De bewegingen bewijzen niet dat één enkele verwachte Fed-verlaging alle valuta in dezelfde mate heeft opgestuwd. Wisselkoersen worden ook beïnvloed door lokale economische cijfers, de risicobereidheid van beleggers, marktposities en de vooruitzichten van afzonderlijke centrale banken. De gemeenschappelijke factor was wel dat de verwachte rentevoorsprong van de dollar opnieuw werd beoordeeld.
Voor de yen waren er twee mogelijke steunfactoren. De Fed-rente stond volgens de beschikbare marktcommentaren op 3,50%–3,75%, tegenover een beleidsrente van 1% bij de Bank of Japan. Het renteverschil bleef daarmee groot in het voordeel van de dollar.
Dat verschil had de zogenoemde carrytrade ondersteund. Daarbij lenen of financieren beleggers posities in een relatief goedkope munt, zoals de yen, om activa met een hoger rendement in dollars aan te houden. Als de Fed naar renteverlagingen beweegt en de BOJ juist richting een strenger beleid gaat, kan het renteverschil aan beide kanten kleiner worden. Het rendement op dollarposities die met yen zijn gefinancierd, wordt dan minder aantrekkelijk. Dat kan beleggers ertoe aanzetten dollars te verkopen en yens terug te kopen.
Ook de notering van het valutapaar is belangrijk. Als USD/JPY daalt van een hoger niveau naar 158,86, koopt één dollar minder yen. De yen is dan sterker geworden tegenover de dollar. Dat betekent dus niet dat de yen is verzwakt. Trading Economics noteerde op 21 augustus een USD/JPY-koers van 158,8600 en meldde dat de yen in de voorafgaande maand 2,63% sterker was geworden, hoewel de munt op langere termijn nog steeds lager stond.
De yen bewoog rond niveaus waarop mogelijke Japanse valuta-interventie opnieuw de aandacht trok. Interventie is geen vaststaand scenario, maar het risico ervan kan handelaren terughoudender maken om USD/JPY verder op te stuwen. Als dat samenvalt met dalende Amerikaanse rentes, kan een daling van het valutapaar bovendien versnellen.
Bank of America voorzag in een genoemd eindejaarsscenario een yenkoers van 149 per dollar, tegenover ongeveer 158 op dat moment. Die verwachting was gekoppeld aan mogelijke gecoördineerde interventie en een renteverhoging door de BOJ. Het gaat om een bankprognose, niet om een zekerheid of een algemeen aanvaarde marktverwachting.
De komende economische cijfers en beleidscommunicatie moesten uitwijzen of de markt gelijk kreeg met zijn verwachting van een kleiner renteverschil.
De daling van de dollar is niet onomkeerbaar. Als de Fed renteverlagingen afhoudt en de BOJ verdere verkrapping uitstelt, blijft het renteverschil tussen de VS en Japan groot. Dat kan de winst van de yen beperken en USD/JPY in de bovenste regionen van de 150 of in de lage 160 houden.
Een vooruitblik van de National Bank of Canada plaatste de kortetermijnbandbreedte voor USD/JPY rond 156–161. De balans van de risico’s zou daarbij meer richting een sterkere yen verschuiven als Amerikaanse rentes dalen of de BOJ daadkrachtiger optreedt. Die bandbreedte onderstreept hoe voorwaardelijk de prognose is: de verwachte beleidsrichting telt minstens zo zwaar als de rentestanden die al zijn vastgesteld.
De zwakte van de dollar in augustus weerspiegelde vooral het vooruitkijken van de markten naar de Fed. Hoewel de rente in juli onveranderd bleef op 3,50%–3,75%, tastte de verwachting van toekomstige versoepeling het verwachte rendement op dollaractiva aan. Dat hielp de euro, het pond en de Nieuw-Zeelandse dollar vooruit.
Voor de yen kwamen daar verwachtingen van verdere BOJ-verkrapping en het risico op Japanse interventie bij. De doorslaggevende vraag voor USD/JPY is daarom of september de combinatie brengt waarop de markt zich voorbereidt: een minder strenge Fed en een daadkrachtigere BOJ. Een koers van 149 yen per dollar aan het einde van het jaar blijft een scenario van Bank of America, terwijl 156–161 een voorzichtiger bandbreedte weergeeft.