Nu komen verschillende onderzoeksteams met een opvallend antwoord: de ontbrekende schakel zou kwantummagie kunnen zijn.
In de kwantuminformatietheorie is ‘magie’ de populaire naam voor niet-stabilizerheid (non-stabilizerness): een maat voor hoe ver een kwantumtoestand afwijkt van zogenoemde stabilizertoestanden. Die speciale toestanden zijn relatief eenvoudig klassiek te simuleren dankzij de stelling van Gottesman en Knill. Zonder magie blijven kwantumcomputers in een belangrijke zin binnen het bereik van klassieke simulaties; magie is de hulpbron die universele kwantumcomputatie en een echt kwantumvoordeel mogelijk maakt .
Magie beschrijft iets anders dan verstrengeling. Verstrengeling gaat over kwantumcorrelaties tussen onderdelen van een systeem. Magie gaat over een diepere vorm van kwantumcomplexiteit: de mate waarin een toestand moeilijk klassiek na te bootsen is .
Holografische modellen die zijn opgebouwd uit stabilizercodes, zoals netwerken van perfecte tensoren, kunnen veel patronen van verstrengeling in een zwaartekrachttheorie nabootsen. Maar hun geometrie blijft doorgaans vaststaan.
De term die de oppervlakte-entropie beschrijft, is in zulke modellen onafhankelijk van de toestand. Verandert de toestand aan de grens van het systeem, dan verandert de geometrie in het ‘binnengebied’ niet mee. Het resultaat lijkt daardoor meer op kwantumvelden op een onveranderlijke achtergrond dan op een dynamische kosmos waarin materie de geometrie zelf herschrijft .
Theoretische resultaten uit de afgelopen jaren wijzen er bovendien op dat exacte kwantumfoutcorrigerende codes in het stabilizerformalisme geen niet-triviale oppervlakte-operator kunnen ondersteunen. Juist zo’n operator is nodig om een geometrie te beschrijven die op haar inhoud reageert .
Een reeks studies uit 2024 tot en met 2026 maakt de relatie tussen beide begrippen concreter.
In het onderzoek Gravitational back-reaction is magical bestuderen Cao, Cheng, Hamma, Leone, Munizzi en Oliviero de wisselwerking tussen verstrengeling en magie. Zij laten zien dat niet-lokale magie — magie die wordt gedragen door kwantumcorrelaties — samenhangt met de mate waarin het verstrengelingsspectrum afwijkt van een vlak spectrum. In conforme veldentheorieën met een holografische zwaartekrachtspartner verdwijnt de niet-lokale magie volgens hun resultaat precies wanneer er geen zwaartekrachtsterugwerking is. Ook blijkt zij verband te houden met de moeilijkheid om de gekromde geometrie uit informatie aan de grens te reconstrueren .
De studie State-dependent geometries from magic-enriched quantum codes werkt dat mechanisme uit in concrete modellen. Wanneer onderzoekers magie toevoegen aan holografische stabilizercodes, veranderen die exacte foutcorrigerende codes in benaderende kwantumfoutcorrigerende codes. De oppervlakte-entropieterm wordt dan afhankelijk van de kwantumtoestand — precies het gedrag dat nodig is om zwaartekrachtsterugwerking te beschrijven.
De simulaties voegden magie toe via coherente ruis en overrotaties, effecten die ook voorkomen in ionenval-kwantumcomputers. De onderzoekers koppelen de geometrische reactie aan een vorm van tripartiete, niet-lokale magie in de Choi-toestand van de coderingsbewerking .
John Preskill van Caltech heeft deze richting nadrukkelijk verbonden aan toekomstige laboratoriumexperimenten. Volgens de in zijn presentatie geschetste route moeten simulaties van kwantumzwaartekracht naast verstrengeling ook ‘magie en zwaartekrachtsterugwerking’ bevatten. Door magische toestanden in een kwantumprocessor te injecteren, zouden onderzoekers bepaalde aspecten van holografische zwaartekracht kunnen nabootsen .
Resultaten uit de branewereld-holografie ondersteunen hetzelfde algemene beeld. In deze benadering worden semiclassieke oplossingen gebouwd waarin kwantummaterie terugwerkt op een klassiek-ogende metriek. Daarbij kan de terugwerking van kwantummaterie horizonten voortbrengen, de zogenoemde ‘kwantumcensors’. Dat suggereert dat de informatieresources achter dit effect verder gaan dan eenvoudige verstrengeling .
Het opkomende beeld is eenvoudig samen te vatten:
Binnen deze holografische benadering kunnen de Einsteinvergelijkingen worden afgeleid uit de eerste hoofdwet van de entanglement-entropie — maar alleen wanneer het verstrengelingsspectrum voldoende niet-vlak is. Dat is precies het soort structuur dat met magie wordt gekwantificeerd .
In die interpretatie verandert magie een vaste holografische code in een model van een universum dat op zijn inhoud reageert . Dat betekent niet dat natuurkundigen al hebben bewezen dat de ruimtetijd letterlijk uit magie bestaat. Wel biedt het begrip een meetbare kwantumresource die mogelijk de ontbrekende stap tussen geometrie en dynamica markeert.
De onderzoeksrichting ontwikkelt zich snel, maar de hoofdvraag is nog niet definitief beantwoord. De huidige resultaten wijzen erop dat magie noodzakelijk is voor zwaartekrachtsterugwerking en er sterk mee samenhangt. Of magie ook voldoende is — dus of de volledige Einsteinvergelijkingen rechtstreeks uit magie kunnen worden afgeleid, zonder aanvullende voorwaarden naast verstrengeling — blijft een open probleem. Die directe afleiding is nog niet volledig bewezen .
Toch is de convergentie van meerdere onafhankelijke onderzoekslijnen opmerkelijk. Voor het eerst kunnen natuurkundigen een specifieke en in principe meetbare kwantumresource aanwijzen die mogelijk verklaart waarom materie niet alleen door de ruimtetijd wordt gedragen, maar haar ook kromt.
Nu komen verschillende onderzoeksteams met een opvallend antwoord: de ontbrekende schakel zou kwantummagie kunnen zijn.
In de kwantuminformatietheorie is ‘magie’ de populaire naam voor niet-stabilizerheid (non-stabilizerness): een maat voor hoe ver een kwantumtoestand afwijkt van zogenoemde stabilizertoestanden. Die speciale toestanden zijn relatief eenvoudig klassiek te simuleren dankzij de stelling van Gottesman en Knill. Zonder magie blijven kwantumcomputers in een belangrijke zin binnen het bereik van klassieke simulaties; magie is de hulpbron die universele kwantumcomputatie en een echt kwantumvoordeel mogelijk maakt .
Magie beschrijft iets anders dan verstrengeling. Verstrengeling gaat over kwantumcorrelaties tussen onderdelen van een systeem. Magie gaat over een diepere vorm van kwantumcomplexiteit: de mate waarin een toestand moeilijk klassiek na te bootsen is .
Holografische modellen die zijn opgebouwd uit stabilizercodes, zoals netwerken van perfecte tensoren, kunnen veel patronen van verstrengeling in een zwaartekrachttheorie nabootsen. Maar hun geometrie blijft doorgaans vaststaan.
De term die de oppervlakte-entropie beschrijft, is in zulke modellen onafhankelijk van de toestand. Verandert de toestand aan de grens van het systeem, dan verandert de geometrie in het ‘binnengebied’ niet mee. Het resultaat lijkt daardoor meer op kwantumvelden op een onveranderlijke achtergrond dan op een dynamische kosmos waarin materie de geometrie zelf herschrijft .
Theoretische resultaten uit de afgelopen jaren wijzen er bovendien op dat exacte kwantumfoutcorrigerende codes in het stabilizerformalisme geen niet-triviale oppervlakte-operator kunnen ondersteunen. Juist zo’n operator is nodig om een geometrie te beschrijven die op haar inhoud reageert .
Een reeks studies uit 2024 tot en met 2026 maakt de relatie tussen beide begrippen concreter.
In het onderzoek Gravitational back-reaction is magical bestuderen Cao, Cheng, Hamma, Leone, Munizzi en Oliviero de wisselwerking tussen verstrengeling en magie. Zij laten zien dat niet-lokale magie — magie die wordt gedragen door kwantumcorrelaties — samenhangt met de mate waarin het verstrengelingsspectrum afwijkt van een vlak spectrum. In conforme veldentheorieën met een holografische zwaartekrachtspartner verdwijnt de niet-lokale magie volgens hun resultaat precies wanneer er geen zwaartekrachtsterugwerking is. Ook blijkt zij verband te houden met de moeilijkheid om de gekromde geometrie uit informatie aan de grens te reconstrueren .
De studie State-dependent geometries from magic-enriched quantum codes werkt dat mechanisme uit in concrete modellen. Wanneer onderzoekers magie toevoegen aan holografische stabilizercodes, veranderen die exacte foutcorrigerende codes in benaderende kwantumfoutcorrigerende codes. De oppervlakte-entropieterm wordt dan afhankelijk van de kwantumtoestand — precies het gedrag dat nodig is om zwaartekrachtsterugwerking te beschrijven.
De simulaties voegden magie toe via coherente ruis en overrotaties, effecten die ook voorkomen in ionenval-kwantumcomputers. De onderzoekers koppelen de geometrische reactie aan een vorm van tripartiete, niet-lokale magie in de Choi-toestand van de coderingsbewerking .
John Preskill van Caltech heeft deze richting nadrukkelijk verbonden aan toekomstige laboratoriumexperimenten. Volgens de in zijn presentatie geschetste route moeten simulaties van kwantumzwaartekracht naast verstrengeling ook ‘magie en zwaartekrachtsterugwerking’ bevatten. Door magische toestanden in een kwantumprocessor te injecteren, zouden onderzoekers bepaalde aspecten van holografische zwaartekracht kunnen nabootsen .
Resultaten uit de branewereld-holografie ondersteunen hetzelfde algemene beeld. In deze benadering worden semiclassieke oplossingen gebouwd waarin kwantummaterie terugwerkt op een klassiek-ogende metriek. Daarbij kan de terugwerking van kwantummaterie horizonten voortbrengen, de zogenoemde ‘kwantumcensors’. Dat suggereert dat de informatieresources achter dit effect verder gaan dan eenvoudige verstrengeling .
Het opkomende beeld is eenvoudig samen te vatten:
Binnen deze holografische benadering kunnen de Einsteinvergelijkingen worden afgeleid uit de eerste hoofdwet van de entanglement-entropie — maar alleen wanneer het verstrengelingsspectrum voldoende niet-vlak is. Dat is precies het soort structuur dat met magie wordt gekwantificeerd .
In die interpretatie verandert magie een vaste holografische code in een model van een universum dat op zijn inhoud reageert . Dat betekent niet dat natuurkundigen al hebben bewezen dat de ruimtetijd letterlijk uit magie bestaat. Wel biedt het begrip een meetbare kwantumresource die mogelijk de ontbrekende stap tussen geometrie en dynamica markeert.
De onderzoeksrichting ontwikkelt zich snel, maar de hoofdvraag is nog niet definitief beantwoord. De huidige resultaten wijzen erop dat magie noodzakelijk is voor zwaartekrachtsterugwerking en er sterk mee samenhangt. Of magie ook voldoende is — dus of de volledige Einsteinvergelijkingen rechtstreeks uit magie kunnen worden afgeleid, zonder aanvullende voorwaarden naast verstrengeling — blijft een open probleem. Die directe afleiding is nog niet volledig bewezen .
Toch is de convergentie van meerdere onafhankelijke onderzoekslijnen opmerkelijk. Voor het eerst kunnen natuurkundigen een specifieke en in principe meetbare kwantumresource aanwijzen die mogelijk verklaart waarom materie niet alleen door de ruimtetijd wordt gedragen, maar haar ook kromt.