Kortom: zwakkere inflatie verlaagt de urgentie voor hogere Japanse rentes, waardoor yen-genoteerde activa minder aantrekkelijk worden voor internationale beleggers.
Een andere belangrijke kracht die de yen verzwakt, is het aanhoudende renteverchil tussen de Verenigde Staten en Japan. De Amerikaanse beleidsrentes liggen nog altijd ver boven de Japanse, waardoor beleggers goedkoop in yen kunnen lenen of financieren en kunnen beleggen in hoger renderende dollaractiva.
Dit mechanisme stimuleert zogeheten carry trades: beleggers verkopen yen om hoger renderende valuta's of effecten te kopen. Zolang het rendementsverschil groot blijft en de Amerikaanse rentes hoog, oefenen deze stromen opwaartse druk uit op de USD/JPY-wisselkoers.
In combinatie met de tegenvallende inflatie in Japan versterkt het renteverschil de verwachting dat het monetaire beleid in de VS voorlopig strakker blijft dan in Japan.
Het niveau van ¥160 per dollar is een cruciale drempel geworden – niet alleen technisch, maar ook politiek.
Japan heeft eerder ingegrepen op de valutamarkten toen de yen vergelijkbare niveaus bereikte. Officiële cijfers tonen aan dat de autoriteiten ongeveer ¥9,8 biljoen (ruwweg $62 miljard) uitgaven aan interventies tussen eind april en mei 2024, nadat de yen meerjarige dieptepunten had bereikt rond de 160. Een andere interventie in juli 2024 kostte ongeveer ¥5,53 biljoen (circa $36,8 miljard).
Recentere berichten wijzen erop dat de autoriteiten ook ingrepen toen de munt door het niveau van 160 gleed, waarbij ze yen kochten en dollars verkochten om de daling te stoppen en de wisselkoers tijdelijk te laten herstellen.
Vanwege deze historie beschouwen handelaren 160 als een informele 'interventierisicozone'. Zodra de wisselkoers dat niveau nadert, neemt de speculatie toe dat Tokio opnieuw zal ingrijpen.
Het resultaat is een spanningsveld dat de valutamarkten kenmerkt:
Die combinatie kan leiden tot volatiele handelsomstandigheden. Beleggers kunnen de yen verder verzwakken als economische cijfers dat ondersteunen – maar scherpe omkeringen zijn mogelijk als de autoriteiten ingrijpen of sterkere actie aankondigen.
De daling van de yen naar ¥160 per dollar is het gevolg van een helder macro-economisch verhaal: de Japanse inflatie is gedaald, waardoor de druk op de Bank of Japan om de rente te verhogen afneemt, terwijl de Amerikaanse rendementen hoog blijven. De verzwakking van de munt nadert echter ook een politiek gevoelige zone, waar eerdere overheidsinterventies – ter waarde van tientallen miljarden dollars – laten zien dat Tokio bereid is in te grijpen als de daling te snel of te onordelijk verloopt.