwakken.
Thailand haalt ongeveer 74 procent van zijn olie uit de Perzische Golf . Er zijn brandstoftekorten en rantsoeneringsmaatregelen gemeld. De hogere energieprijzen werken door in vluchten, scheepvaart, taxidiensten en maaltijd- en voedselprijzen .
ICIS meldde dat de combinatie van olieprijzen boven 100 dollar per vat en dalende Aziatische valuta tegenover de Amerikaanse dollar Zuidoost-Aziatische economieën hard raakt, ook als die vóór de crisis relatief veerkrachtig waren . Voor Thailand was in de beschikbare informatie geen afzonderlijke nieuwe groeiprognose van ADB, IMF of Fitch beschikbaar. Het land behoort wel tot de economieën in de regio die het meest zijn blootgesteld aan een langdurige olieschok.
Fitch verlaagde op 9 juni de prognose voor de Indiase bbp-groei in begrotingsjaar 2026-2027 van 6,7 naar 6,4 procent. De kredietbeoordelaar verwacht dat de groei vooral in de kwartalen september en december vertraagt .
Al in maart waarschuwde Fitch dat duurdere olie de groei in de eerste helft van begrotingsjaar 2026-2027 zou afremmen en de inflatie geleidelijk naar 4,5 procent zou kunnen brengen tegen december 2026 .
India haalt ongeveer 60 procent van zijn ruwe olie uit de Golfregio. Een hogere olieprijs vergroot het tekort op de lopende rekening en veroorzaakt geïmporteerde inflatie. Tegelijk kan New Delhi onder druk komen te staan om de stijging van brandstofprijzen op te vangen met subsidies of belastingverlagingen. Dat zou de overheidsfinanciën belasten.
Een sluiting van ongeveer twee maanden kan volgens Allianz Research de inflatie in opkomende markten met 0,8 tot 1,0 procentpunt verhogen . Het IMF verwacht wereldwijd al 4,4 procent headline-inflatie in 2026 in zijn relatief gunstige referentiescenario .
Voor huishoudens met lage inkomens is dit extra problematisch. Zij besteden doorgaans een groter deel van hun budget aan voedsel, vervoer en energie. Hogere brandstofprijzen kunnen daardoor leiden tot minder consumptie, slechtere voedselzekerheid en een toename van armoederisico’s. Het IMF waarschuwde dat ontwikkelingslanden de gevolgen onevenredig zwaar zullen voelen .
Olie-importerende regeringen staan voor een lastige keuze. Ze kunnen prijsstijgingen doorberekenen, met het risico op verdere inflatie en sociale druk, of ze kunnen consumenten en bedrijven compenseren via subsidies en lagere belastingen. Die tweede optie vergroot de begrotingstekorten juist op een moment dat de economische groei afneemt.
Ontwikkelingseconomieën hebben bovendien vaak minder fiscale ruimte en hogere financieringskosten. De UNCTAD waarschuwde dat hogere energie-, kunstmest-, transport- en verzekeringskosten de voedselprijzen kunnen opdrijven, terwijl veel ontwikkelingslanden al moeite hebben hun schulden te bedienen .
Een daling van Aziatische valuta tegenover de dollar maakt olie-import nog duurder. Dat versterkt de geïmporteerde inflatie en kan de tekorten op de lopende rekening vergroten . Vooral landen die zowel fiscaal als extern kwetsbaar zijn, lopen risico op een zichzelf versterkende schok.
Allianz Research ziet na meer dan drie maanden sluiting in meerdere opkomende markten een hoog recessierisico . Wood Mackenzie waarschuwt dat de mondiale groei onder 2 procent kan zakken en dat een deel van de economische schade blijvend kan zijn . De OESO voorziet in een pessimistischer scenario een verdere wereldwijde groeivertraging als verstoringen tot in 2027 aanhouden .
De meeste prognoses zijn gebaseerd op de aanname dat de handel en productie halverwege 2026 grotendeels normaliseren. Dat is een cruciale voorwaarde. Als de Straat van Hormuz ook in de tweede helft van 2026 grotendeels gesloten blijft, zullen de huidige ramingen voor groei, inflatie en begrotingen waarschijnlijk verder naar beneden worden bijgesteld.
Voor Azië-Pacific is de belangrijkste vraag daarom niet alleen hoe hoog de olieprijs piekt, maar ook hoelang de verstoring duurt. Een korte onderbreking kan vooral een tijdelijke prijs- en handels schok veroorzaken. Een langdurige blokkade kan daarentegen leiden tot blijvend lagere investeringen, hogere armoede, grotere begrotingstekorten en een aanzienlijk groter risico op recessie.
De gevolgen lopen verder dan de pompprijs. Hogere energie- en transportkosten werken door in elektriciteit, voedsel, luchtvaart, industrie en de overheidsbegroting.
De eerste inschatting van de Asian Development Bank was relatief geruststellend: een verstoring van ongeveer een maand zou de groei in ontwikkelend Azië slechts beperkt raken. Het effect zou vooral zichtbaar zijn als een tijdelijke terugval in de jaarlijkse groei. Bij een langdurige sluiting zouden echter hogere energieprijzen en ernstige handelsverstoringen de schade snel vergroten .
Voor het langdurige scenario had de ADB volgens de beschikbare informatie nog geen nieuwe, afzonderlijk gekwantificeerde prognose gepubliceerd.
Het referentiescenario van het IMF gaat uit van een kort conflict en een stijging van de energieprijzen met 19 procent in 2026. Zelfs onder die relatief milde aanname komt de mondiale groei uit op 3,1 procent en de wereldwijde headline-inflatie op 4,4 procent . Dat zou een duidelijke breuk zijn met de dalende inflatietrend van de afgelopen jaren.
Een langduriger stilvallen van de Straat van Hormuz kan volgens het IMF uitmonden in een grote energiecrisis. In dat geval nemen de inflatiedruk en de rem op de economische groei aanzienlijk toe . De sluiting heeft de toegang tot ongeveer 20 procent van de mondiale olie- en over zee vervoerde lng-aanvoer afgesneden. Beschadigde infrastructuur en voorzorgsmaatregelen hebben de olie- en gasproductie bovendien sterk verminderd .
Ook het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Pakistan — de zogeheten MENAP-regio — worden zwaar getroffen. Zelfs in het referentiescenario voorziet het IMF daar voor 2026 een groei van slechts 1,4 procent .
Fitch verlaagde in juni de prognose voor de mondiale groei in 2026 naar 2,4 procent, 0,2 procentpunt lager dan eerder. De kredietbeoordelaar verwees daarbij rechtstreeks naar de olieschok als gevolg van het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran en de sluiting van de zeestraat . Fitch verhoogde ook zijn aannames voor de gemiddelde Brent-prijs in 2026 naar 87 dollar per vat, tegenover 70 dollar in een eerdere prognose .
De waarschuwing van Fitch is duidelijk: als de verstoring langer duurt dan een korte periode, kunnen verdere neerwaartse bijstellingen volgen. Hogere brandstofprijzen drukken op de koopkracht van huishoudens en verhogen de kosten voor bedrijven.
Het IEA beschrijft de blokkade als de grootste verstoring van de olietoevoer ooit . Alleen al in maart daalde het mondiale olieaanbod met 10,1 miljoen vaten per dag . Het agentschap waarschuwde bovendien dat de verlamming van de zeestraat de grootste bedreiging voor de mondiale energiezekerheid in de geschiedenis kan zijn .
Voor 2026 verwacht het IEA dat de mondiale olieproductie gemiddeld ongeveer 1,5 miljoen vaten per dag lager uitvalt dan in 2025. Vergeleken met de prognose van vóór de oorlog betekent dat een omslag van ongeveer 2,6 miljoen vaten per dag .
De OESO verwacht dat de mondiale groei in 2026 vertraagt tot 2,8 procent, tegenover 3,4 procent eerder. Die raming veronderstelt wel dat de energieprijzen halverwege het jaar beginnen te dalen. Als problemen met scheepvaart en energie-infrastructuur aanhouden, zou de vertraging veel groter zijn .
Wood Mackenzie schetst een veel somberder scenario. Bij een langdurige sluiting kan de mondiale groei onder 2 procent zakken. Brent-olie zou tegen het einde van 2026 kunnen oplopen richting 200 dollar per vat, zelfs als de wereldwijde olievraag in de tweede helft van het jaar met 6 miljoen vaten per dag daalt .
Volgens Allianz Research kan een verstoring van minder dan twee maanden de inflatie in opkomende markten met 0,8 tot 1,0 procentpunt verhogen. Voor opkomende economieën buiten China kan de groei met ten minste 0,5 procentpunt worden gedrukt als de sluiting langer aanhoudt .
De Filipijnen zijn van de vier besproken landen het meest afhankelijk van olie uit de Perzische Golf: ongeveer 96 procent van de olie komt daar vandaan . Daardoor werken verstoringen snel door in brandstoftekorten en prijsstijgingen.
Transport, scheepvaart en voedsel worden duurder, waardoor de druk op huishoudens en bedrijven toeneemt . Voor de Filipijnen is geen afzonderlijke, nieuwe groeiprognose van ADB, IMF of Fitch gevonden. De hoge afhankelijkheid maakt het risico op een combinatie van hogere inflatie en tragere groei er echter bijzonder groot. Een analyse van MUFG schatte dat elke stijging van de olieprijs met 10 dollar per vat de groei met ongeveer 0,2 procentpunt kan verlagen en de inflatie met circa 0,6 procentpunt kan verhogen .
Japan importeert het grootste deel van zijn ruwe olie en is sterk afhankelijk van aanvoer uit het Midden-Oosten. Een langdurige sluiting verhoogt daardoor de energierekening, verslechtert de handelsbalans en kan de yen verder onder druk zetten.
Een afzonderlijke nieuwe groei- of inflatieprognose voor Japan was in de beschikbare bronnen niet opgenomen. Wel is duidelijk dat de schok rechtstreeks kan doorwerken in de kosten van elektriciteit, productie en transport. Japanse bedrijven en huishoudens krijgen daarmee te maken met hogere invoerprijzen, terwijl de binnenlandse vraag kan verzwakken.
Thailand haalt ongeveer 74 procent van zijn olie uit de Perzische Golf . Er zijn brandstoftekorten en rantsoeneringsmaatregelen gemeld. De hogere energieprijzen werken door in vluchten, scheepvaart, taxidiensten en maaltijd- en voedselprijzen .
ICIS meldde dat de combinatie van olieprijzen boven 100 dollar per vat en dalende Aziatische valuta tegenover de Amerikaanse dollar Zuidoost-Aziatische economieën hard raakt, ook als die vóór de crisis relatief veerkrachtig waren . Voor Thailand was in de beschikbare informatie geen afzonderlijke nieuwe groeiprognose van ADB, IMF of Fitch beschikbaar. Het land behoort wel tot de economieën in de regio die het meest zijn blootgesteld aan een langdurige olieschok.
Fitch verlaagde op 9 juni de prognose voor de Indiase bbp-groei in begrotingsjaar 2026-2027 van 6,7 naar 6,4 procent. De kredietbeoordelaar verwacht dat de groei vooral in de kwartalen september en december vertraagt .
Al in maart waarschuwde Fitch dat duurdere olie de groei in de eerste helft van begrotingsjaar 2026-2027 zou afremmen en de inflatie geleidelijk naar 4,5 procent zou kunnen brengen tegen december 2026 .
India haalt ongeveer 60 procent van zijn ruwe olie uit de Golfregio. Een hogere olieprijs vergroot het tekort op de lopende rekening en veroorzaakt geïmporteerde inflatie. Tegelijk kan New Delhi onder druk komen te staan om de stijging van brandstofprijzen op te vangen met subsidies of belastingverlagingen. Dat zou de overheidsfinanciën belasten.
Een sluiting van ongeveer twee maanden kan volgens Allianz Research de inflatie in opkomende markten met 0,8 tot 1,0 procentpunt verhogen . Het IMF verwacht wereldwijd al 4,4 procent headline-inflatie in 2026 in zijn relatief gunstige referentiescenario .
Voor huishoudens met lage inkomens is dit extra problematisch. Zij besteden doorgaans een groter deel van hun budget aan voedsel, vervoer en energie. Hogere brandstofprijzen kunnen daardoor leiden tot minder consumptie, slechtere voedselzekerheid en een toename van armoederisico’s. Het IMF waarschuwde dat ontwikkelingslanden de gevolgen onevenredig zwaar zullen voelen .
Olie-importerende regeringen staan voor een lastige keuze. Ze kunnen prijsstijgingen doorberekenen, met het risico op verdere inflatie en sociale druk, of ze kunnen consumenten en bedrijven compenseren via subsidies en lagere belastingen. Die tweede optie vergroot de begrotingstekorten juist op een moment dat de economische groei afneemt.
Ontwikkelingseconomieën hebben bovendien vaak minder fiscale ruimte en hogere financieringskosten. De UNCTAD waarschuwde dat hogere energie-, kunstmest-, transport- en verzekeringskosten de voedselprijzen kunnen opdrijven, terwijl veel ontwikkelingslanden al moeite hebben hun schulden te bedienen .
Een daling van Aziatische valuta tegenover de dollar maakt olie-import nog duurder. Dat versterkt de geïmporteerde inflatie en kan de tekorten op de lopende rekening vergroten . Vooral landen die zowel fiscaal als extern kwetsbaar zijn, lopen risico op een zichzelf versterkende schok.
Allianz Research ziet na meer dan drie maanden sluiting in meerdere opkomende markten een hoog recessierisico . Wood Mackenzie waarschuwt dat de mondiale groei onder 2 procent kan zakken en dat een deel van de economische schade blijvend kan zijn . De OESO voorziet in een pessimistischer scenario een verdere wereldwijde groeivertraging als verstoringen tot in 2027 aanhouden .
De meeste prognoses zijn gebaseerd op de aanname dat de handel en productie halverwege 2026 grotendeels normaliseren. Dat is een cruciale voorwaarde. Als de Straat van Hormuz ook in de tweede helft van 2026 grotendeels gesloten blijft, zullen de huidige ramingen voor groei, inflatie en begrotingen waarschijnlijk verder naar beneden worden bijgesteld.
Voor Azië-Pacific is de belangrijkste vraag daarom niet alleen hoe hoog de olieprijs piekt, maar ook hoelang de verstoring duurt. Een korte onderbreking kan vooral een tijdelijke prijs- en handels schok veroorzaken. Een langdurige blokkade kan daarentegen leiden tot blijvend lagere investeringen, hogere armoede, grotere begrotingstekorten en een aanzienlijk groter risico op recessie.