Het acute probleem is niet alleen het aantal VLCC’s, maar het verlies aan effectieve capaciteit: verstoringen rond de Straat van Hormuz en langere vaarroutes houden schepen langer bezet. Hoge vrachtkosten maken verre olieleveringen minder aantrekkelijk en zetten raffinaderijen ertoe aan om dichterbij gelegen, betrou...
Gepubliceerd doorBewerkt met GPT-5.6 TerraAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 2
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: How is a severe global shortage of Very Large Crude Carriers—driven by Hormuz shuttle operations and longer Atlantic Basin-to-Asia routes af. Article summary: The shortage is a “ton-mile” shock: the same finite VLCC fleet is being tied up for longer and riskier voyages, so effective transport capacity has fallen even without a comparable fall in the number of ships. Freight th. Topic tags: general, news, general web, user generated. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts w
De prijs van ruwe olie wordt niet meer alleen bepaald op de laadterminal. Wie olie koopt, moet ook kunnen betalen om die op tijd bij een raffinaderij te krijgen. En juist dat transport is fors duurder geworden door een tekort aan beschikbare Very Large Crude Carriers (VLCC’s): supertankers die doorgaans circa twee miljoen vaten ruwe olie vervoeren.
Voor een lading van Houston naar Azië bedraagt de gerapporteerde vrachtprijs ongeveer 26 dollar per vat, oftewel 52 miljoen dollar per lading. Dat is ruwweg een kwart van de termijnprijs van West Texas Intermediate (WTI). 6
De kern is een tekort aan effectieve capaciteit. De wereldvloot is niet verdwenen, maar verstoringen rond de Straat van Hormuz, wachttijden, pendelvaarten en langere vervangende routes vergen veel meer scheepsdagen per geleverd vat. Zolang die schepen niet vrijkomen of nieuwbouwschepen niet zijn opgeleverd, kan de hoge vrachtprijs de oliehandel en het inkoopbeleid van raffinaderijen ingrijpend veranderen.
Een tanker verdient alleen geld en vervoert alleen olie zolang hij een reis kan afronden en terug kan keren voor de volgende lading. Een schip dat moet wachten, omvaren of wordt ingezet voor korte pendeltrajecten rond beperkte exportinfrastructuur, is niet beschikbaar voor een lange intercontinentale reis.
Ook de vervanging van verstoorde leveringen uit het Midden-Oosten door olie uit het Atlantische Bekken voor Aziatische afnemers verlengt de gemiddelde reis. Daardoor zijn meer scheepsdagen nodig, ook als de mondiale olievraag nauwelijks stijgt. Dat is het effect van een zogeheten tonmijl-schok: de vraag naar transporttijd neemt toe zonder dat er per se meer vaten worden verbruikt.
Tijdens het hoogtepunt van de verstoring rond Hormuz daalde het verkeer door de zeestraat met meer dan 90% ten opzichte van ongeveer 90 tot 110 dagelijkse passages vóór het conflict. Het verkeer herstelde daarna gedeeltelijk, maar bleef onder het niveau van vóór de crisis en kwetsbaar voor een nieuwe terugval. 1
De beschikbare vloot is bovendien ongelijk over de wereld verdeeld. Volgens The Signal Group lag de beschikbaarheid van beladen VLCC’s ten oosten van Suez begin september, gemeten over een voortschrijdend gemiddelde van 30 dagen, 36% lager dan een jaar eerder: 122 schepen. 10 In een markt waarin één lading een schip wekenlang kan bezighouden, kan dat een buitenproportioneel effect op de vrachtprijzen hebben.
Een raffinaderij kijkt niet alleen naar de prijs van olie in de exporthaven. Doorslaggevend is de geleverde prijs: de olieprijs plus zeevracht, verzekering, financiering, havengelden en het risico van vertraging.
Bij circa 26 dollar per vat voegt het vervoer van een lading van twee miljoen vaten van Houston naar Azië ongeveer 52 miljoen dollar aan kosten toe, nog vóór andere uitgaven. 6 Het prijsverschil tussen een soort ruwe olie aan de Amerikaanse Golfkust en een concurrerende Aziatische of Midden-Oosterse soort moet dus groot genoeg zijn om die rekening te compenseren. Is dat niet zo, dan wordt de transactie waarschijnlijk uitgesteld of vervangen door aanbod van dichterbij.
Dat betekent niet dat alle lange routes stilvallen. Afnemers kunnen de hoge transportkosten blijven betalen als een specifieke oliesoort goed past bij hun raffinaderij, lokale alternatieven schaars zijn of het prijsverschil uitzonderlijk groot is. Maar hoge vrachtprijzen leggen de lat voor iedere lading hoger en drukken vooral de marginale transacties weg die normaal helpen om regionale oliemarkten in evenwicht te houden.
Bij schaars of onvoorspelbaar transport hebben raffinaderijen een duidelijke prikkel om olie te kopen die dichterbij beschikbaar is, snel geleverd kan worden en minder blootstaat aan verstoringen — ook als die kwaliteit niet hun eerste keuze is.
Dat kan verschillende gevolgen hebben:
Het resultaat is een minder efficiënte koppeling tussen oliekwaliteit, raffinagecapaciteit en locatie. Olie kan op papier beschikbaar zijn, maar niet noodzakelijk op een plek terechtkomen waar zij tegen de laagste kosten kan worden verwerkt.
Het tankertekort haalt niet rechtstreeks vaten uit de grond. Het beperkt wel hoe snel en voorspelbaar die vaten een raffinaderij bereiken. Vertraagde ladingen, onzekere aankomsten en minder passende oliesoorten bemoeilijken de planning van raffinaderijen en verkleinen hun vermogen om snel op regionale tekorten te reageren.
Daarom kan verstoring in de olietankervaart de druk op brandstofmarkten versterken. Als raffinaderijen niet tijdig de juiste ruwe olie ontvangen, kunnen de gevolgen verder reiken dan prijsverschillen tussen oliesoorten, naar regionale beschikbaarheid van benzine, diesel en kerosine. Hoe groot dat effect wordt, hangt af van de duur van de verstoring, voorraden, de flexibiliteit van raffinaderijen en alternatieve routes. Een piek in vrachtprijzen leidt dus niet automatisch één op één tot hogere prijzen aan de pomp.
Voor exploitanten van tankers verhoogt dezelfde schaarste die kopers belast de verdiencapaciteit van beschikbare schepen. Reuters meldde in juni dat de huurkosten voor tankers in de Golfregio bijna waren verdubbeld en dat rederijen recordwinsten boekten. 3
Hogere inkomsten op de spotmarkt kunnen ook de waarde van schepen en beursgenoteerde tankerbedrijven stuwen, omdat beleggers rekenen op een periode met uitzonderlijk sterke kasstromen. The Signal Group schatte in februari de waarde van een vijf jaar oude VLCC op meer dan 120 miljoen dollar, circa 17% hoger dan een jaar eerder. 30
Die hogere waarderingen blijven wel gevoelig voor de vrachtmarkt. Als routes normaliseren en de bezettingsgraad van schepen daalt, kan een deel van die premie weer verdwijnen.
Scheepseigenaren reageren inmiddels massaal. Reuters meldde dat het aantal VLCC-bestellingen in 2026 al meer dan twee keer zo hoog lag als het totaal van 2025. The Signal Group telde 217 orders, terwijl Allied Shipbroking uitkwam op 164; het verschil komt voort uit verschillende databronnen. De bestellingen vertegenwoordigen meer dan 20 miljard dollar en vormen de grootste koopgolf in ten minste 25 jaar. 17
Maar een tanker bestellen is iets anders dan er een in de vaart hebben. Ongeveer 83% van de VLCC’s die in de eerste helft van 2026 zijn besteld, staat gepland voor oplevering in 2028 en 2029. 23 De orderportefeuille voegt dus voorlopig nauwelijks capaciteit toe, terwijl bestaande schepen nog steeds worden vastgelegd door verstoorde handelsstromen.
Dat leidt tot twee mogelijke uitkomsten:
Wie de krapte wil begrijpen, moet verder kijken dan alleen het aantal schepen. De cruciale vraag is hoeveel dagen VLCC-capaciteit nodig zijn om een vat van verkoper naar raffinaderij te brengen.
Betrouwbare toegang tot Hormuz en kortere vaarroutes verlagen dat aantal en maken schepen weer beschikbaar voor de markt. Voortdurende onzekerheid doet precies het tegenovergestelde. De recordorderportefeuille is vooral relevant voor het einde van dit decennium; de vrachtprijzen op korte termijn hangen in de eerste plaats af van de betrouwbaarheid van routes, de reisduur, de beschikbaarheid van schepen en de vraag of de export uit het Midden-Oosten weer voorspelbaar kan verlopen.
Voor oliekopers is de conclusie eenvoudig: het goedkoopste vat in de laadterminal is niet vanzelf het goedkoopste vat bij de raffinaderij. In een krappe tankermarkt is zeevracht een beslissend onderdeel van de oliehandel geworden. 6
17
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
Het acute probleem is niet alleen het aantal VLCC’s, maar het verlies aan effectieve capaciteit: verstoringen rond de Straat van Hormuz en langere vaarroutes houden schepen langer bezet.
Het acute probleem is niet alleen het aantal VLCC’s, maar het verlies aan effectieve capaciteit: verstoringen rond de Straat van Hormuz en langere vaarroutes houden schepen langer bezet. Hoge vrachtkosten maken verre olieleveringen minder aantrekkelijk en zetten raffinaderijen ertoe aan om dichterbij gelegen, betrouwbaarder beschikbare soorten ruwe olie te kopen.
Een recordaantal bestellingen biedt op korte termijn geen oplossing: veel nieuwe VLCC’s worden pas in 2028 en 2029 opgeleverd, terwijl een duurzaam herstel van de scheepvaart door Hormuz onzeker blijft.
Het acute probleem is niet alleen het aantal VLCC’s, maar het verlies aan effectieve capaciteit: verstoringen rond de Straat van Hormuz en langere vaarroutes houden schepen langer bezet. Hoge vrachtkosten maken verre olieleveringen minder aantrekkelijk en zetten raffinaderijen ertoe aan om dichterbij gelegen, betrou...
Gepubliceerd doorBewerkt met GPT-5.6 TerraAfbeeldingen gegenereerd met GPT Image 2
Research answer

Create a landscape editorial hero image for this Studio Global article: How is a severe global shortage of Very Large Crude Carriers—driven by Hormuz shuttle operations and longer Atlantic Basin-to-Asia routes af. Article summary: The shortage is a “ton-mile” shock: the same finite VLCC fleet is being tied up for longer and riskier voyages, so effective transport capacity has fallen even without a comparable fall in the number of ships. Freight th. Topic tags: general, news, general web, user generated. Style: premium digital editorial illustration, source-backed research mood, clean composition, high detail, modern web publication hero. Use reference image context only for broad subject, composition, and topical grounding; do not copy the exact image. Avoid: logos, brand marks, copyrighted characters, real person likenesses, fake screenshots, UI text, readable text, watermarks, charts w
De prijs van ruwe olie wordt niet meer alleen bepaald op de laadterminal. Wie olie koopt, moet ook kunnen betalen om die op tijd bij een raffinaderij te krijgen. En juist dat transport is fors duurder geworden door een tekort aan beschikbare Very Large Crude Carriers (VLCC’s): supertankers die doorgaans circa twee miljoen vaten ruwe olie vervoeren.
Voor een lading van Houston naar Azië bedraagt de gerapporteerde vrachtprijs ongeveer 26 dollar per vat, oftewel 52 miljoen dollar per lading. Dat is ruwweg een kwart van de termijnprijs van West Texas Intermediate (WTI). 6
De kern is een tekort aan effectieve capaciteit. De wereldvloot is niet verdwenen, maar verstoringen rond de Straat van Hormuz, wachttijden, pendelvaarten en langere vervangende routes vergen veel meer scheepsdagen per geleverd vat. Zolang die schepen niet vrijkomen of nieuwbouwschepen niet zijn opgeleverd, kan de hoge vrachtprijs de oliehandel en het inkoopbeleid van raffinaderijen ingrijpend veranderen.
Een tanker verdient alleen geld en vervoert alleen olie zolang hij een reis kan afronden en terug kan keren voor de volgende lading. Een schip dat moet wachten, omvaren of wordt ingezet voor korte pendeltrajecten rond beperkte exportinfrastructuur, is niet beschikbaar voor een lange intercontinentale reis.
Ook de vervanging van verstoorde leveringen uit het Midden-Oosten door olie uit het Atlantische Bekken voor Aziatische afnemers verlengt de gemiddelde reis. Daardoor zijn meer scheepsdagen nodig, ook als de mondiale olievraag nauwelijks stijgt. Dat is het effect van een zogeheten tonmijl-schok: de vraag naar transporttijd neemt toe zonder dat er per se meer vaten worden verbruikt.
Tijdens het hoogtepunt van de verstoring rond Hormuz daalde het verkeer door de zeestraat met meer dan 90% ten opzichte van ongeveer 90 tot 110 dagelijkse passages vóór het conflict. Het verkeer herstelde daarna gedeeltelijk, maar bleef onder het niveau van vóór de crisis en kwetsbaar voor een nieuwe terugval. 1
De beschikbare vloot is bovendien ongelijk over de wereld verdeeld. Volgens The Signal Group lag de beschikbaarheid van beladen VLCC’s ten oosten van Suez begin september, gemeten over een voortschrijdend gemiddelde van 30 dagen, 36% lager dan een jaar eerder: 122 schepen. 10 In een markt waarin één lading een schip wekenlang kan bezighouden, kan dat een buitenproportioneel effect op de vrachtprijzen hebben.
Een raffinaderij kijkt niet alleen naar de prijs van olie in de exporthaven. Doorslaggevend is de geleverde prijs: de olieprijs plus zeevracht, verzekering, financiering, havengelden en het risico van vertraging.
Bij circa 26 dollar per vat voegt het vervoer van een lading van twee miljoen vaten van Houston naar Azië ongeveer 52 miljoen dollar aan kosten toe, nog vóór andere uitgaven. 6 Het prijsverschil tussen een soort ruwe olie aan de Amerikaanse Golfkust en een concurrerende Aziatische of Midden-Oosterse soort moet dus groot genoeg zijn om die rekening te compenseren. Is dat niet zo, dan wordt de transactie waarschijnlijk uitgesteld of vervangen door aanbod van dichterbij.
Dat betekent niet dat alle lange routes stilvallen. Afnemers kunnen de hoge transportkosten blijven betalen als een specifieke oliesoort goed past bij hun raffinaderij, lokale alternatieven schaars zijn of het prijsverschil uitzonderlijk groot is. Maar hoge vrachtprijzen leggen de lat voor iedere lading hoger en drukken vooral de marginale transacties weg die normaal helpen om regionale oliemarkten in evenwicht te houden.
Bij schaars of onvoorspelbaar transport hebben raffinaderijen een duidelijke prikkel om olie te kopen die dichterbij beschikbaar is, snel geleverd kan worden en minder blootstaat aan verstoringen — ook als die kwaliteit niet hun eerste keuze is.
Dat kan verschillende gevolgen hebben:
Het resultaat is een minder efficiënte koppeling tussen oliekwaliteit, raffinagecapaciteit en locatie. Olie kan op papier beschikbaar zijn, maar niet noodzakelijk op een plek terechtkomen waar zij tegen de laagste kosten kan worden verwerkt.
Het tankertekort haalt niet rechtstreeks vaten uit de grond. Het beperkt wel hoe snel en voorspelbaar die vaten een raffinaderij bereiken. Vertraagde ladingen, onzekere aankomsten en minder passende oliesoorten bemoeilijken de planning van raffinaderijen en verkleinen hun vermogen om snel op regionale tekorten te reageren.
Daarom kan verstoring in de olietankervaart de druk op brandstofmarkten versterken. Als raffinaderijen niet tijdig de juiste ruwe olie ontvangen, kunnen de gevolgen verder reiken dan prijsverschillen tussen oliesoorten, naar regionale beschikbaarheid van benzine, diesel en kerosine. Hoe groot dat effect wordt, hangt af van de duur van de verstoring, voorraden, de flexibiliteit van raffinaderijen en alternatieve routes. Een piek in vrachtprijzen leidt dus niet automatisch één op één tot hogere prijzen aan de pomp.
Voor exploitanten van tankers verhoogt dezelfde schaarste die kopers belast de verdiencapaciteit van beschikbare schepen. Reuters meldde in juni dat de huurkosten voor tankers in de Golfregio bijna waren verdubbeld en dat rederijen recordwinsten boekten. 3
Hogere inkomsten op de spotmarkt kunnen ook de waarde van schepen en beursgenoteerde tankerbedrijven stuwen, omdat beleggers rekenen op een periode met uitzonderlijk sterke kasstromen. The Signal Group schatte in februari de waarde van een vijf jaar oude VLCC op meer dan 120 miljoen dollar, circa 17% hoger dan een jaar eerder. 30
Die hogere waarderingen blijven wel gevoelig voor de vrachtmarkt. Als routes normaliseren en de bezettingsgraad van schepen daalt, kan een deel van die premie weer verdwijnen.
Scheepseigenaren reageren inmiddels massaal. Reuters meldde dat het aantal VLCC-bestellingen in 2026 al meer dan twee keer zo hoog lag als het totaal van 2025. The Signal Group telde 217 orders, terwijl Allied Shipbroking uitkwam op 164; het verschil komt voort uit verschillende databronnen. De bestellingen vertegenwoordigen meer dan 20 miljard dollar en vormen de grootste koopgolf in ten minste 25 jaar. 17
Maar een tanker bestellen is iets anders dan er een in de vaart hebben. Ongeveer 83% van de VLCC’s die in de eerste helft van 2026 zijn besteld, staat gepland voor oplevering in 2028 en 2029. 23 De orderportefeuille voegt dus voorlopig nauwelijks capaciteit toe, terwijl bestaande schepen nog steeds worden vastgelegd door verstoorde handelsstromen.
Dat leidt tot twee mogelijke uitkomsten:
Wie de krapte wil begrijpen, moet verder kijken dan alleen het aantal schepen. De cruciale vraag is hoeveel dagen VLCC-capaciteit nodig zijn om een vat van verkoper naar raffinaderij te brengen.
Betrouwbare toegang tot Hormuz en kortere vaarroutes verlagen dat aantal en maken schepen weer beschikbaar voor de markt. Voortdurende onzekerheid doet precies het tegenovergestelde. De recordorderportefeuille is vooral relevant voor het einde van dit decennium; de vrachtprijzen op korte termijn hangen in de eerste plaats af van de betrouwbaarheid van routes, de reisduur, de beschikbaarheid van schepen en de vraag of de export uit het Midden-Oosten weer voorspelbaar kan verlopen.
Voor oliekopers is de conclusie eenvoudig: het goedkoopste vat in de laadterminal is niet vanzelf het goedkoopste vat bij de raffinaderij. In een krappe tankermarkt is zeevracht een beslissend onderdeel van de oliehandel geworden. 6
17
Studio Global AI
This page includes a source-backed answer you can continue inside Studio Global.
Het acute probleem is niet alleen het aantal VLCC’s, maar het verlies aan effectieve capaciteit: verstoringen rond de Straat van Hormuz en langere vaarroutes houden schepen langer bezet.
Het acute probleem is niet alleen het aantal VLCC’s, maar het verlies aan effectieve capaciteit: verstoringen rond de Straat van Hormuz en langere vaarroutes houden schepen langer bezet. Hoge vrachtkosten maken verre olieleveringen minder aantrekkelijk en zetten raffinaderijen ertoe aan om dichterbij gelegen, betrouwbaarder beschikbare soorten ruwe olie te kopen.
Een recordaantal bestellingen biedt op korte termijn geen oplossing: veel nieuwe VLCC’s worden pas in 2028 en 2029 opgeleverd, terwijl een duurzaam herstel van de scheepvaart door Hormuz onzeker blijft.