Wanneer een grote koper zich op de obligatiemarkt meldt, kunnen obligatiekoersen stijgen en rendementen dalen. Dat was precies waar handelaren direct op reageerden. Het rendement op dertigjarige Amerikaanse staatsleningen daalde volgens Reuters met bijna 10 basispunten tot 5,188%, voordat het weer iets opliep.
Lagere Amerikaanse obligatierentes verlagen, alles gelijk gehouden, het rendement op dollarbeleggingen. Dat maakt de dollar minder aantrekkelijk, vooral wanneer de rentedaling zich concentreert op langlopende leningen. De dollarindex zakte met 0,9% en bereikte het laagste niveau sinds 14 mei.
De belangrijkste wisselkoersfactor was het veranderende verwachte renteverschil tussen de Verenigde Staten en de eurozone. Als de Amerikaanse rente daalt, worden dollarbeleggingen relatief minder aantrekkelijk. Tegelijkertijd kreeg de euro steun doordat de markt al sterk rekende op een renteverhoging door de Europese Centrale Bank (ECB).
Volgens een marktbericht lag de ingeprijsde kans op een verhoging met 25 basispunten naar 2,50% tijdens de volgende ECB-vergadering op 9 september rond 90% tot 94%. Voor een renteverhoging door de Federal Reserve in september werd daarentegen slechts ongeveer een derde kans ingeprijsd: één rapport noemde 34%, andere berichtgeving kwam uit op circa 30%.
Die combinatie pakte gunstig uit voor de euro: minder vertrouwen in een snelle renteverhoging door de Fed, veel vertrouwen in een verhoging door de ECB en een plotselinge daling van de Amerikaanse langetermijnrente. Het verwachte renteverschil werd daardoor kleiner en de dollar kwam onder druk te staan.
De notulen van de vergadering van het Federal Open Market Committee (FOMC) van 28 en 29 juli bevatten een duidelijk havikachtige boodschap. Beleidsmakers gaven aan dat verdere verkrapping nodig kan zijn als de vooruitgang bij het terugdringen van de inflatie stilvalt. Drie regionale Fed-presidenten — Beth Hammack, Neel Kashkari en Lorie Logan — stemden tegen het rentebesluit en wilden een verhoging met 25 basispunten.
Toch besloot de Fed tijdens die vergadering de bandbreedte voor de beleidsrente ongewijzigd te laten op 3,50%–3,75%. De stemming eindigde in 9–3.
Voor valutahandelaren was het verschil tussen de twee signalen belangrijk. De notulen beschreven een voorwaardelijk risico dat afhankelijk was van toekomstige inflatiecijfers. De aankondiging van de schatkist veranderde daarentegen onmiddellijk de omstandigheden op de obligatiemarkt. Bovendien was de markt de publicatie ingegaan met relatief beperkte verwachtingen voor een renteverhoging in september: die waren in enkele weken gedaald van ongeveer 60% naar circa 34%.
Kort gezegd: de Fed-notulen waren weliswaar havikachtig, maar brachten geen nieuwe renteactie. Hun boodschap was bovendien voorwaardelijk en keek terug op een eerdere vergadering. De directe daling van de Amerikaanse rente en de daaropvolgende dollarverkoop wogen zwaarder.
Ook de beweging van de Japanse yen wees erop dat het om een brede dollarverkoop ging en niet alleen om een euro-rally. De yen behoorde tot de belangrijke valuta die in de gaten werden gehouden terwijl de Amerikaanse obligatierentes daalden.
De yen speelde daarbij vooral een ondersteunende, geen leidende rol. De belangrijkste impuls kwam van de aankondiging van de Amerikaanse schatkist en het effect daarvan op langlopende Amerikaanse rentes. De euro kreeg extra rugwind doordat de ECB al als waarschijnlijker werd gezien dan de Fed als de centrale bank die als eerste de rente zou verhogen.
Of de rally standhoudt, hangt uiteindelijk af van nieuwe economische cijfers en communicatie van centrale banken. Niet de obligatie-inkopen op zichzelf, maar de renteverwachtingen zullen bepalen of het rentevoordeel van de dollar verder afneemt.
Handelaren letten onder meer op:
Sterkere Amerikaanse cijfers of uitgesproken havikachtige Fed-communicatie kunnen de Amerikaanse rentes opnieuw opdrijven en de dollar steun geven. Zwakkere Amerikaanse cijfers of verdere bevestiging van de verwachte ECB-verhoging zouden juist de eurovriendelijke, dollarnegatieve handel kunnen versterken.
De euro steeg omdat de grotere terugkoopoperaties van de Amerikaanse schatkist de langetermijnrentes in de VS hielpen verlagen op een moment dat beleggers al veel sterker rekenden op een renteverhoging door de ECB dan door de Fed. Daardoor werd het verwachte renteverschil kleiner en verzwakte de dollar.
De havikachtige Fed-notulen waren relevant, maar hun boodschap was voorwaardelijk en gebaseerd op een eerdere vergadering. De aankondiging van de schatkist veranderde de directe rentebeweging op de markt. De obligatiereactie en de daaropvolgende daling van de dollar vormen daarom de belangrijkste verklaring voor de stijging van de euro met meer dan 0,8%.