De traditionele 60/40-portefeuille bestaat uit 60% aandelen en 40% obligaties. Het idee achter die verdeling is gedeeltelijk gebaseerd op spreiding: wanneer aandelen dalen, kunnen hoogwaardige obligaties verliezen helpen opvangen.
In 2022 werkte die bescherming echter niet. Aandelen én obligaties gingen toen tegelijk omlaag. Voor gepensioneerden en andere beleggers die op obligaties rekenen als tegenwicht voor aandelen, legde dat een zwakke plek in de klassieke verdeling bloot. De daling van een 60/40-portefeuille was vergelijkbaar met verliezen tijdens zwaardere aandelenmarktbearmarkten, ook al was de daling van de aandelenmarkt op zichzelf minder extreem.
Wilson pleit daarom niet voor het volledig afschaffen van vastrentende beleggingen. Hij adviseert de duration — de rentegevoeligheid van obligaties — te verkorten. Daarmee wordt de blootstelling aan verliezen bij stijgende rentes beperkt. Tegelijk zouden goud en andere grondstofachtige beleggingen een defensieve rol kunnen spelen. In bredere zin noemde Wilson ook bitcoin als een mogelijke bescherming tegen inflatie.
Binnen die benadering is goud vooral geen bron van inkomen. Het edelmetaal kan dienen als mogelijke buffer wanneer inflatie, monetaire onzekerheid of een sterkere samenhang tussen aandelen en obligaties de traditionele spreiding minder effectief maken.
Wilson beschreef de markt als onderdeel van een brede rotatie richting grondstoffen. Volgens zijn schets begon die beweging bij goud- en zilvermijnbouwers en breidde ze zich vervolgens uit naar zeldzame aardmetalen en andere metalen, energie en halfgeleiders. De gemene deler is de vraag naar beleggingen die zich anders kunnen gedragen dan traditionele aandelen en obligaties.
Dat betekent niet dat alle grondstoffen- en mijnbouwgerelateerde beleggingen dezelfde richting zullen volgen. Het wijst er wel op dat beleggers naast de klassieke aandelen-obligatiemix zoeken naar aanvullende manieren om portefeuillerisico’s te beheersen.
Morgan Stanleys koersdoel van $5.200 per ounce voor de tweede helft van het jaar is een prognose, geen zekerheid. Volgens de aangeleverde analyse hangt het doel in belangrijke mate af van een herstel van de instroom in goud-ETF’s, beursgenoteerde fondsen die de goudprijs volgen. De vraag van centrale banken kan steun blijven bieden, maar ETF-beleggers reageren sterk op verwachtingen rond het Amerikaanse rentebeleid, reële rentes en de dollar.
Verschillende ontwikkelingen kunnen het koersdoel onder druk zetten:
Geopolitieke spanningen zijn daarbij geen automatisch positieve factor voor goud. Ze kunnen de vraag naar veilige havens verhogen, maar als ze ook de olieprijs opdrijven en de Federal Reserve ertoe brengen renteverlagingen uit te stellen, kan de stijging van de rente die steun tenietdoen.
Een gunstiger scenario zou bestaan uit zwakkere economische cijfers, lagere verwachtingen voor renteverhogingen, dalende reële rentes, een zwakkere dollar en nieuwe instroom in goud-ETF’s.
Zilver kan profiteren wanneer de rotatie richting edelmetalen en grondstoffen breder wordt. Tegelijk is zilver doorgaans volatieler dan goud. De aangeleverde informatie onderbouwt niet dat zilver daadwerkelijk naar $75 tot $100 of hoger zal stijgen. Die bedragen moeten daarom worden gezien als speculatieve scenario’s, niet als uitkomsten die door het beschikbare bewijs worden bevestigd.
De gemelde handelssessie laat beide kanten van de markt zien: zilver steeg met 1,32% sterker dan goud, dat 0,44% won. Eén handelssessie is echter onvoldoende om een duurzame trend vast te stellen. Als rente en dollar tegen edelmetalen in bewegen, kunnen de verliezen bij zilver bovendien groter uitvallen dan bij goud.
UBS omschreef goud als een aantrekkelijke belegging en een sterke hedge. De bank verhoogde haar koersdoelen voor 2026 naar $6.200 per ounce voor maart, juni en september, tegenover een eerder doel van $5.000. Voor het einde van 2026 voorziet UBS vervolgens een matiging naar $5.900.
Die doelen zijn optimistischer dan het koersdoel van $5.200 van Morgan Stanley voor de tweede helft van het jaar. Het blijven echter ramingen van analisten, geen zekerheden. Het verschil tussen beide prognoses onderstreept het belangrijkste punt: de langetermijnvisie op goud kan positief zijn, maar het pad ernaartoe hangt af van monetair beleid, reële rentes, valutabewegingen, beleggersstromen en de manier waarop geopolitieke risico’s de inflatie beïnvloeden.
Voor de samenstelling van een portefeuille is Wilsons boodschap dan ook niet simpelweg: ‘koop goud’. Zijn punt is dat de gelijktijdige daling van aandelen en obligaties in 2022 liet zien waarom beleggers mogelijk een bredere groep diversificatiebeleggingen nodig hebben — terwijl ze het renterisico binnen hun obligatieportefeuille actief blijven beheren.
De traditionele 60/40-portefeuille bestaat uit 60% aandelen en 40% obligaties. Het idee achter die verdeling is gedeeltelijk gebaseerd op spreiding: wanneer aandelen dalen, kunnen hoogwaardige obligaties verliezen helpen opvangen.
In 2022 werkte die bescherming echter niet. Aandelen én obligaties gingen toen tegelijk omlaag. Voor gepensioneerden en andere beleggers die op obligaties rekenen als tegenwicht voor aandelen, legde dat een zwakke plek in de klassieke verdeling bloot. De daling van een 60/40-portefeuille was vergelijkbaar met verliezen tijdens zwaardere aandelenmarktbearmarkten, ook al was de daling van de aandelenmarkt op zichzelf minder extreem.
Wilson pleit daarom niet voor het volledig afschaffen van vastrentende beleggingen. Hij adviseert de duration — de rentegevoeligheid van obligaties — te verkorten. Daarmee wordt de blootstelling aan verliezen bij stijgende rentes beperkt. Tegelijk zouden goud en andere grondstofachtige beleggingen een defensieve rol kunnen spelen. In bredere zin noemde Wilson ook bitcoin als een mogelijke bescherming tegen inflatie.
Binnen die benadering is goud vooral geen bron van inkomen. Het edelmetaal kan dienen als mogelijke buffer wanneer inflatie, monetaire onzekerheid of een sterkere samenhang tussen aandelen en obligaties de traditionele spreiding minder effectief maken.
Wilson beschreef de markt als onderdeel van een brede rotatie richting grondstoffen. Volgens zijn schets begon die beweging bij goud- en zilvermijnbouwers en breidde ze zich vervolgens uit naar zeldzame aardmetalen en andere metalen, energie en halfgeleiders. De gemene deler is de vraag naar beleggingen die zich anders kunnen gedragen dan traditionele aandelen en obligaties.
Dat betekent niet dat alle grondstoffen- en mijnbouwgerelateerde beleggingen dezelfde richting zullen volgen. Het wijst er wel op dat beleggers naast de klassieke aandelen-obligatiemix zoeken naar aanvullende manieren om portefeuillerisico’s te beheersen.
Morgan Stanleys koersdoel van $5.200 per ounce voor de tweede helft van het jaar is een prognose, geen zekerheid. Volgens de aangeleverde analyse hangt het doel in belangrijke mate af van een herstel van de instroom in goud-ETF’s, beursgenoteerde fondsen die de goudprijs volgen. De vraag van centrale banken kan steun blijven bieden, maar ETF-beleggers reageren sterk op verwachtingen rond het Amerikaanse rentebeleid, reële rentes en de dollar.
Verschillende ontwikkelingen kunnen het koersdoel onder druk zetten:
Geopolitieke spanningen zijn daarbij geen automatisch positieve factor voor goud. Ze kunnen de vraag naar veilige havens verhogen, maar als ze ook de olieprijs opdrijven en de Federal Reserve ertoe brengen renteverlagingen uit te stellen, kan de stijging van de rente die steun tenietdoen.
Een gunstiger scenario zou bestaan uit zwakkere economische cijfers, lagere verwachtingen voor renteverhogingen, dalende reële rentes, een zwakkere dollar en nieuwe instroom in goud-ETF’s.
Zilver kan profiteren wanneer de rotatie richting edelmetalen en grondstoffen breder wordt. Tegelijk is zilver doorgaans volatieler dan goud. De aangeleverde informatie onderbouwt niet dat zilver daadwerkelijk naar $75 tot $100 of hoger zal stijgen. Die bedragen moeten daarom worden gezien als speculatieve scenario’s, niet als uitkomsten die door het beschikbare bewijs worden bevestigd.
De gemelde handelssessie laat beide kanten van de markt zien: zilver steeg met 1,32% sterker dan goud, dat 0,44% won. Eén handelssessie is echter onvoldoende om een duurzame trend vast te stellen. Als rente en dollar tegen edelmetalen in bewegen, kunnen de verliezen bij zilver bovendien groter uitvallen dan bij goud.
UBS omschreef goud als een aantrekkelijke belegging en een sterke hedge. De bank verhoogde haar koersdoelen voor 2026 naar $6.200 per ounce voor maart, juni en september, tegenover een eerder doel van $5.000. Voor het einde van 2026 voorziet UBS vervolgens een matiging naar $5.900.
Die doelen zijn optimistischer dan het koersdoel van $5.200 van Morgan Stanley voor de tweede helft van het jaar. Het blijven echter ramingen van analisten, geen zekerheden. Het verschil tussen beide prognoses onderstreept het belangrijkste punt: de langetermijnvisie op goud kan positief zijn, maar het pad ernaartoe hangt af van monetair beleid, reële rentes, valutabewegingen, beleggersstromen en de manier waarop geopolitieke risico’s de inflatie beïnvloeden.
Voor de samenstelling van een portefeuille is Wilsons boodschap dan ook niet simpelweg: ‘koop goud’. Zijn punt is dat de gelijktijdige daling van aandelen en obligaties in 2022 liet zien waarom beleggers mogelijk een bredere groep diversificatiebeleggingen nodig hebben — terwijl ze het renterisico binnen hun obligatieportefeuille actief blijven beheren.