De Franse minister van Buitenlandse Zaken, Jean‑Noël Barrot, maakte vervolgens bekend dat Ben‑Gvir niet langer welkom is op Frans grondgebied. Volgens hem waren de handelingen van de minister tegenover Franse en Europese burgers “verwerpelijk” en “onuitspreekbaar”.
Vooral de beelden zelf speelden een grote rol in de diplomatieke reactie. Volgens berichten waren activisten gedwongen te knielen met hun handen vastgebonden terwijl de minister hen bespotte nadat hun schepen waren onderschept.
Voor veel Europese regeringen riep dit ernstige vragen op over de behandeling en mogelijke vernedering van gevangenen, zeker omdat onder de arrestanten ook Europese burgers waren. Verschillende landen riepen Israëlische diplomaten op het matje om uitleg te geven.
Critici stelden dat de video een vernederende situatie liet zien en dat het feit dat een hoge regeringsfunctionaris gevangenen publiekelijk bespotte de spanningen alleen maar verder aanwakkerde.
Het Franse inreisverbod staat niet op zichzelf. In juni 2025 kondigden het Verenigd Koninkrijk, Australië, Canada, Nieuw‑Zeeland en Noorwegen gezamenlijk sancties en andere maatregelen aan tegen Ben‑Gvir en een andere Israëlische minister.
Volgens deze landen hielden de sancties verband met beschuldigingen dat de ministers geweld tegen Palestijnse gemeenschappen op de Westelijke Jordaanoever zouden hebben aangewakkerd. In sommige gevallen ging het om reisbeperkingen en het bevriezen van tegoeden.
Deze maatregelen weerspiegelden een groeiende frustratie bij westerse bondgenoten over bepaalde uitspraken en beleidsstandpunten van de betrokken ministers.
De flotilla‑controverse heeft ook geleid tot oproepen voor een gezamenlijke Europese reactie.
Frankrijk en Italië hebben de Europese Unie gevraagd te overwegen EU‑brede sancties tegen Ben‑Gvir in te stellen. Volgens beide landen rechtvaardigen zowel de behandeling van de activisten als de video een krachtiger reactie van de EU.
De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken Antonio Tajani vroeg EU‑buitenlandchef Kaja Kallas om het onderwerp op de agenda te zetten van een vergadering van EU‑ministers van Buitenlandse Zaken.
Omdat EU‑sancties unanimiteit vereisen onder alle lidstaten, is nog onduidelijk of zo’n maatregel uiteindelijk wordt aangenomen.
De kwestie heeft de relaties tussen Israël en verschillende Europese landen verder onder druk gezet.
Na de verspreiding van de video veroordeelden meerdere Europese regeringen de behandeling van de flotilla‑activisten. Sommige landen riepen Israëlische ambassadeurs of diplomaten op voor uitleg.
Het Franse inreisverbod geldt als een van de krachtigste diplomatieke stappen die een Europees land tot nu toe tegen een zittende Israëlische minister heeft genomen. In combinatie met eerdere sancties van andere westerse landen en de oproep tot EU‑maatregelen wijst dit op toenemende spanningen tussen Israël en delen van Europa, vooral rond het beleid ten aanzien van Gaza en de Westelijke Jordaanoever.