| Invoer cache-hit |
|---|
| Invoer cache-miss |
|---|
| Uitvoer |
|---|
| V4-Flash | Daluren | $0,007 | $0,22 | $0,66 |
| V4-Flash | Piekuren | $0,014 | $0,44 | $1,32 |
| V4-Pro | Daluren | $0,022 | $0,66 | $1,98 |
| V4-Pro | Piekuren | $0,044 | $1,32 | $3,96 |
Hoe sterk de prijs stijgt, hangt af van het model, het soort tokens, de cachestatus en het tijdstip. Reuters omschreef de verhogingen als 50 tot 1.100 procent boven de vorige tarieven.
Vooral toepassingen die veel uitvoer genereren tijdens piekuren worden duurder. De prijs voor V4-Pro-uitvoer stijgt van $0,87 naar $1,98 per miljoen tokens in de daluren en naar $3,96 in de piekuren. Een programmeeragent die maandelijks 10 miljoen outputtokens produceert, kost daardoor ongeveer $8,70 onder het oude tarief, circa $19,80 als alle uitvoer in de daluren valt en ongeveer $39,60 wanneer alles tijdens piekuren wordt verwerkt. Daar komen kosten voor invoertokens nog bij.
De nieuwe prijsstructuur maakt planning onderdeel van kostenbeheer. Batchtaken, modeltests, evaluaties en niet-dringende programmeeropdrachten kunnen mogelijk naar de zeventien daluren per dag worden verschoven. Voor interactieve toepassingen is dat lastiger: gebruikers verwachten antwoord op het moment dat zij een verzoek indienen.
Ook caching en slimme routering worden belangrijker. Ontwikkelaars kunnen hun kosten beperken door het aantal cache-hits te verhogen, routinetaken naar V4-Flash te sturen of bepaalde verzoeken via een andere aanbieder af te handelen. Voor bedrijven is modelkeuze daardoor steeds meer een operationele beslissing en minder een eenmalige vergelijking van benchmarks.
DeepSeek is ondanks de prijsstijging niet automatisch zijn kostenvoordeel kwijt. De nieuwe tarieven verkleinen wel de voorsprong die het bedrijf had dankzij bijzonder goedkope inferentie, het proces waarbij een getraind model antwoorden genereert. De invoering van piekprijzen past bij een aanbieder die vraag probeert te sturen en meer opbrengst wil halen uit beperkte rekenkracht. Openbare informatie bewijst echter niet dat DeepSeek winstgevend is of een duidelijk pad naar winst heeft. Die conclusie blijft dus onzeker.
OpenAI nam een andere route. Het bedrijf kondigde op 6 augustus aan dat GPT-5.6 Luna het standaardmodel wordt voor gebruikers van ChatGPT Free en Go. Daarmee vervangt Luna GPT-5.5. Deze gebruikers krijgen bovendien onbeperkte alledaagse tekstchats en een nieuwe optie met de naam Think, bedoeld voor moeilijkere vragen. Daarop blijven maatregelen tegen misbruik van toepassing.
Het woord onbeperkt moet daarbij niet te ruim worden geïnterpreteerd. De onbeperkte toegang geldt voor tekstchat, niet voor het hele ChatGPT-product. Voor bestandsuploads, beeldgeneratie en andere tools blijven afzonderlijke limieten bestaan. Gratis gebruikers en Go-gebruikers krijgen ook geen toegang tot GPT-5.6 Sol. Luna is het standaardmodel voor deze abonnementsniveaus en ondersteunt daar ook de Think-functie.
Luna is gepositioneerd als de voordeligere versie binnen de GPT-5.6-familie, niet als het vlaggenschipmodel Sol. Derde partijen noemen voor de API tarieven van $0,20 per miljoen invoertokens en $1,20 per miljoen outputtokens, maar die bedragen worden in het aangeleverde materiaal niet door de meest gezaghebbende bronnen bevestigd. De strategische scheidslijn is wel helder: tekstgebruik met Luna is binnen ChatGPT Free en Go effectief gratis, terwijl API-gebruik een afzonderlijk betaald product blijft.
De besluiten komen op een moment dat Chinese modellen veel ontwikkelaarsverkeer aantrekken. Bloomberg meldde dat Chinese modellen Amerikaanse platforms in juni voor het eerst voorbijgingen op OpenRouter en in de daaropvolgende maand meer dan 60 procent van het tokenaandeel voor hun rekening namen. OpenRouter is een platform waarop ontwikkelaars verzoeken tussen honderden AI-modellen kunnen routeren. Het is daarom een nuttige graadmeter voor ontwikkelaarsgedrag, maar geen volledige meting van het wereldwijde AI-gebruik.
De verschuiving draait bovendien niet alleen om DeepSeek. In de ranglijst van OpenRouter over juli stonden Chinese modellen op alle vijf eerste plaatsen gemeten naar tokenvolume: Xiaomi’s MiMo-V2.5, DeepSeek, MiniMax, Alibaba’s Qwen-familie en Moonshots Kimi. In een rangschikking over juni werd DeepSeek genoemd als de grootste afzonderlijke leverancier, met een aandeel van 17,6 procent.
Dat helpt verklaren waarom API-prijzen zo belangrijk blijven. Programmeer- en agenttaken die enorme hoeveelheden tokens gebruiken, profiteren van modellen die goedkoop genoeg zijn om steeds opnieuw te draaien. OpenAI laat tegelijkertijd zien dat gebruik niet alleen met API-prijzen wordt gewonnen. Door een capabel model gratis beschikbaar te maken, stimuleert het bedrijf dagelijks gebruik, feedback en mogelijk latere overstappen naar betaalde producten.
DeepSeek en OpenAI reageren dus op verschillende kanten van dezelfde marktdruk:
Daarom betekent een prijsstijging niet dat de AI-prijsoorlog voorbij is. De concurrentie wordt vooral meer gesegmenteerd. Chinese aanbieders concurreren op goedkope inferentie, open gewichten en grote tokenvolumes. Amerikaanse aanbieders zetten sterker in op consumentenbereik, productintegratie, premiumfuncties en bedrijfscontroles.
De prijsverhoging van DeepSeek is een herinnering dat extreem lage API-prijzen veel gebruik kunnen aantrekken zonder permanent laag te blijven. OpenAI’s gratis Luna-aanbod is het tegenovergestelde type strategie: een brede consumentenervaring subsidiëren om distributie en gebruiksgewoonten te versterken, en vervolgens onderscheid maken via modelniveaus en functies buiten tekst.
Voor ontwikkelaars en zakelijke afnemers is de praktische conclusie duidelijk: behandel geen enkele prijslijst of benchmark als definitief. Kosten kunnen veranderen door vraag, modelniveau, cachestatus en tijdstip. Een veerkrachtige AI-architectuur meet het werkelijke gebruik, houdt meerdere routeringsopties open en koppelt elke taak aan het model en toegangsniveau dat passen bij het bedrijfsrisico en budget.