Een staakt-het-vuren of een heropening van de Straat van Hormuz kan de olieprijs doen dalen. Dat betekent echter niet dat de inflatie onmiddellijk terugvalt. Bedrijven kunnen hogere energie-, transport- en grondstofkosten al in hun verkoopprijzen hebben verwerkt. Ook dienstverleners passen hun tarieven vaak met vertraging aan, waardoor de gevolgen van een energieschok nog maanden kunnen doorwerken.
De prijsdruk bleef bovendien niet beperkt tot energie. De inflatie exclusief energie en voedsel versnelde van 2,2% naar 2,5%, terwijl de diensteninflatie opliep tot 3,5% — boven de eerder geraamde 3%. Lane waarschuwde eerder al dat de olieprijzen boven de aannames van eerdere prognoses lagen en dat een langdurig hoog prijsniveau bredere gevolgen voor de economie kan hebben.
Daarachter schuilt de zorg die ook Bundesbankpresident Joachim Nagel verwoordde: de energieschok zit nog “in het systeem”. Zelfs als de onmiddellijke piek van de olieprijs wegebt, kunnen prijsstijgingen in contracten en toeleveringsketens langzaam verdwijnen.
In juni verhoogde de ECB de depositorente met 25 basispunten naar 2,25%. Beleidsmakers wilden voorkomen dat de energiegedreven inflatie hardnekkiger zou worden. Lane omschreef de schok als middelgroot: ernstig genoeg voor een beleidsreactie, maar niet automatisch een reden voor agressieve renteverhogingen.
De redenering is preventief. Renteverhogingen maken olie niet goedkoper en lossen logistieke problemen niet op. Ze kunnen de vraag wel afremmen en duidelijk maken dat de ECB de inflatie op middellange termijn terug naar 2% wil brengen. Dat signaal wordt belangrijker als werknemers, huishoudens en bedrijven verwachten dat hoge inflatie aanhoudt en hun lonen of prijzen daarop aanpassen.
In juli hield de ECB de rente vervolgens ongewijzigd. Daarmee onderstreepte de centrale bank dat toekomstige besluiten afhangen van nieuwe economische gegevens en niet van een vooraf vastgelegde route. Een nieuwe verhoging blijft mogelijk als de energieprijzen hoog blijven of de onderliggende inflatie verder oploopt. Een verwachting in de financiële markten is echter nog geen toezegging van de ECB.
De ruimte om de inflatie te bestrijden wordt kleiner door de toenemende druk op Europese ondernemingen. In het tweede kwartaal van 2026 daalde het aantal bedrijfsregistraties in de EU met 0,5% ten opzichte van het voorgaande kwartaal, terwijl het aantal faillissementen met 5,7% steeg. Registraties namen af in vijf van de acht onderzochte sectoren. Het aantal faillissementen nam vooral toe in onderwijs en maatschappelijke dienstverlening, transport en financiële diensten.
Deze cijfers bewijzen niet dat het ECB-beleid de faillissementen heeft veroorzaakt. Bedrijven hebben ook te maken met zwakke vraag, hoge bedrijfskosten, het wegvallen van steunmaatregelen uit de pandemieperiode en problemen die per sector verschillen. De ECB heeft wel vastgesteld dat het aantal bedrijfsfaillissementen in de eurozone boven het niveau van vóór de pandemie ligt en zich over meer sectoren verspreidt.
Een hogere rente voegt daar een extra last aan toe. Nieuwe leningen worden duurder en bedrijven moeten meer betalen wanneer bestaande schulden aflopen en opnieuw moeten worden gefinancierd. Vooral ondernemingen met kleine marges, hoge schulden of veel kortlopende financiering zijn kwetsbaar.
De beleidskeuze brengt aan beide kanten risico’s met zich mee:
De geopolitiek is daarom de belangrijkste variabele. Een snelle en duurzame oplossing zou de directe noodzaak voor een nieuwe renteverhoging verkleinen, al zouden eerder doorberekende prijsstijgingen niet onmiddellijk verdwijnen. Een langdurige of nieuwe verstoring zou Lane’s vooruitzicht van een inflatie rond 3% waarschijnlijker maken en de druk op de ECB om in te grijpen vergroten.
De kern van het probleem is dat de ECB niet simpelweg kiest tussen inflatie en bedrijfsstress. Zij bepaalt hoeveel financiële druk de economie nu kan dragen om het risico op langdurig hogere inflatie later te beperken. Zolang de ontwikkelingen op de energiemarkten en in het Midden-Oosten onzeker blijven, blijft ook het volgende rentebesluit moeilijk te voorspellen.