Dat onderscheid is belangrijk voor de vooruitzichten. Export kan het bbp tijdelijk ondersteunen, maar een herstel is doorgaans duurzamer wanneer ook consumptie en investeringen aantrekken. De nieuwste cijfers laten daarom wel verdere groei zien, maar nog geen overtuigend binnenlands momentum.
De yen trok zich weinig aan van het zwakke groeicijfer en steeg 0,2 procent naar ¥159,055 per dollar. De belangrijkste directe factor was de minder agressieve verwachting voor het Amerikaanse rentebeleid. Beleggers schoven de verwachting van een renteverhoging door de Federal Reserve verder voor zich uit. De ingeprijsde kans op handhaving van de Amerikaanse rente steeg naar 66,9 procent, tegenover 47,6 procent een maand eerder.
Wanneer de verwachte Amerikaanse rente minder sterk oploopt, neemt de steun voor de dollar af en wordt het rentevoordeel van dollarbeleggingen kleiner. Dat hielp de yen, ondanks het feit dat de Japanse groeicijfers onder de verwachting lagen.
Ook de inflatie in Japan bleef belangrijk voor de markt. De bbp-deflator steeg met 2,6 procent op jaarbasis, terwijl hogere energieprijzen de economische vooruitzichten bemoeilijkten. Aanhoudende prijsdruk kan de mogelijkheid van verdere renteverhogingen door de Bank of Japan op de agenda houden. Tegelijkertijd pleiten de zwakke consumptie en investeringen voor een voorzichtige aanpak.
De beschikbare regionale slotstanden laten geen uniforme reactie op het Japanse bbp-cijfer zien:
Een intraday-overzicht van 17 augustus beschreef eveneens een voorzichtige en gemengde handelssessie. De Nikkei stond licht hoger, terwijl de bredere Topix-index daalde. Beleggers hielden daarnaast de ontwikkelingen rond de Straat van Hormuz in de gaten.
Er is wel een belangrijke beperking in de timing. De hierboven genoemde indexstanden zijn gedateerd op 14 augustus, terwijl het Japanse bbp-cijfer en de gemelde marktreactie op 17 augustus verschenen. De standen moeten daarom worden gezien als de aangeleverde momentopname van de markt, niet als slotprestaties van alle vijf indices tijdens dezelfde sessie. De bronnen ondersteunen een gemengde regionale reactie, maar geen exacte vergelijking van de slotstanden op 17 augustus.
Brentolie noteerde in de beschikbare regionale marktgegevens rond 89 dollar per vat. Hoge energieprijzen zijn voor Japan extra relevant: ze drukken de koopkracht van huishoudens en verhogen tegelijkertijd de bedrijfskosten. Dat helpt verklaren waarom de particuliere consumptie zwak bleef, ondanks de positieve bbp-groei.
Voor beleidsmakers ontstaat daarmee een lastige combinatie. De inflatie ligt hoog genoeg om verdere monetaire verkrapping bespreekbaar te houden, maar hogere kosten kunnen juist de binnenlandse vraag verzwakken die zij willen zien aantrekken.
Na het bbp-rapport moeten beleggers vooral twee beleidsvragen tegen elkaar afwegen. In de Verenigde Staten kunnen de notulen van de Federal Reserve en het Jackson Hole-symposium van 27 tot en met 29 augustus duidelijk maken of de verwachting van een rentehandhaving terecht is. In Japan zullen nieuwe inflatiecijfers en communicatie van de Bank of Japan helpen bepalen of een renteverhoging in september waarschijnlijk blijft.
De kern van het Japanse rapport is daarmee genuanceerder dan het hoofdcijfer van 1,1 procent suggereert. De economie groeit nog steeds, maar de groei kwam vooral van de buitenlandse vraag, terwijl consumptie en investeringen nauwelijks aanhaakten. De stijging van de yen weerspiegelde vooral veranderende verwachtingen over het Amerikaanse rentebeleid en de aanhoudende aandacht voor Japanse inflatie — niet het vertrouwen in een krachtig binnenlands herstel.