De briefschrijvers benadrukten dat het om vereenvoudiging ging, niet om deregulering. De evaluatie moest een “gelijk speelveld met andere grote jurisdicties” waarborgen, met behoud van de veerkracht van de banksector . Dit onderscheid was cruciaal: men wilde minder grensoverschrijdende obstakels, geen versoepeling van de veiligheidsnormen.
De brief leidde tot twee onmiddellijke institutionele reacties. De Europese Commissie kondigde een bredere evaluatie van de EU-bankregels aan, met rapportage voorzien in 2026 . Daarnaast richtte de Raad van Bestuur van de ECB een High-Level Task Force on Simplification (HLTF) op onder leiding van vicepresident Luis de Guindos, met daarin de centralebankpresidenten van Frankrijk, Duitsland, Italië, Estland en Finland
.
De frustratie van de centralebankpresidenten vindt zijn oorsprong in meetbare problemen. Volgens sectoranalyses zit er meer dan €225 miljard aan kapitaal en €250 miljard aan liquiditeiten vast in dochterondernemingen van Europese bankgroepen, simpelweg door het ontbreken van grensoverschrijdende vrijstellingen . Door een strikt nationale toepassingswijze van de regels kunnen kapitaal en liquiditeiten niet vrij stromen binnen één bankgroep die in meerdere lidstaten actief is
.
In de gerichte raadpleging van de Europese Commissie over het concurrentievermogen van de banksector, opgestart onder deze druk, worden drie categorieën obstakels genoemd :
De conclusie van de Commissie is dat EU-banken obstakels ondervinden om de voordelen van de interne markt te benutten die “niet direct verband houden met de prudentiële vereisten”, waaronder ook traditionele factoren zoals taal, cultuur en nationale voorkeuren . Het overkoepelende doel, onderschreven door het Europees Parlement, is het creëren van één rechtsgebied voor grensoverschrijdende banken dat “land-blind” is vanuit het oogpunt van regelgeving, toezicht en crisisbeheer
.
Verschillende EU-instellingen hebben inmiddels concrete hervormingsvoorstellen gepubliceerd. Dit zijn de belangrijkste.
In december 2025 onderschreef de Raad van Bestuur van de ECB de aanbevelingen van de High-Level Task Force on Simplification. De hervormingen hebben tot doel het aantal elementen in het risicogewogen en leverage ratio-raamwerk te verminderen, een wezenlijk eenvoudiger prudentieel regime voor kleinere banken in te voeren en een Europees governancemechanisme in te stellen dat holistisch naar het totale kapitaalniveau kijkt .
De Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (SRB) heeft gerichte wijzigingen voorgesteld in de regels voor microprudentieel ingrijpen en crisisbeheer, met het expliciete doel om grensoverschrijdende fusies en overnames een impuls te geven . Dit raamwerk wordt beheerst door drie principes
:
Het Europees Parlement steunt deze koers en dringt aan op wetgeving die grensoverschrijdend bankieren binnen de bankenunie op hetzelfde niveau behandelt als nationaal bankieren en de interne samenhang van grote bankgroepen ondersteunt .
In zijn reactie van april 2026 op de raadpleging van de Commissie riep de Raad van Bestuur van de ECB ertoe op de eurozone “meer als één rechtsgebied te laten functioneren in termen van financiële regelgeving” . Dit voorstel, gesteund door alle centrale banken van de eurozone, zou betekenen dat kapitaal en liquiditeiten vrij kunnen stromen binnen een grensoverschrijdende bankgroep
.
De Raad van Bestuur drong expliciet aan op gesynchroniseerde vooruitgang op alle onderdelen van de bankenunie, inclusief concrete stappen richting EDIS “met een duidelijk tijdschema voor implementatie”, naast diepere kapitaalmarkten via de Spaar- en Investeringsunie .
De vereenvoudigingsagenda van de ECB reikt verder dan de prudentiële regels en omvat ook de financiële infrastructuur waarin banken opereren, waaronder grensoverschrijdende betalingssystemen . Tegelijkertijd heeft de Europese Bankautoriteit (EBA) belemmeringen voor het grensoverschrijdend aanbieden van bank- en betalingsdiensten in kaart gebracht en pleit zij voor een actualisering van de Mededeling van de Commissie uit 1997 over de vrijheid van dienstverlening, om rekening te houden met technologische ontwikkelingen
.
Het Europees depositogarantiestelsel (EDIS) werd voor het eerst door de Commissie voorgesteld in november 2015 als de derde pijler van de bankenunie, naast het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (SSM) en het Gemeenschappelijk Afwikkelingsmechanisme (SRM) . Het oorspronkelijke voorstel voorzag in een gefaseerde opbouw over acht jaar
:
EDIS stuitte jarenlang op politieke tegenstand. De brief van de centralebankpresidenten van februari 2025 en de daaropvolgende ECB-taskforce hebben het voorstel nieuw leven ingeblazen tot een centrale eis. In de reactie van het Eurosysteem op de Commissieraadpleging van april 2026 werd opgeroepen tot “concrete stappen richting de voltooiing van een Europees depositogarantiestelsel (EDIS), met een duidelijk tijdschema voor implementatie” . De werkgroep van de Raad van de EU buigt zich nog steeds over het voorstel
.
De hernieuwde aandacht voor EDIS is niet slechts een institutioneel opruimklusje. Voorstanders stellen dat het de vicieuze cirkel tussen overheden en banken kan doorbreken door de band tussen de nationale begrotingsgezondheid en depositobescherming te verzwakken, wat een werkelijk geïntegreerde bankenmarkt oplevert .
Hoewel de initiële push voor vereenvoudiging van de centralebankpresidenten van Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje kwam, is de politieke coalitie sindsdien uitgebreid. De ministers van Financiën van deze vier landen, samen met Nederland en Polen – informeel bekend als de “E6” – hebben meerdere gezamenlijke brieven gestuurd waarin ze aandringen op snellere financiële integratie .
In maart 2026 drong de E6 er bij de EU op aan om tegen de zomer overeenstemming te bereiken over voorstellen om het toezicht op financiëlemarktinfrastructuren te versterken en grensoverschrijdende operaties te verbeteren . In mei 2026 detailleerden ze zes prioritaire gebieden voor het pakket rond de verordening markten in financiële instrumenten (MiFIR) en de richtlijn markten voor financiële instrumenten (MiFID), waaronder grensoverschrijdende distributie van fondsen, de consolidated tape en gecentraliseerd toezicht op systeemrelevante marktinfrastructuren onder de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)
.
De uitbreiding van een initiatief van centralebankpresidenten naar een coalitie van ministers van Financiën is een teken dat het debat is verschoven van technische regelgeving naar politieke prioriteit. Een gezamenlijk standpunt uit eind 2025 van Frankrijk, Duitsland, Italië, Letland, Nederland en Spanje verankerde de vereenvoudigingsagenda verder in de bredere Spaar- en Investeringsunie .
De beschikbare documenten geven geen specifieke begrotings- of inflatiegegevens voor Frankrijk, Italië en Spanje die hun binnenlandse economische druk rechtstreeks koppelen aan de grensoverschrijdende bankenpush . De manier waarop de hervormingen worden geframed – concurrentievermogen, kapitaal- en financieringscapaciteit, en het vermogen van banken om de reële economie te ondersteunen – suggereert echter dat economische groei de onderliggende motivatie is, in plaats van acute budgettaire noodzaak
.
De brief van de centralebankpresidenten richtte zich op concurrentievermogen met wereldwijde spelers, niet op binnenlandse begrotingsdruk, en de reacties op EU-niveau benadrukken marktintegratie en vereenvoudiging, niet versoepelde kredietvoorwaarden. Het beschikbare bewijs ondersteunt geen directe causale lijn van nationale inflatie- of schuldniveaus naar de specifieke regelgevingsvoorstellen, en een dergelijke bewering zou verder gaan dan wat de bronnen vaststellen.
De agenda van de coalitie beweegt zich gelijktijdig op meerdere sporen: de aanbevelingen van de ECB-taskforce worden geïmplementeerd, de herziening van het concurrentievermogen door de Commissie is gaande, en EDIS ligt voor het eerst in jaren weer in de werkgroepdiscussies van de Raad . De parallelle inzet van de E6 voor integratie van de kapitaalmarkten en gecentraliseerd ESMA-toezicht laat zien dat de ambitie verder reikt dan bankieren, tot in de architectuur van de Europese financiële wereld zelf
.
Wat nog onopgelost is, is of de politieke consensus standhoudt wanneer concrete EDIS-tijdschema's en mechanismen voor grensoverschrijdende verliesdeling worden onderhandeld. De nadruk van de centralebankpresidenten dat vereenvoudiging geen deregulering mag betekenen, heeft de coalitie tot nu toe intact gehouden, maar de lastigste fase – het omzetten van principes in bindende regels – is nog maar net begonnen.
Voor nu is de richting duidelijk: de grootste economieën van Europa hebben geconcludeerd dat een gefragmenteerde bankenmarkt een structurele zwakte is, en ze zetten het volledige institutionele instrumentarium in om dit te verhelpen.
Comments
0 comments