De schaarste in de AI-infrastructuur gaat inmiddels over meer dan alleen GPU’s. Een groot cluster heeft ook een geschikte locatie, voldoende netcapaciteit, krachtige koeling, snelle netwerkverbindingen en een gespecialiseerde exploitant nodig.
Daardoor kunnen bedrijven die al GPU’s hebben gekocht of besteld, alsnog maanden wachten voordat hun hardware inkomsten oplevert of AI-modellen kan ondersteunen. Door hen te koppelen aan een exploitant met inzetbare capaciteit, probeert Nvidia de hele keten rond zijn producten te versnellen.
De berichtgeving betekent niet dat Nvidia eigenaar is van de betrokken datacenters of ze zelf exploiteert. Het wijst eerder op een netwerkrol: Nvidia gebruikt zijn relaties met chipklanten, cloudbedrijven en infrastructuurbouwers om vraag te sturen naar locaties die technisch klaar zijn voor zijn systemen.
Nvidia’s programma DGX-Ready Colocation Data Center vormt een formele laag onder deze aanpak. Deelnemende locaties moeten onder meer vloeistofkoeling ondersteunen, gevalideerde infrastructuurcomponenten gebruiken en hulp kunnen bieden bij het installeren en in bedrijf nemen van Nvidia’s systemen. In de Noordse regio worden atNorth, Bulk Data Centers en Borealis Data Center genoemd als exploitanten die aan de eisen voldoen.
Een lege datavloer is immers niet automatisch geschikt voor een modern AI-cluster. De exploitant moet hoge geconcentreerde vermogensbelastingen, de warmteproductie van duizenden accelerators en de specifieke installatie-eisen van Nvidia’s geïntegreerde systemen aankunnen.
Daarnaast heeft Nvidia Compute MatchMake gelanceerd: een marktplaats waarop klanten GPU-capaciteit van gecertificeerde Nvidia Cloud Partners kunnen bekijken, aanvragen, onderhandelen en contracteren. Daarmee wordt Nvidia’s coördinerende rol zichtbaarder. De marktplaats staat los van de gemelde rechtstreekse introducties tussen GPU-eigenaren en Noordse colocatiebedrijven.
Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken en IJsland trekken datacenterontwikkelaars aan door de combinatie van beschikbare grond, relatief ruime toegang tot hernieuwbare elektriciteit en een koel klimaat. Borealis zegt dat zijn locaties in IJsland en de rest van de Noordse regio draaien op waterkracht en geothermische energie. Dankzij het klimaat is bovendien zogenoemde free-air cooling mogelijk: buitenlucht kan een deel van de koeling voor zijn rekening nemen.
Dat is belangrijk bij dichte GPU-opstellingen. Wanneer grote aantallen accelerators tegelijk werken, produceren ze veel warmte. Natuurlijke koeling kan het ontwerp en energieverbruik van een faciliteit vereenvoudigen — al blijft de beschikbaarheid van aansluitingen op het elektriciteitsnet een grote beperking. Volgens aangehaalde berichtgeving wacht in Noorwegen ongeveer 2,3 gigawatt aan datacentervermogen op toekomstige netaansluitingen.
De regio heeft dus aantrekkelijke fysieke omstandigheden, maar ook stevige concurrentie om de stroom en infrastructuur die nodig zijn om die voordelen om te zetten in actieve AI-capaciteit.
Verschillende projecten maken duidelijk waarom Nvidia er belang bij heeft GPU-bezitters en datacenterexploitanten bij elkaar te brengen.
Nscale, Aker en OpenAI kondigden in juli 2025 Stargate Norway aan, een AI-faciliteit nabij Narvik die volledig op hernieuwbare energie zou draaien. Het project was gepland met een eerste capaciteit van 230 megawatt, met de ambitie om daar nog 290 megawatt aan toe te voegen. Het doel was om eind 2026 100.000 Nvidia-GPU’s te hebben ingezet.
De commerciële invulling veranderde later. Volgens latere berichtgeving contracteerde Microsoft de volledige capaciteit van de locatie in Kvandal. Nscale zou vanaf 2027 bovendien meer dan 30.000 Nvidia Rubin-GPU’s op zijn campus in Narvik voor Microsoft inzetten. Dat moet worden gezien als een gemelde verschuiving in klanten en afspraken, niet als bevestiging dat het oorspronkelijke Stargate-plan ongewijzigd doorgaat.
Crusoe en atNorth kondigden een uitbreiding van 24 megawatt aan bij de ICE02-faciliteit van atNorth in Keflavík. Dat komt boven op een eerdere overeenkomst van 33 megawatt, waarmee de aangekondigde capaciteit van Crusoe op die locatie uitkomt op 57 megawatt. De uitbreiding omvat Nvidia DGX GB200 NVL72-systemen en Blackwell-GPU’s, waaronder vloeistofgekoelde hardware.
Dit is precies het infrastructuurmodel dat Nvidia probeert te versnellen: een AI-cloudprovider huurt capaciteit bij een gespecialiseerde datacenterexploitant en biedt de Nvidia-systemen vervolgens via een cloudplatform aan klanten aan.
Ook Nscale huurde 15 megawatt bij de IJslandse campus van Verne. Daar zou het bedrijf tot en met 2026 4.600 Nvidia Blackwell Ultra-GPU’s inzetten. De locatie draait op hernieuwbare energie, maakt gebruik van natuurlijke free-air cooling en is geautoriseerd voor Nvidia DGX-systemen.
Samen laten deze projecten zien dat de Noordse AI-markt niet afhankelijk is van één prestigeproject. Het gaat om een netwerk van colocatielocaties, AI-cloudproviders en grote afnemers die capaciteit opbouwen in Noorwegen en IJsland.
De matchmaking past beter bij ecosysteemcoördinatie dan bij een klassieke stap naar vastgoedbezit. Nvidia’s invloed komt voort uit meerdere posities tegelijk: het levert de GPU-platforms die in deze projecten worden gebruikt, biedt systemen zoals DGX, valideert faciliteiten, werkt samen met cloudpartners en onderhoudt relaties met grote AI-klanten.
De Compute MatchMake-marktplaats maakt die strategie gestandaardiseerder. Klanten kunnen capaciteit selecteren op basis van GPU-platform, regio en beschikbare data, waarna ze een aanvraag indienen, aan een Nvidia Cloud Partner worden gekoppeld en een contract afsluiten.
De Noordse introducties werken volgens dezelfde logica, maar dan via zakelijke relaties in plaats van uitsluitend via een openbare marktplaats. Nvidia profiteert wanneer een infrastructuurbouwer een GPU-klant vindt, een GPU-klant toegang krijgt tot stroom en koeling en een cloudprovider beide kan omzetten in een dienst.
Dat betekent niet dat elk aangekondigd project precies volgens het oorspronkelijke plan wordt gebouwd. De veranderde klantafspraken rond Stargate Norway laten zien dat AI-infrastructuurplannen kunnen verschuiven door financiering, netaansluitingen en veranderende vraag. Het onderliggende probleem blijft echter hetzelfde: AI-bedrijven hebben veel meer nodig dan chips. Door ook het locatie- en implementatieprobleem te helpen oplossen, positioneert Nvidia zich steeds dichter bij het centrum van de infrastructuurmarkt die zijn GPU’s mede hebben gecreëerd.
De schaarste in de AI-infrastructuur gaat inmiddels over meer dan alleen GPU’s. Een groot cluster heeft ook een geschikte locatie, voldoende netcapaciteit, krachtige koeling, snelle netwerkverbindingen en een gespecialiseerde exploitant nodig.
Daardoor kunnen bedrijven die al GPU’s hebben gekocht of besteld, alsnog maanden wachten voordat hun hardware inkomsten oplevert of AI-modellen kan ondersteunen. Door hen te koppelen aan een exploitant met inzetbare capaciteit, probeert Nvidia de hele keten rond zijn producten te versnellen.
De berichtgeving betekent niet dat Nvidia eigenaar is van de betrokken datacenters of ze zelf exploiteert. Het wijst eerder op een netwerkrol: Nvidia gebruikt zijn relaties met chipklanten, cloudbedrijven en infrastructuurbouwers om vraag te sturen naar locaties die technisch klaar zijn voor zijn systemen.
Nvidia’s programma DGX-Ready Colocation Data Center vormt een formele laag onder deze aanpak. Deelnemende locaties moeten onder meer vloeistofkoeling ondersteunen, gevalideerde infrastructuurcomponenten gebruiken en hulp kunnen bieden bij het installeren en in bedrijf nemen van Nvidia’s systemen. In de Noordse regio worden atNorth, Bulk Data Centers en Borealis Data Center genoemd als exploitanten die aan de eisen voldoen.
Een lege datavloer is immers niet automatisch geschikt voor een modern AI-cluster. De exploitant moet hoge geconcentreerde vermogensbelastingen, de warmteproductie van duizenden accelerators en de specifieke installatie-eisen van Nvidia’s geïntegreerde systemen aankunnen.
Daarnaast heeft Nvidia Compute MatchMake gelanceerd: een marktplaats waarop klanten GPU-capaciteit van gecertificeerde Nvidia Cloud Partners kunnen bekijken, aanvragen, onderhandelen en contracteren. Daarmee wordt Nvidia’s coördinerende rol zichtbaarder. De marktplaats staat los van de gemelde rechtstreekse introducties tussen GPU-eigenaren en Noordse colocatiebedrijven.
Noorwegen, Zweden, Finland, Denemarken en IJsland trekken datacenterontwikkelaars aan door de combinatie van beschikbare grond, relatief ruime toegang tot hernieuwbare elektriciteit en een koel klimaat. Borealis zegt dat zijn locaties in IJsland en de rest van de Noordse regio draaien op waterkracht en geothermische energie. Dankzij het klimaat is bovendien zogenoemde free-air cooling mogelijk: buitenlucht kan een deel van de koeling voor zijn rekening nemen.
Dat is belangrijk bij dichte GPU-opstellingen. Wanneer grote aantallen accelerators tegelijk werken, produceren ze veel warmte. Natuurlijke koeling kan het ontwerp en energieverbruik van een faciliteit vereenvoudigen — al blijft de beschikbaarheid van aansluitingen op het elektriciteitsnet een grote beperking. Volgens aangehaalde berichtgeving wacht in Noorwegen ongeveer 2,3 gigawatt aan datacentervermogen op toekomstige netaansluitingen.
De regio heeft dus aantrekkelijke fysieke omstandigheden, maar ook stevige concurrentie om de stroom en infrastructuur die nodig zijn om die voordelen om te zetten in actieve AI-capaciteit.
Verschillende projecten maken duidelijk waarom Nvidia er belang bij heeft GPU-bezitters en datacenterexploitanten bij elkaar te brengen.
Nscale, Aker en OpenAI kondigden in juli 2025 Stargate Norway aan, een AI-faciliteit nabij Narvik die volledig op hernieuwbare energie zou draaien. Het project was gepland met een eerste capaciteit van 230 megawatt, met de ambitie om daar nog 290 megawatt aan toe te voegen. Het doel was om eind 2026 100.000 Nvidia-GPU’s te hebben ingezet.
De commerciële invulling veranderde later. Volgens latere berichtgeving contracteerde Microsoft de volledige capaciteit van de locatie in Kvandal. Nscale zou vanaf 2027 bovendien meer dan 30.000 Nvidia Rubin-GPU’s op zijn campus in Narvik voor Microsoft inzetten. Dat moet worden gezien als een gemelde verschuiving in klanten en afspraken, niet als bevestiging dat het oorspronkelijke Stargate-plan ongewijzigd doorgaat.
Crusoe en atNorth kondigden een uitbreiding van 24 megawatt aan bij de ICE02-faciliteit van atNorth in Keflavík. Dat komt boven op een eerdere overeenkomst van 33 megawatt, waarmee de aangekondigde capaciteit van Crusoe op die locatie uitkomt op 57 megawatt. De uitbreiding omvat Nvidia DGX GB200 NVL72-systemen en Blackwell-GPU’s, waaronder vloeistofgekoelde hardware.
Dit is precies het infrastructuurmodel dat Nvidia probeert te versnellen: een AI-cloudprovider huurt capaciteit bij een gespecialiseerde datacenterexploitant en biedt de Nvidia-systemen vervolgens via een cloudplatform aan klanten aan.
Ook Nscale huurde 15 megawatt bij de IJslandse campus van Verne. Daar zou het bedrijf tot en met 2026 4.600 Nvidia Blackwell Ultra-GPU’s inzetten. De locatie draait op hernieuwbare energie, maakt gebruik van natuurlijke free-air cooling en is geautoriseerd voor Nvidia DGX-systemen.
Samen laten deze projecten zien dat de Noordse AI-markt niet afhankelijk is van één prestigeproject. Het gaat om een netwerk van colocatielocaties, AI-cloudproviders en grote afnemers die capaciteit opbouwen in Noorwegen en IJsland.
De matchmaking past beter bij ecosysteemcoördinatie dan bij een klassieke stap naar vastgoedbezit. Nvidia’s invloed komt voort uit meerdere posities tegelijk: het levert de GPU-platforms die in deze projecten worden gebruikt, biedt systemen zoals DGX, valideert faciliteiten, werkt samen met cloudpartners en onderhoudt relaties met grote AI-klanten.
De Compute MatchMake-marktplaats maakt die strategie gestandaardiseerder. Klanten kunnen capaciteit selecteren op basis van GPU-platform, regio en beschikbare data, waarna ze een aanvraag indienen, aan een Nvidia Cloud Partner worden gekoppeld en een contract afsluiten.
De Noordse introducties werken volgens dezelfde logica, maar dan via zakelijke relaties in plaats van uitsluitend via een openbare marktplaats. Nvidia profiteert wanneer een infrastructuurbouwer een GPU-klant vindt, een GPU-klant toegang krijgt tot stroom en koeling en een cloudprovider beide kan omzetten in een dienst.
Dat betekent niet dat elk aangekondigd project precies volgens het oorspronkelijke plan wordt gebouwd. De veranderde klantafspraken rond Stargate Norway laten zien dat AI-infrastructuurplannen kunnen verschuiven door financiering, netaansluitingen en veranderende vraag. Het onderliggende probleem blijft echter hetzelfde: AI-bedrijven hebben veel meer nodig dan chips. Door ook het locatie- en implementatieprobleem te helpen oplossen, positioneert Nvidia zich steeds dichter bij het centrum van de infrastructuurmarkt die zijn GPU’s mede hebben gecreëerd.