Deze verschuiving is typerend voor door conflicten gedreven marktomgevingen: geopolitieke schokken vergroten de onzekerheid over de wereldwijde groei en inflatie, en de dollar profiteert omdat hij nog altijd de belangrijkste reserve- en financieringsvaluta ter wereld is.
Valutamarkten reageren ook op de groeiende verschillen tussen de beleidsvooruitzichten van de Federal Reserve en die van de Europese Centrale Bank (ECB).
In de VS hebben aanhoudende inflatiezorgen en sterkere economische cijfers de markten doen nadenken over de mogelijkheid van extra verkrapping door de Federal Reserve of een langere periode van hogere rente. Marktgebaseerde maatstaven laten een scherpe stijging zien van de verwachting dat de Fed opnieuw de rente zal verhogen als de inflatie hardnekkig blijft.
Hogere verwachte Amerikaanse rentes versterken doorgaans de dollar, omdat ze het rendement op dollar-gekoppelde activa verhogen.
Daar staat tegenover dat de ECB een relatief terughoudend beleid heeft gevoerd. De ECB communiceert vooral een datagebonden en overwegend neutrale aanpak, en op bepaalde momenten hadden beleggers al renteverlagingen of een beperkte verkorting ingeprijsd.
Het resulterende rendementsverschil—waarbij Amerikaanse rentes naar verwachting hoger blijven dan die in de eurozone—moedigt beleggers aan om dollars aan te houden in plaats van euro's, wat neerwaartse druk geeft op EUR/USD.
Het economisch momentum is een andere factor die de trans-Atlantische kloof vergroot.
Amerikaanse economische indicatoren houden over het algemeen beter stand, terwijl verschillende cijfers uit de eurozone—met name bedrijfsenquêtes—zijn verzwakt. De inkoopmanagersindex (PMI) voor de eurozone wijst recentelijk op een afkoelende activiteit of krimp in delen van de economie, wat de euro onder druk zet.
Zwakke PMI-cijfers zijn belangrijk voor valutamarkten omdat ze de verwachtingen over groei en toekomstig monetair beleid beïnvloeden. Een afkoelende economie suggereert dat de ECB minder agressief kan verkrappen, wat de euro verder verzwakt.
Toch is het beeld in Europa gemengd en niet uniform negatief. Sommige indicatoren vertonen veerkracht, en beleidsmakers blijven benadrukken dat toekomstige beslissingen afhangen van de binnenkomende data.
Een van de belangrijkste kanalen waarlangs het Iran-conflict de valutamarkten beïnvloedt, zijn de energieprijzen.
Olie- en gasprijzen stijgen doorgaans wanneer conflicten de aanvoerroutes in het Midden-Oosten bedreigen. Als de oorlog de energiestromen verstoort—vooral via kritieke scheepvaartroutes zoals de Straat van Hormuz—kunnen de wereldwijde prijzen pieken.
Dat scenario treft de eurozone doorgaans harder dan de Verenigde Staten omdat Europa een netto-importeur van energie is. Hogere energieprijzen verhogen de importrekening van Europa, verzwakken de handelsbalans en verminderen de koopkracht van huishoudens.
De Verenigde Staten daarentegen hebben een veel grotere eigen energieproductie en zijn daarom minder kwetsbaar voor dezelfde schok.
Uit marktanalyses blijkt dat stijgende olie- en gasprijzen als gevolg van het Iran-conflict de groei van de eurozone meer kunnen vertragen dan de Amerikaanse groei, wat het voordeel van de dollar versterkt.
Energieprijspieken zijn al terug te zien in marktreacties: Europese activa en de euro zijn verzwakt doordat beleggers vrezen voor een door energie gedreven economische schok.
De zwakte van de euro beperkt zich niet tot de dollar. Ook tegenover het Britse pond heeft de euro terrein verloren in periodes waarin de cijfers uit de eurozone tegenvielen.
Zwakke PMI-publicaties uit de eurozone hebben herhaaldelijk op de munt gewogen, terwijl relatief sterkere Britse data het pond in het EUR/GBP-paar hebben ondersteund.
Dit patroon bevestigt het bredere verhaal: de euro staat onder druk wanneer de Europese groeisignalen verzwakken ten opzichte van andere grote economieën.
Het toekomstige pad van de euro hangt sterk af van hoe de geopolitieke situatie en de economische vooruitzichten zich ontwikkelen.
Factoren die de euro zouden kunnen ondersteunen:
Factoren die EUR/USD verder kunnen doen dalen:
De daling van de euro richting $1,16 is het gevolg van een samenloop van geopolitieke risico's en economische fundamenten. Veiligehavenstromen naar de dollar, verwachtingen van een strakker Amerikaans monetair beleid ten opzichte van de ECB, zwakkere activiteitscijfers in de eurozone en Europa's kwetsbaarheid voor energieprijspieken versterken elkaar.
Tenzij deze krachten omslaan—met name door afnemende geopolitieke spanningen of een sterkere groei in de eurozone—blijft de balans van risico's op korte termijn in het voordeel van een sterkere dollar.