Roussat wees op twee sectoren die volgens hem de technologische toekomst van Europa bepalen: satellietcommunicatie en kunstmatige intelligentie. Hij stelde dat Europese beleidsmakers nog niet ten volle beseffen hoe riskant het is om op buitenlandse infrastructuur te vertrouwen.
Satellietnetwerken leveren steeds vaker essentiële connectiviteit voor overheden, bedrijven en afgelegen regio’s. AI-platforms worden ondertussen de basislaag voor productiviteit, gegevensverwerking en digitale diensten in alle sectoren.
Volgens Roussat betekent een te groot vertrouwen op externe partijen dat Europa de controle over cruciale onderdelen van zijn digitale ecosysteem kwijtraakt.
Starlink, het particulier opererende satellietinternet van SpaceX, is wereldwijd de grootste speler in satellietconnectiviteit. Europese telecombestuurders zien die dominantie steeds vaker als een risico.
Roussat maakt zich niet alleen zorgen over concurrentie, maar over controle. Als een particulier buitenlands netwerk uitgroeit tot essentiële infrastructuur, kan de eigenaar theoretisch de toegang beperken, de voorwaarden wijzigen, of connectiviteit beïnvloeden op manieren die gevolgen hebben voor overheden en economieën.
Sommige analisten en beleidsmakers wijzen erop dat deze concentratie van capaciteit bij een niet-Europese aanbieder in tijden van crisis of conflict een geopolitiek drukmiddel kan worden.
Dezelfde redenering geldt voor kunstmatige intelligentie. De meest geavanceerde AI-modellen, platforms en cloud-ecosystemen worden momenteel ontwikkeld en beheerd door Amerikaanse technologiebedrijven.
Roussat waarschuwde dat als Europa vooral op die systemen leunt, het de controle verliest over:
In de praktijk betekent dit dat Europa minder profiteert van de economische opbrengsten van AI, terwijl het voor kritieke digitale mogelijkheden afhankelijk blijft van externe partijen.
De waarschuwing past in een bredere Europese beleidsagenda rond technologische soevereiniteit – het idee dat de EU de controle moet houden over kritieke infrastructuur en digitale technologieën.
Europese instellingen hebben al zorgen geuit dat afhankelijkheid van communicatieproviders uit derde landen de EU-veiligheid en strategische autonomie kan ondermijnen.
Als onderdeel van die inspanning werkt Europa aan initiatieven zoals:
Deze programma's moeten ervoor zorgen dat Europa kritieke digitale diensten kan blijven leveren, zelfs als geopolitieke spanningen de toegang tot buitenlandse technologieën bemoeilijken.
Roussat en andere telecombestuurders stellen dat de opbouw van soevereine digitale infrastructuur veel grotere investeringen vraagt dan de huidige versnipperde Europese telecommarkt toelaat.
Europa telt nog tientallen nationale telecommarkten, wat schaalvergroting en rendement op investeringen in infrastructuur beperkt. Analisten zeggen dat sterkere telecomoperators en consolidatie kunnen helpen bij de financiering van projecten zoals glasvezelnetwerken, 5G en toekomstige 6G-systemen, satellietconnectiviteit en AI-infrastructuur.
Zonder die schaal dreigt het continent essentiële technologie te blijven huren van mondiale aanbieders in plaats van die zelf te bezitten, zo luidt het argument van telecombestuurders en beleidsvoorstanders.
Roussats waarschuwing weerspiegelt een breder debat in Europa: hoe verenig je openheid voor wereldwijde technologie met de noodzaak van strategische autonomie?
Amerikaanse bedrijven domineren momenteel veel lagen van de digitale stapel – van cloudcomputing en AI-modellen tot satellietconnectiviteit. Voor Europese beleidsmakers is de uitdaging om te bepalen hoeveel onafhankelijkheid nodig is om economisch concurrentievermogen en nationale veiligheid te waarborgen.
Roussat wil maar één ding duidelijk maken: te lang wachten maakt die keuzes alleen maar moeilijker. Als Europa niet vroeg investeert in eigen satellietnetwerken en AI-capaciteiten, raakt het mogelijk blijvend afhankelijk van infrastructuur die elders wordt gecontroleerd.