Europese functionarissen benadrukken steeds vaker dat het probleem niet alleen het handelstekort is, maar marktverstoring door staatssteun en overcapaciteit die de prijzen internationaal drukt.
Brussel overweegt nieuwe handelsinstrumenten om import gekoppeld aan Chinese overcapaciteit aan te pakken.
Een concreet voorstel is een nieuw EU-mechanisme dat de markttoegang kan beperken voor producten of bedrijven die profiteren van industriële overcapaciteit. Dit zou de EU meer flexibiliteit geven om vermeende marktverstoringen tegen te gaan.
China heeft al gewaarschuwd dat het krachtig zal reageren als dergelijke maatregelen worden ingevoerd. Het Chinese Ministerie van Handel heeft gezegd dat Peking 'resolute tegenmaatregelen' zal nemen tegen wat het als discriminerende beperkingen beschouwt.
Deze instrumenten komen bovenop het bestaande handelsverdedigingssysteem van de EU. Eind 2024 had de EU 199 handelsbeschermingsmaatregelen van kracht, en de Europese Commissie startte in dat jaar 33 nieuwe onderzoeken – het hoogste aantal sinds 2006.
Een andere belangrijke beleidsverschuiving is de inspanning om de afhankelijkheid van leveranciers uit één land te verminderen.
Europese beleidsmakers bespreken regels die bedrijven moeten aanmoedigen of verplichten om hun toeleveringsketens te diversifiëren, weg van een sterke afhankelijkheid van één land – met name China. Het doel is de veerkracht te vergroten in sectoren zoals industriële machines en chemicaliën, en kwetsbaarheden te verminderen die zijn blootgelegd door geopolitieke spanningen en leveringsproblemen.
Deze aanpak past in een bredere EU-strategie gericht op economische veiligheid en veerkracht, waarbij handelsbetrekkingen met China worden onderhouden maar strategische afhankelijkheden worden beperkt.
Technologieveiligheid is een ander breekpunt in de EU-China betrekkingen.
De Europese Commissie heeft geoordeeld dat Chinese telecombedrijven Huawei en ZTE 'materieel hogere risico's' met zich meebrengen dan andere 5G-leveranciers. Brussel roept lidstaten op om deze bedrijven te weren uit gevoelige netwerken, zoals vastgelegd in het EU 5G-cyberveiligheidskader.
Brussel heeft zich er ook toe verbonden de eigen interne netwerken niet bloot te stellen aan leveranciers die gebruikmaken van Huawei- of ZTE-apparatuur, en moedigt lidstaten aan om deze veiligheidsmaatregelen versneld in te voeren.
Voorstellen binnen de cyberveiligheidsregelgeving kunnen de EU bovendien in staat stellen om apparatuur van 'hoog-risicoleveranciers' gefaseerd uit te faseren in kritieke infrastructuur. Critici zeggen dat dit in de praktijk neerkomt op een gerichte aanpak van Chinese leveranciers.
Peking verwerpt de Europese beschuldiging van structurele overcapaciteit krachtig.
Chinese functionarissen stellen dat de claim politiek gemotiveerd is en westerse angsten over concurrentievermogen weerspiegelt, in plaats van een reëel economisch onevenwicht. Ze zeggen dat het bestempelen van China's exportsterkte als 'overcapaciteit' een vorm van handelsprotectionisme is die erop is gericht de toegang van Chinese bedrijven tot buitenlandse markten te beperken.
Chinese autoriteiten hebben gewaarschuwd dat nieuwe EU-handelsbeperkingen tot vergelding kunnen leiden en de mondiale toeleveringsketens kunnen schaden, met name in sectoren gerelateerd aan schone energie en geavanceerde productie.
Interne EU-politiek speelt ook een rol. Sommige lidstaten – vooral die met sterke exportbanden met China – zijn van oudsher terughoudend met agressieve handelsmaatregelen.
Duitsland staat centraal in het debat vanwege de grote industriële basis en de diepe handelsrelatie met China. Als grootste economie van de EU kan Berlijns positie bepalen of strengere handelsinstrumenten voldoende politieke steun krijgen in de hele EU.
Nu Brussel belangrijke beleidsbesluiten voorbereidt over handelsverdediging en economische veiligheid, staan Duitsland en andere voorzichtige lidstaten onder toenemende druk om sterkere EU-brede reacties op Chinese import en leveringsrisico's te steunen.
Alles bij elkaar markeren deze ontwikkelingen een bredere omslag in het Europese denken.
Jarenlang benadrukten Europese beleidsmakers de voordelen van goedkope import en diepe economische integratie met China. Nu verschuift het debat steeds meer naar de vraag of door de staat gesteunde export en technologische afhankelijkheden de Europese industrie kunnen verzwakken of veiligheidsrisico's kunnen creëren.
Het resultaat is een geleidelijke maar significante transformatie van het EU-beleid – van betrokkenheid en marktopenheid naar een meer defensieve houding, met een combinatie van handelsinstrumenten, technologiebeperkingen en diversificatie van de toeleveringsketen.
Of deze aanpak de relatie stabiliseert of Europa en China in een diepere handelsconfrontatie stort, blijft onzeker. Wat duidelijk is, is dat de EU economisch beleid, industrieel concurrentievermogen en nationale veiligheid steeds meer als onlosmakelijk met elkaar verbonden beschouwt in de omgang met Peking.