AI-datacenters verplaatsen enorme hoeveelheden informatie tussen processors, geheugen, switches en opslag. Naarmate elektrische verbindingen tegen grenzen aanlopen op het gebied van snelheid, afstand en energieverbruik, worden optische verbindingen belangrijker voor het dataverkeer tussen racks en systemen.
InP-gebaseerde lasers maken deel uit van de componentenketen die zulke verbindingen mogelijk maakt. De groei van AI-clusters vergroot daarom niet alleen de vraag naar GPU's en netwerkapparatuur, maar ook naar substraten, epitaxiale wafers, lasers en transceivers — de optische zenders-ontvangers die de systemen met elkaar verbinden. Reuters meldde dat Chinese beperkingen op de export van InP een belangrijke hindernis zijn geworden voor bedrijven die snelle en energiezuinige optische componenten voor AI-datacenters ontwikkelen.
Het gaat dus om indirecte vraag. Een bestelling van een AI-server verbruikt niet rechtstreeks een InP-wafer, maar de optische modules die nodig zijn om die server aan te sluiten kunnen dat wel doen. Als datacenters sneller worden uitgerold dan fabrikanten van optische componenten hun productie kunnen uitbreiden, wordt de beschikbaarheid van substraten verderop in de keten een beperkende factor.
Het aanbod van InP is moeilijk snel uit te breiden. Producenten moeten eerst kristallen van hoge kwaliteit laten groeien, die verwerken tot wafers en het materiaal vervolgens kwalificeren voor veeleisende toepassingen in optische apparaten. Nieuwe fabrieken hebben bovendien apparatuur, procesvalidatie en goedkeuring door klanten nodig voordat hun output de bestaande toevoer betrouwbaar kan vervangen.
Daardoor reageert deze markt trager dan een klassieke grondstoffenmarkt. Een hogere prijs kan investeringen stimuleren, maar levert niet onmiddellijk gekwalificeerde wafers op. De Chinese exportvergunningen voegen daar een extra risico aan toe, omdat het aanbod buiten China minder voorspelbaar wordt. Reuters meldde dat de gemiddelde prijs van een zes-inch-InP-wafer sinds de invoering van de beperkingen met 250 procent was gestegen tot 5.000 dollar.
De combinatie van geconcentreerde productie, lange kwalificatietrajecten en exportcontroles geeft bestaande leveranciers een ongebruikelijk sterke positie. Een tekort kan daardoor fabrikanten van optische apparaten raken, ook al vormt het materiaal zelf maar één onderdeel van de totale kosten van een AI-netwerksysteem.
Volgens sectorberichten waren de prijzen van InP-substraten sinds het kwartaal oktober-december 2025 al drie keer verhoogd. Leveranciers zouden een verdere stijging van meer dan 10 procent overwegen voor het kwartaal oktober-december 2026. Ook voor epitaxiale wafers — wafers waarop een extra halfgeleiderlaag is aangebracht — zijn meerdere prijsverhogingen gemeld.
Een vierde verhoging zou belangrijk zijn omdat die op aanhoudende druk wijst, niet op een eenmalige herprijzing. De gemelde reeks suggereert dat de vraag de beschikbare, gekwalificeerde capaciteit blijft overstijgen. De mogelijke omvang van de volgende verhoging laat bovendien zien dat het voor kopers moeilijker wordt om voldoende aanbod vast te leggen.
Dat betekent niet dat de prijzen onbeperkt zullen blijven stijgen. De vraag kan afkoelen, klanten kunnen hun systemen aanpassen of nieuwe leveranciers kunnen capaciteit in gebruik nemen. Tot een van die factoren het evenwicht zichtbaar verandert, blijft de kortetermijndruk echter opwaarts en volatiel.
JX Advanced Metals heeft aangekondigd in vier jaar tijd maximaal 120 miljard yen te investeren in de uitbreiding van zijn productiecapaciteit voor InP-substraten voor optische communicatie. Naast de bestaande Isohara-fabriek wil het bedrijf extra capaciteit opbouwen in de regio Hitachinaka.
Volgens berichtgeving uit de sector mikt het bredere programma op een productiecapaciteit van ongeveer zeven tot tien keer het niveau van boekjaar 2025 tegen boekjaar 2030. JX bespreekt daarnaast prijsaanpassingen met klanten om naar eigen zeggen een stabieler leveringskader op te bouwen.
Die reactie is om twee redenen relevant. Ten eerste bevestigt ze dat leveranciers optische communicatie voor datacenters groot genoeg vinden om omvangrijke investeringen te rechtvaardigen. Ten tweede maakt de planning duidelijk waarom de uitbreiding de huidige krapte niet snel zal oplossen: de extra capaciteit wordt over meerdere jaren opgebouwd, terwijl AI-datacenterorders nu al worden geplaatst.
In berichten wordt ook de mogelijkheid genoemd dat JX prijzen zou willen die twee tot drie keer hoger liggen, omdat het aantal klantvragen de geplande uitbreiding overstijgt. Dat specifieke veelvoud mag echter niet worden gepresenteerd als een door het bedrijf aangekondigde algemene prijsverhoging. De officiële publicatie van JX onderbouwt het investeringsplan; de aangeleverde sectorberichtgeving spreekt over gesprekken over prijsaanpassingen, niet over een bevestigde prijsstijging van twee tot drie keer.
Het directe risico is waarschijnlijk niet dat AI-datacenters stilvallen. Wel kan de uitrol van dichte, snelle optische netwerken duurder worden, langer op zich laten wachten of afhankelijker worden van een kleine groep gekwalificeerde leveranciers.
Voor cloudbedrijven met grote datacenterparken en fabrikanten van netwerkapparatuur kan de druk zich op verschillende manieren manifesteren:
De Chinese exportbeperkingen vergroten het concentratierisico. Geplande investeringen in Japan en andere landen wijzen daarentegen op een geleidelijke spreiding van het aanbod.
Hoge prijzen geven leveranciers een prikkel om uit te breiden, klanten een reden om langlopende leveringscontracten af te sluiten en de sector een stimulans om alternatieve materialen of efficiëntere optische ontwerpen te ontwikkelen. Die reacties kosten echter tijd. Bovendien zal niet elk aangekondigd project op schema commerciële productie van gekwalificeerde wafers opleveren.
De meest verdedigbare conclusie is daarom bescheidener dan de voorspelling dat prijzen blijvend zullen exploderen: InP is een betekenisvol kortetermijnrisico geworden voor optische AI-netwerken. Gemelde prijsstijgingen van ongeveer 76 tot 78 procent, mogelijke verdere verhogingen van meer dan 10 procent, exportbeperkingen en investeringsplannen ter waarde van tientallen miljarden yen wijzen allemaal op een markt onder spanning.
Of die druk een blijvend structureel kenmerk wordt, hangt vooral af van twee factoren: hoe lang de bouw van AI-datacenters sterk blijft en hoe snel nieuwe, gekwalificeerde InP-capaciteit klanten bereikt. Zolang die krachten niet opnieuw in evenwicht zijn, zal het materiaal onder de laser waarschijnlijk een van de minst zichtbare — maar meest bepalende — beperkingen blijven voor de groei van AI-netwerken.