Peking ziet zijn sterke punten—het grootste AI-patentenportfolio ter wereld, meer dan 6.200 AI-bedrijven en een kernindustrie die 1,2 biljoen yuan waard is—als bewijs van zijn vermogen om bij te dragen aan mondiale ontwikkeling, niet als een bedreiging .
Aan de andere kant van de Stille Oceaan klinkt een heel ander geluid, perfect verwoord door voormalig minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice:
De spanning tussen de twee visies wordt verder op scherp gezet door het Amerikaanse beleid van exportcontroles. Gedurende 2025 en 2026 heeft Washington de beperkingen op de export van geavanceerde AI-chips en halfgeleiderapparatuur naar China consequent aangescherpt. Peking verzet zich hier fel tegen en ziet het als "pogingen om militarisering op te voeren en ontwikkeling te blokkeren" .
Ondanks de harde retoriek blijft het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken herhalen open te staan voor AI-samenwerking met de VS, en verklaarde het dat het onderwerp ter sprake kwam tijdens recente topontmoetingen tussen de leiders . Toch is er geen formeel bilateraal AI-bestuurskader publiekelijk aangekondigd.
Tijdens dit onderzoek was er onvoldoende bewijs beschikbaar om concrete gevallen van Sino-Amerikaanse samenwerkingsprojecten in 2025–2026 op het gebied van grote taalmodellen of robotica te bevestigen, noch om een formeel bilateraal AI-overlegkanaal te verifiëren. Deze aspecten van de relatie blijven voorlopig nog een open vraag.
De kloof is helder: waar Washington een technologische suprematiestrijd uitvecht, probeert Peking de spelregels zelf te veranderen naar een model van mondiaal beheerd, gedeeld eigenaarschap. De uitkomst van deze botsing der visies zal de komende decennia de mondiale technologische orde bepalen.
Comments
0 comments