Daarbij is nuance nodig. De cijfers zijn voorlopig en aangepaste operationele winst is niet hetzelfde als gecontroleerde nettowinst of kasstroom. Toch zetten ze vraagtekens bij het idee dat geavanceerde AI-bedrijven alleen kapitaal verbruiken zonder geloofwaardig pad naar omzet en winst.
Daarom bleef de reactie niet beperkt tot softwarebedrijven. Beleggers vroegen zich in feite af of winstgevende AI-vraag een langere investeringscyclus kan ondersteunen voor ondernemingen als ASML, ASMI, Besi en Soitec. De koersreactie was voorzichtig positief: één kwartaal bewijst geen blijvende trend, maar het nam wel een belangrijke zorg rond AI-infrastructuuruitgaven gedeeltelijk weg.
Marktrapporten brachten de omzetstijging van Anthropic in verband met koerswinsten bij grote Europese semiconductorbedrijven. XTB meldde tijdens de sessie stijgingen van ongeveer 2,7% voor ASML, 3,9% voor STMicroelectronics, 2,7% voor Soitec en 0,8% voor Infineon. De beweging werd omschreven als een reactie van de semiconductorsector op de cijfers van Anthropic.
De ontwikkeling was vooral een thematische herwaardering, en geen reeks afzonderlijke meevallende bedrijfsresultaten. De cijfers veranderden de perceptie van de klanten en sectoren die AI-infrastructuur kopen. Europese bedrijven behoren tot de beursgenoteerde ondernemingen die van die uitgaven kunnen profiteren.
De impact is niet voor elk bedrijf hetzelfde. ASML en andere producenten van chipmachines zijn directer blootgesteld aan investeringen van chipfabrikanten. STMicroelectronics en Infineon zijn daarentegen ook sterk afhankelijk van de auto-industrie, industriële toepassingen en andere markten. Een sterkere AI-cyclus kan hun vooruitzichten verbeteren, maar neemt die bredere risico’s niet weg.
De chiprally vond plaats tijdens een overwegend positieve Europese handelssessie. De Stoxx 50 steeg ongeveer 0,3% en de Stoxx 600 circa 0,2%; beide indices bleven dicht bij recente recordniveaus. Het sentiment profiteerde van een bredere wereldwijde stijging van aandelen, terwijl beleggers de ontwikkelingen in het Midden-Oosten bleven volgen en de kans op een renteverhoging door de Federal Reserve in september lager inschatten.
Aandelen uit de grondstoffensector behoorden tot de sterkere stijgers. Antofagasta, Hochschild Mining en Glencore wonnen volgens het marktrapport elk meer dan 2%. SAP daalde daarentegen 0,8%, wat laat zien dat niet elk groot Europees technologiebedrijf van de sessie profiteerde.
Die context is belangrijk. De cijfers van Anthropic waren een duidelijke katalysator voor chipaandelen, maar de omvang van de beweging werd ook geholpen door het gunstige algemene beursklimaat.
Anthropic rapporteerde in het eerste kwartaal van 2026 $4,73 miljard omzet, voordat de omzet in het tweede kwartaal boven $11,5 miljard uitkwam. Die versnelling maakte het verhaal over zakelijke vraag overtuigender, zeker nu het bedrijf een mogelijke beursgang overweegt.
Beleggers moeten tegelijk rekening houden met een veel grotere toekomstige markt. Volgens Reuters mikt Anthropic voor 2028 op een omzet van ongeveer $190 miljard tot $200 miljard, terwijl bankiers en investeerders het bedrijf beoordelen met het oog op een mogelijke beursintroductie.
Dat zijn prognoses, geen gerealiseerde resultaten. Ze laten zien hoeveel groei in het optimistische scenario zit verdisconteerd, maar leggen de lat voor Anthropic ook hoog. Voor de semiconductorsector geldt iets vergelijkbaars: producenten van machines en materialen kunnen profiteren als AI-klanten hun capaciteit blijven uitbreiden, maar aandelen die al op uitzonderlijke groei zijn gewaardeerd, kunnen kwetsbaar worden als de uitgaven vertragen of de omzetting van AI-vraag in inkomsten tegenvalt.
Het kwartaal van Anthropic bewijst niet dat de investeringen in AI-infrastructuur onbeperkt zullen doorgaan. Het levert wel sterker bewijs dat ten minste één grote AI-ontwikkelaar vraag weet om te zetten in zeer hoge omzet en positieve aangepaste operationele winst.
Voor Europese chipaandelen is de conclusie helder: zolang ondernemingen bereid blijven betalen voor AI-diensten, kunnen de bedrijven die de benodigde chips, productiemachines, verpakkingstechnologie en materialen leveren, rekenen op een structurele bron van vraag. De rally weerspiegelde meer vertrouwen in die keten—maar ook een grotere afhankelijkheid van voorlopige cijfers en ambitieuze prognoses.