Netanyahu daarentegen heeft altijd betoogd dat een akkoord veel verder moet gaan. Israëlische functionarissen dringen er bij Washington op aan om strikte beperkingen op te nemen voor het Iraanse raketprogramma en om de steun van Teheran aan regionale proxymilities zoals Hezbollah en Hamas te ontmantelen.
Die eisen bemoeilijken de diplomatie omdat Iran consequent heeft geweigerd de onderhandelingen uit te breiden tot buiten het nucleaire dossier.
Het verschil tussen Washington en Jeruzalem heeft praktische gevolgen gehad: het huidige onderhandelingstraject wordt vooral vormgegeven door de Verenigde Staten en regionale tussenpersonen, en niet door de traditionele Amerikaans-Israëlische samenwerking.
Verschillende berichten geven aan dat bemiddelaars – waaronder Qatar en Pakistan, met inbreng van Saoedi-Arabië, Turkije en Egypte – een herzien diplomatiek voorstel hebben opgesteld om de verschillen tussen Washington en Teheran te overbruggen.
Omdat Israël een breder en strenger kader bepleit, met onderwerpen als raketten en proxymilities waar Iran pertinent niet over wil onderhandelen, heeft het land nauwelijks een rol gespeeld in het bemiddelingstraject. Volgens analisten maakt deze smallere diplomatieke aanpak het makkelijker om te testen of een beperkt akkoord überhaupt mogelijk is.
De strategische kloof werd groter na de gezamenlijke Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iraanse doelen op 28 februari. Die operatie volgde nadat onderhandelingen waren vastgelopen en liet zien dat militaire druk en diplomatie tegelijkertijd werden ingezet.
De hamvraag was wat er daarna moest gebeuren.
Netanyahu zou hebben betoogd dat hervatting of intensivering van de aanvallen Iran tot grotere concessies kan dwingen. Trump heeft echter aangegeven dat hij nog altijd de voorkeur geeft aan diplomatie, boven een snelle escalatie naar nieuwe militaire operaties. Berichten over een gespannen telefoongesprek tussen de twee leiders spreken van scherpe onenigheid over de vraag of de focus nu op onderhandelen of op verdere aanvallen moet liggen.
Dit meningsverschil illustreert een fundamentele strategische splitsing: Israël ziet aanhoudende militaire druk als middel om concessies af te dwingen, terwijl Washington meer bereid lijkt om een diplomatieke uitweg te verkennen.
Centraal in de recente diplomatie staat een voorstel dat is opgesteld door regionale bemiddelaars.
Volgens berichten hebben Qatar en Pakistan een herziene vredesnota verspreid die kan leiden tot een formele 'letter of intent' tussen de Verenigde Staten en Iran. Het document zou bedoeld zijn om een einde te maken aan de actieve vijandelijkheden en een periode van ongeveer 30 dagen te openen voor onderhandelingen over onder meer het Iraanse nucleaire programma en de veiligheid in de Straat van Hormuz.
Andere regionale actoren – waaronder Saoedi-Arabië, Turkije en Egypte – zouden hebben bijgedragen aan de verfijning van het voorstel als onderdeel van een breder bemiddelingsoffensief.
Iran heeft bevestigd het herziene voorstel te bestuderen, maar heeft zich niet openlijk gecommitteerd aan de voorwaarden.
De diplomatieke verschuiving heeft ook binnenlandse gevolgen voor Netanyahu.
Israël staat voor verkiezingen die later dit jaar worden verwacht, en peilingen laten zien dat de confrontatie met Iran zijn politieke positie niet noemenswaardig heeft versterkt. Onderzoek wijst uit dat de Israëlische publieke opinie verdeeld blijft, met ongeveer evenveel steun voor de coalitie van Netanyahu als voor de oppositiepartijen.
Sommige peilingen tonen zelfs een dalende goedkeuring voor de premier naarmate het conflict vorderde. Een enquête van april liet een steunpercentage rond de 34 procent zien, lager dan eerdere metingen tijdens de crisis.
Analisten zeggen dat dit een lastige politieke omgeving creëert: Netanyahu probeert Washington tot een hardere lijn te bewegen, terwijl hij tegelijkertijd thuis leiderschap moet tonen tijdens een langdurige regionale crisis.
De uitkomst van het bemiddelingstraject blijft onzeker. Een groot deel van de berichtgeving over het diplomatieke kader is gebaseerd op anonieme functionarissen, en Iran heeft nog niet ingestemd met de voorwaarden.
Maar één trend is nu al duidelijk: de groeiende strategische kloof tussen Washington en Jeruzalem hertekent het diplomatieke landschap rond Iran. In plaats van een eensgezind Amerikaans-Israëlisch front verlopen de onderhandelingen nu via een breder regionaal bemiddelingsproces – en die verschuiving kan bepalend zijn voor de vraag of de volgende fase van de Iraanse crisis leidt tot een deal of terugkeert naar confrontatie.