Andere prijsmetingen laten eveneens forse, maar productafhankelijke, stijgingen zien. Voor geselecteerde DDR5-kits werden jaar-op-jaarstijgingen van ongeveer 355 tot 485 procent gemeld. Ook werd een DDR5-6400-kit van 128 GB aangeboden voor 3.399 dollar, tegenover een eerdere laagste prijs van 329 dollar. Dat is een uitzonderlijk grote configuratie en geen representatieve prijs voor pc-geheugen in het algemeen. Wel laat het zien hoe duur grote upgrades zijn geworden voor veeleisende gebruikers, ontwikkelaars en mensen die lokaal AI-modellen willen draaien.
J.P. Morgan hanteert een bredere, maar minder specifieke raming: de DRAM-prijzen als geheel zouden tussen begin 2024 en eind 2026 met meer dan 400 procent kunnen stijgen. Dat is een prognose voor de volledige DRAM-markt over meerdere productcategorieën en periodes — geen bewijs dat alle DDR5-kits wereldwijd met 500 procent duurder worden.
AI-servers hebben naast krachtige accelerators grote hoeveelheden geheugen nodig. Naarmate de vraag naar zulke systemen groeit, hebben fabrikanten een financiële prikkel om wafercapaciteit toe te wijzen aan HBM en server-DRAM, waar de prijzen en marges hoger liggen. Volgens berichtgeving uit de toeleveringsketen is die herverdeling een belangrijke reden waarom conventioneel consumentengeheugen moeilijker verkrijgbaar is.
Consumenten concurreren daarbij niet letterlijk om exact dezelfde geheugenmodules als datacenters. HBM, server-DRAM en consumenten-DDR5 zijn verschillende producten, maar ze maken wel gebruik van verwante productiemiddelen. Capaciteit die naar AI-producten verschuift, kan daardoor niet meer worden ingezet voor traditionele segmenten. Fabs, productieapparatuur en kwalificatieprocessen zijn bovendien niet binnen enkele maanden uit te breiden.
De groothandels- en contractmarkt reageert vaak eerder dan consumentenprijzen. Volgens beschikbare berichtgeving stegen de contractprijzen voor conventioneel DRAM in het eerste kwartaal van 2026 met ongeveer 93 tot 98 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. Voor het tweede kwartaal werd nog eens een stijging van 58 tot 63 procent verwacht.
Deze percentages gelden voor specifieke contractmarkten en periodes. Ze mogen niet zonder meer worden toegepast op elk DRAM-product, iedere NAND-chip of elke geheugenkit in de winkel. Ze verklaren wel waarom moduleverkopers en pc-fabrikanten hun prijzen zo snel moeten aanpassen.
De schaarste is inmiddels zichtbaar in de pc-markt. IDC registreerde in het tweede kwartaal van 2026 wereldwijd 68,2 miljoen pc-zendingen, een daling van 4,9 procent op jaarbasis. Het was de eerste krimp na negen opeenvolgende kwartalen van groei. IDC wees de aanhoudende geheugenschaarste aan als belangrijke oorzaak.
Voor heel 2026 voorspelde IDC een daling van 11,3 procent in het aantal pc-zendingen. De omstandigheden zouden vooral tegen het einde van het jaar verder verslechteren. De specifiekere bewering dat gemiddelde pc-prijzen exact 18,3 procent stijgen, kan op basis van de beschikbare primaire IDC-informatie niet onafhankelijk worden bevestigd en moet daarom niet als vaststaande IDC-prognose worden gepresenteerd.
De markt vertoont een ongebruikelijke tweedeling: minder verkochte apparaten, maar wel meer omzet. Volgens IDC verhogen fabrikanten hun prijzen sneller dan de vraag afneemt. Duurdere configuraties en hogere gemiddelde verkoopprijzen kunnen de omzet daardoor tijdelijk beschermen, ook als consumenten minder computers kopen.
Dell en Lenovo zouden voor delen van hun pc- en serverportfolio prijsverhogingen van ongeveer 15 tot 20 procent voorbereiden of al hebben ingevoerd. Andere sectorrapporten noemen verhogingen van 10 tot 30 procent voor geselecteerde producten en fabrikanten, waaronder Dell, HP, Lenovo en Asus.
Dit zijn gemelde commerciële maatregelen of bandbreedtes, geen uniforme verhoging voor iedere laptop of desktop. Het uiteindelijke effect hangt af van de geheugenconfiguratie, bestaande voorraden, regionale prijzen en de vraag of een klant via de retailmarkt of een zakelijk contract koopt.
Voor consumenten kan de schaarste zich op verschillende manieren uiten:
De prijs op het etiket vertelt daardoor niet het hele verhaal. Een goedkoop model met weinig RAM kan minder aantrekkelijk blijken zodra de kosten van een upgrade worden meegerekend.
Geheugen wordt niet alleen in pc’s gebruikt, maar ook in smartphones en veel andere elektronische producten. Aanhoudende inflatie van DRAM- en opslagprijzen kan daarom leiden tot duurdere apparaten of lagere geheugenconfiguraties. IDC waarschuwde dat de geheugenc crisis de smartphonemarkt kan laten krimpen en tegelijk de gemiddelde verkoopprijs kan verhogen. Voor 2026 voorspelde IDC een daling van 12,9 procent in wereldwijde smartphonezendingen.
De gevolgen zullen niet overal even groot zijn. Geheugen vormt in een smartphone een ander deel van de materiaalkosten dan in een grafische kaart, televisie, auto of pc. Ook voorraadposities, leverancierscontracten en productprioriteiten bepalen hoe snel hogere chipprijzen bij consumenten terechtkomen. De beschikbare informatie wijst op een breed risico, maar biedt geen betrouwbare prijsprognose voor iedere productcategorie afzonderlijk.
Een belangrijk onderscheid in de prognoses is dat tussen DRAM en NAND-flash. Een recente sectorprognose verwacht dat DRAM tot 2028 structureel schaars blijft. Het verschil tussen vraag en aanbod kan in 2027 zelfs eerst groter worden voordat er verlichting komt.
Voor NAND kan het beeld anders uitpakken. Volgens dezelfde prognose kan NAND in de tweede helft van het daaropvolgende jaar verschuiven van schaarste naar evenwicht en uiteindelijk overaanbod. Het is daarom te ongenuanceerd om te zeggen dat elke vorm van geheugen of opslag tot 2028 even schaars blijft.
Fabrikanten breiden hun capaciteit wel uit, maar nieuwe fabs leveren niet onmiddellijk verlichting. Bouw, installatie van apparatuur, voorbereiding van materialen en productkwalificatie nemen jaren in beslag. Sommige analyses verwachten merkbare verlichting aan het einde van 2027 of in 2028; andere zijn nog pessimistischer.
Voor consumenten is het probleem niet alleen dat RAM duurder wordt. Voor hetzelfde budget kan de beschikbare prestaties en uitbreidbaarheid afnemen. Een koper moet mogelijk kiezen tussen wachten, genoegen nemen met minder geheugen, een toeslag betalen voor een kant-en-klaar systeem of veel meer uitgeven aan een losse upgrade.
De gemelde prijs van 3.399 dollar voor een DDR5-6400-kit van 128 GB is een extreem voorbeeld, geen normale upgradeprijs. Toch illustreert het hoe de rekensom is veranderd voor makers, ontwikkelaars en gebruikers van virtuele machines of lokale AI-modellen.
Wie nu dringend een pc nodig heeft, kan mogelijk beter meteen een configuratie kiezen met voldoende geheugen dan rekenen op een goedkope upgrade later. Wie kan wachten, staat voor een onzekere afweging: uitstel kan piekprijzen vermijden, maar de huidige DRAM-prognoses wijzen niet op een snelle terugkeer naar normale niveaus.
Schaarste kan bovendien een zichzelf versterkende werking krijgen. De angst voor verdere prijsstijgingen kan distributeurs, fabrikanten en grote afnemers ertoe aanzetten uit voorzorg extra bestellingen te plaatsen. Als de AI-vraag later afzwakt of nieuwe capaciteit sneller beschikbaar komt dan verwacht, kunnen die bestellingen omslaan in overtollige voorraden. Vooral bij NAND kunnen de prijzen dan scherp dalen, omdat daar al rekening wordt gehouden met mogelijk overaanbod.
Dat is een risicoscenario, geen bewijs dat de huidige DRAM-schaarste al een speculatieve zeepbel is. Het beeld is genuanceerder: AI-vraag en de herverdeling van productie houden DRAM structureel krap, terwijl NAND mogelijk eerder ontspant. De kernvraag is dus niet óf AI de geheugenprijzen beïnvloedt — dat doet het duidelijk — maar hoelang de vraag groter blijft dan het bruikbare aanbod.
De bouw van AI-datacenters zet de geheugenmarkt onder druk via zowel extra vraag als een verschuiving van productiecapaciteit. Dat is zichtbaar in de Duitse DDR5-index, die in augustus uitkwam op 4,86 keer de basiswaarde van juli 2025, in geselecteerde Amerikaanse kits met extreme prijzen, in contractuele DRAM-stijgingen van bijna 100 procent per kwartaal en in de daling van 4,9 procent in het aantal pc-zendingen in het tweede kwartaal.
De praktische conclusie voor consumenten is preciezer dan de slogan ‘alle RAM is 500 procent duurder’. Sommige producten en markten hebben uitzonderlijke stijgingen laten zien, maar de omvang verschilt sterk. DRAM blijft waarschijnlijk tot 2028 beperkt beschikbaar, terwijl NAND eerder in een overschotsituatie kan belanden. Tot de productie de vraag weer bijbeent, is het verstandig om complete configuraties te vergelijken in plaats van alleen naar de prijs van de pc zelf te kijken — en claims over universele prijsstijgingen of een specifiek door Vera Rubin veroorzaakt NAND-tekort met de nodige voorzichtigheid te beoordelen.