De kern van het probleem: banken moeten miljarden uitlenen tegen aandelen van een bedrijf waarvan de waarde in korte tijd sterk kan verschuiven — en dat nog niet op een openbare beurs wordt verhandeld.
Bloomberg meldde begin mei 2026 dat SoftBank zijn doel voor de geplande marginlening met 40% had verlaagd na aarzelingen bij schuldeisers . De lening moest SoftBank in staat stellen zijn grote inzet op OpenAI, de maker van ChatGPT, verder te benutten.
De oorspronkelijke opzet riep meteen vragen op over de waardering van een niet-beursgenoteerd bedrijf als OpenAI . Het lagere doelbedrag van 6 miljard dollar wees erop dat banken een grotere veiligheidsmarge wilden inbouwen tegenover de waarde van het onderpand . Op dat moment waren de gesprekken nog gaande, maar in juni kwam er geen doorbraak.
Op 10 juni meldden Bloomberg en andere media dat de onderhandelingen met potentiële kredietverstrekkers volledig waren vastgelopen . SoftBank onderzoekt nu andere manieren om geld op te halen, al kan het concern de marginlening later opnieuw op tafel leggen .
Bij een klassieke marginlening gaat het doorgaans om liquide effecten met een duidelijke marktprijs. Banken kunnen die aandelen, als de waarde daalt, relatief snel verkopen of aanvullende zekerheden eisen.
Dat ligt anders bij OpenAI. Het bedrijf is weliswaar een van de waardevolste spelers in de AI-sector, maar is nog steeds privaat. Kredietverstrekkers moeten de waarde van SoftBanks belang daarom afleiden uit recente financieringsrondes of transacties op de secundaire markt. Daar ontbreekt de dagelijkse prijsinformatie van een beursnotering .
Drie onzekerheden spelen daarbij een belangrijke rol:
OpenAI diende op 8 juni 2026 vertrouwelijk een S-1-registratie in bij de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC), de Amerikaanse beurswaakhond . Goldman Sachs en Morgan Stanley zouden de mogelijke beursgang begeleiden. Volgens berichtgeving zou een beursdebuut mogelijk al in september 2026 kunnen plaatsvinden, bij een waardering van ongeveer 730 tot 850 miljard dollar .
Op het eerste gezicht zou een beursgang juist de oplossing kunnen zijn voor het waarderingsprobleem. Een openbare notering levert immers een marktprijs op. Maar de aanvraag is vertrouwelijk ingediend. Daardoor zijn de gecontroleerde omzetcijfers en andere financiële details nog niet publiek beschikbaar .
Voor kredietverstrekkers ontstaat zo een ongemakkelijke tussenfase: zij weten dat er mogelijk een openbare waardering aankomt, maar beschikken vandaag nog niet over de informatie om een lening van miljarden dollars zorgvuldig te beoordelen. Pas wanneer de registratie openbaar wordt, de aandelen worden geprijsd en de beursgang daadwerkelijk doorgaat, ontstaat een duidelijker referentiepunt .
OpenAI temperde de verwachtingen bovendien zelf. In een blogbericht schreef het bedrijf: "We hebben nog geen moment gekozen; het kan nog even duren, omdat er dingen zijn die we waarschijnlijk gemakkelijker als private onderneming kunnen doen" .
De vastgelopen marginlening staat niet op zichzelf. Ze is een onderdeel van de omvangrijke financieringsstrategie van topman Masayoshi Son, waarmee SoftBank zijn AI-belang verder wil uitbreiden.
Op 27 maart 2026 sloot SoftBank een ongedekte overbruggingslening van 40 miljard dollar af — een recordbedrag voor het concern . De faciliteit loopt twaalf maanden en vervalt in maart 2027. Het geld is vooral bedoeld voor SoftBanks vervolginvestering van 30 miljard dollar in OpenAI via Vision Fund 2, naast andere kosten .
De eerste groep banken bestond onder meer uit JPMorgan Chase, Goldman Sachs, Mizuho Bank, Sumitomo Mitsui Banking Corporation en MUFG Bank. Later sloten zich volgens berichtgeving nog meer banken als sub-underwriters aan .
De lening van 40 miljard dollar is ongedekte bedrijfsschuld: de kredietverstrekkers baseren zich vooral op SoftBanks kredietwaardigheid. De voorgestelde marginlening zou daar een extra hefboom bovenop zetten en rechtstreeks worden gedekt door SoftBanks belang in OpenAI .
Dat verschil verklaart ook de uiteenlopende reacties van banken. Zij blijken bereid SoftBank op basis van het concern zelf zeer grote bedragen te lenen. Maar zodra de lening direct afhankelijk wordt van aandelen in een private onderneming met een moeilijk vast te stellen waarde, wordt de risicobereidheid veel kleiner. Volgens berichtgeving verliest OpenAI 2,20 dollar voor iedere dollar omzet .
SoftBanks totale toegezegde blootstelling aan OpenAI bedraagt inmiddels ongeveer 64,6 miljard dollar, goed voor circa 13% van het bedrijf . De vraag voor beleggers is nu hoe lang SoftBank die positie kan blijven financieren met nieuwe, complexe schuldconstructies — en of kredietverstrekkers bereid blijven daaraan mee te doen.
De kern van het probleem: banken moeten miljarden uitlenen tegen aandelen van een bedrijf waarvan de waarde in korte tijd sterk kan verschuiven — en dat nog niet op een openbare beurs wordt verhandeld.
Bloomberg meldde begin mei 2026 dat SoftBank zijn doel voor de geplande marginlening met 40% had verlaagd na aarzelingen bij schuldeisers . De lening moest SoftBank in staat stellen zijn grote inzet op OpenAI, de maker van ChatGPT, verder te benutten.
De oorspronkelijke opzet riep meteen vragen op over de waardering van een niet-beursgenoteerd bedrijf als OpenAI . Het lagere doelbedrag van 6 miljard dollar wees erop dat banken een grotere veiligheidsmarge wilden inbouwen tegenover de waarde van het onderpand . Op dat moment waren de gesprekken nog gaande, maar in juni kwam er geen doorbraak.
Op 10 juni meldden Bloomberg en andere media dat de onderhandelingen met potentiële kredietverstrekkers volledig waren vastgelopen . SoftBank onderzoekt nu andere manieren om geld op te halen, al kan het concern de marginlening later opnieuw op tafel leggen .
Bij een klassieke marginlening gaat het doorgaans om liquide effecten met een duidelijke marktprijs. Banken kunnen die aandelen, als de waarde daalt, relatief snel verkopen of aanvullende zekerheden eisen.
Dat ligt anders bij OpenAI. Het bedrijf is weliswaar een van de waardevolste spelers in de AI-sector, maar is nog steeds privaat. Kredietverstrekkers moeten de waarde van SoftBanks belang daarom afleiden uit recente financieringsrondes of transacties op de secundaire markt. Daar ontbreekt de dagelijkse prijsinformatie van een beursnotering .
Drie onzekerheden spelen daarbij een belangrijke rol:
OpenAI diende op 8 juni 2026 vertrouwelijk een S-1-registratie in bij de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (SEC), de Amerikaanse beurswaakhond . Goldman Sachs en Morgan Stanley zouden de mogelijke beursgang begeleiden. Volgens berichtgeving zou een beursdebuut mogelijk al in september 2026 kunnen plaatsvinden, bij een waardering van ongeveer 730 tot 850 miljard dollar .
Op het eerste gezicht zou een beursgang juist de oplossing kunnen zijn voor het waarderingsprobleem. Een openbare notering levert immers een marktprijs op. Maar de aanvraag is vertrouwelijk ingediend. Daardoor zijn de gecontroleerde omzetcijfers en andere financiële details nog niet publiek beschikbaar .
Voor kredietverstrekkers ontstaat zo een ongemakkelijke tussenfase: zij weten dat er mogelijk een openbare waardering aankomt, maar beschikken vandaag nog niet over de informatie om een lening van miljarden dollars zorgvuldig te beoordelen. Pas wanneer de registratie openbaar wordt, de aandelen worden geprijsd en de beursgang daadwerkelijk doorgaat, ontstaat een duidelijker referentiepunt .
OpenAI temperde de verwachtingen bovendien zelf. In een blogbericht schreef het bedrijf: "We hebben nog geen moment gekozen; het kan nog even duren, omdat er dingen zijn die we waarschijnlijk gemakkelijker als private onderneming kunnen doen" .
De vastgelopen marginlening staat niet op zichzelf. Ze is een onderdeel van de omvangrijke financieringsstrategie van topman Masayoshi Son, waarmee SoftBank zijn AI-belang verder wil uitbreiden.
Op 27 maart 2026 sloot SoftBank een ongedekte overbruggingslening van 40 miljard dollar af — een recordbedrag voor het concern . De faciliteit loopt twaalf maanden en vervalt in maart 2027. Het geld is vooral bedoeld voor SoftBanks vervolginvestering van 30 miljard dollar in OpenAI via Vision Fund 2, naast andere kosten .
De eerste groep banken bestond onder meer uit JPMorgan Chase, Goldman Sachs, Mizuho Bank, Sumitomo Mitsui Banking Corporation en MUFG Bank. Later sloten zich volgens berichtgeving nog meer banken als sub-underwriters aan .
De lening van 40 miljard dollar is ongedekte bedrijfsschuld: de kredietverstrekkers baseren zich vooral op SoftBanks kredietwaardigheid. De voorgestelde marginlening zou daar een extra hefboom bovenop zetten en rechtstreeks worden gedekt door SoftBanks belang in OpenAI .
Dat verschil verklaart ook de uiteenlopende reacties van banken. Zij blijken bereid SoftBank op basis van het concern zelf zeer grote bedragen te lenen. Maar zodra de lening direct afhankelijk wordt van aandelen in een private onderneming met een moeilijk vast te stellen waarde, wordt de risicobereidheid veel kleiner. Volgens berichtgeving verliest OpenAI 2,20 dollar voor iedere dollar omzet .
SoftBanks totale toegezegde blootstelling aan OpenAI bedraagt inmiddels ongeveer 64,6 miljard dollar, goed voor circa 13% van het bedrijf . De vraag voor beleggers is nu hoe lang SoftBank die positie kan blijven financieren met nieuwe, complexe schuldconstructies — en of kredietverstrekkers bereid blijven daaraan mee te doen.