Vietnam heeft vaart, maar 10% economische groei in zowel 2026 als 2027 is een veel zwaardere opgave dan het huidige tempo vasthouden. De regering blijft vasthouden aan groei met dubbele cijfers. De recente ramingen van de Aziatische Ontwikkelingsbank (ADB) en het macro-economische onderzoeksbureau AMRO liggen voor beide jaren onder dat doel.
35
5
11
Wat moet er in 2026 nog gebeuren?
Het bruto binnenlands product (bbp) groeide in de eerste helft van 2026 met 8,18% ten opzichte van een jaar eerder. Om over heel 2026 minstens 10% te halen, is volgens het scenario van de regering 11,9% groei in de tweede helft nodig. Dat vergt een forse versnelling in onder meer de industrie, bouw en dienstensector.
4
39
De ADB verhoogde zijn ramingen in september naar 7,8% voor 2026 en 7,6% voor 2027. AMRO verwacht in zijn basisscenario respectievelijk 7,5% en 7,3%. Prognoses zijn geen bovengrens, maar ze laten zien hoe ver het regeringsdoel boven deze verwachtingen ligt.
5
11
Export en investeringen: sterke cijfers, met een kanttekening
De maakindustrie en binnenlandse vraag ondersteunen de groei. In de eerste acht maanden van 2026 steeg de export met 22,4%, terwijl de invoer met 35,3% nog sneller toenam. De geregistreerde buitenlandse investeringen kwamen volgens de berichtgeving uit op 40,6 miljard dollar, een stijging van 55,4% ten opzichte van een jaar eerder.
12
18
Dat zijn tekenen van bedrijvigheid en belangstelling van investeerders, maar exportomzet is niet hetzelfde als de waarde die binnen Vietnam wordt toegevoegd. Ook is een geregistreerde investering nog geen afgerond project. Voor 10% groei moet de versnelling zichtbaar worden in daadwerkelijke productie en productiecapaciteit.
18
39
Kan de overheid het verschil maken?
Premier Lê Minh Hưng wil overheidsinvesteringen en infrastructuurprojecten versnellen en bestuurlijke knelpunten wegnemen. De regering heeft opgeroepen het jaarlijkse uitgavenplan voor overheidsinvesteringen volledig uit te voeren. Eind augustus was echter 49,8% van dat plan uitgegeven. Het tempo van uitgaven én projectoplevering moet dus flink omhoog.
25
31
35
17
Extra bouwactiviteit kan de economie op korte termijn stimuleren. Het blijvende rendement hangt af van welke projecten worden afgemaakt en hoeveel ze de productiviteit verbeteren. Volgens AMRO is voor aanhoudende groei van minstens 10% een sterke stijging van investeringen en productiviteit nodig; het bureau schat Vietnams potentiële groei op middellange termijn op ongeveer 7,3 tot 7,5%. De bredere ambities voor 2026–2030 voorzien in totale investeringen van gemiddeld circa 40% van het bbp.
11
49
Waarom is 2027 de lastigste test?
Ook het ontwerp-ontwikkelingsplan voor 2027 houdt vast aan een groeidoel van minstens 10%. Alleen meer investeren brengt risico’s mee: de ADB waarschuwt dat sterke afhankelijkheid van investeringen en krediet de inflatie en financiële kwetsbaarheid kan vergroten. De bank verwacht een inflatie van 4,3% in 2026 en 4,0% in 2027; het ontwerpplan voor 2027 noemt een bandbreedte van 4,5 tot 5%.
19
1
5
Volgens berichtgeving werd Vietnam per juli 2026 door de Wereldbank ingedeeld bij de landen met een hoger middeninkomen. Dat is een mijlpaal, maar geen bewijs dat de productiviteitsgroei voor jarenlang 10% economische groei al binnen bereik is. De aangeleverde cijfers maken niet meetbaar hoeveel eventuele demografische of vaardigheidsproblemen aan een tekort in 2026 zouden bijdragen.
45
11
De regering meldt 15 wetsvoorstellen en vijf juridische resoluties ter goedkeuring te hebben ingediend. De premier benadrukt daarnaast de uitvoeringskracht van de overheid. Het effect zal moeten blijken uit snellere besluiten, minder vastgelopen projecten en betere voorwaarden voor productieve particuliere investeringen. Zulke verbeteringen kunnen op termijn helpen, maar garanderen geen groeispurt in de resterende maanden van 2026.
28
24
De conclusie: 10% groei in 2026 vraagt een uitzonderlijk sterk slot van het jaar. Hetzelfde percentage in 2027 halen vraagt bovendien om meer productieve capaciteit, niet alleen om een extra uitgavenimpuls. Let daarom vooral op opgeleverde infrastructuur, daadwerkelijk gerealiseerde investeringen, de toegevoegde waarde van de industrie en de ontwikkeling van inflatie en kredietrisico’s.
39
11
1