Een van de meest sprekende bevindingen is dat deze genetische bijdragen niet in één keer plaatsvonden. De signalen van de Planctomycetota zijn het oudst, wat impliceert dat zij al heel vroeg in de ontwikkeling van de eukaryote stamreeks genen overdroegen. De signalen van de Myxococcota en de voorouder van de mitochondriën liggen dichter bij elkaar in de tijd, later in het proces . Dit patroon schetst een beeld van een stapsgewijze, geleidelijke opbouw van complexiteit, waarin LECA over een langere periode genen en eigenschappen verzamelde uit zijn microbiële omgeving.
Het verhaal stopt niet bij bacteriën. De studie identificeert ook genen in LECA die afkomstig lijken te zijn van reuzenvirussen uit het fylum Nucleocytoviricota ,
. Deze virussen, met genomen die kunnen wedijveren met die van bacteriën, hebben waarschijnlijk gediend als voertuigen voor horizontale genoverdracht. Ze pikten genen op van de ene microbe en brachten die over naar een andere, als een soort prehistorische koeriersdienst die de genetische uitwisseling in de oersoep versnelde
.
Het onderzoek herdefinieert eukaryogenese niet als een geïsoleerde, binaire gebeurtenis, maar als een gemeenschapsproces dat zich voltrok in dichte microbiële matten. In deze omgevingen leefden talloze verschillende micro-organismen dicht op elkaar en wisselden over lange perioden genetisch materiaal uit. Gabaldón en zijn team gebruikten een conservatieve benadering die ze omschrijven als 'moleculaire archeologie', waarmee ze de genetische fundamenten van het complexe leven blootlegden .
Deze vernieuwde kijk relativeert het klassieke 'tweekampmodel' niet, maar plaatst het in een veel rijkere context. De fusie die leidde tot de mitochondriën was een cruciale, maar zeker niet de enige stap op weg naar het complexe leven dat de aarde vandaag domineert.
Comments
0 comments