Daar komen lagere landbouwopbrengsten, minder melkproductie, hogere voedselprijzen, een beperktere elektriciteitsproductie en duurdere transporten bij.
Droogte vermindert de opbrengst van gewassen en de melkproductie. Dat verkleint het aanbod en kan voedsel duurder maken. Tegelijk zorgen bosbranden, hitteziekten en sterfte door hitte voor extra druk op ziekenhuizen, hulpdiensten en overheidsbegrotingen.
De effecten kunnen elkaar versterken. Als huishoudens minder inkomen hebben en tegelijk meer betalen voor voedsel en energie, neemt de consumptie af. Overheden moeten ondertussen meer uitgeven aan noodhulp, brandbestrijding, gezondheidszorg en het herstel van infrastructuur. De economische schade bestaat dus niet alleen uit de productie die tijdens de heetste dagen verloren gaat.
Hitte doet de vraag naar elektriciteit voor airconditioning sterk stijgen. Maar droogte beperkt juist de productie van waterkracht en kan ook kerncentrales en thermische centrales hinderen. Die installaties gebruiken rivierwater voor koeling en hebben voldoende water met een geschikte temperatuur nodig.
In het stroomgebied van de Donau veroorzaakten recordlage waterstanden problemen bij meerdere energiecentrales. De Hongaarse kerncentrale Paks moest haar productie terugschroeven en liep het risico voor het eerst in bijna een halve eeuw volledig stil te vallen.
In Roemenië werd de exploitant Nuclearelectrica geconfronteerd met het stilleggen van reactoren in de kerncentrale van Cernavodă, nadat de waterstand van de Donau verder was gedaald. Nuclearelectrica is de staatsbedrijf-exploitant; Cernavodă is de centrale zelf.
Een belangrijke nuance: de beschikbare bronnen bevestigen verstoringen bij Paks en Cernavodă. Ze leveren geen onderbouwing voor de bewering dat de Sloveense kerncentrale Krško door de waterstand van de Donau werd getroffen. Krško ligt aan de rivier de Sava.
Wanneer betrouwbare basisproductie wegvalt op het moment dat de koelvraag piekt, wordt de elektriciteitsmarkt volatieler. Op sommige momenten overschreden de prijzen in Zuidoost-Europa €700 per MWh. De piek van €717 per MWh op de Sloveense beurs BSP SouthPool betrof een kort handelsinterval van vijftien minuten en was geen aanhoudende groothandelsprijs voor de hele regio.
De Rijn is een belangrijke transportroute voor brandstoffen, chemicaliën, grondstoffen, staalproducten en landbouwgoederen in Duitsland en de omliggende regio. Als het waterpeil daalt, kunnen schepen minder lading meenemen. Bedrijven moeten goederen vervolgens omleiden naar de weg of het spoor, meestal tegen hogere kosten.
In sommige zwaar getroffen riviergedeelten konden schepen nog maar ongeveer 20% van hun gebruikelijke lading vervoeren.
Chemiebedrijven, nutsbedrijven, staalproducenten en handelaren in landbouwproducten waarschuwden voor hogere kosten, vervoersknelpunten en mogelijke productieverminderingen. BASF wees bovendien op het risico van tekorten en situaties waarin het bedrijf bepaalde leveringen niet meer zou kunnen nakomen als de transportproblemen verder verslechteren.
Schattingen dat de Duitse economische groei hierdoor met ongeveer 0,3 procentpunt kan dalen, moeten voorlopig worden gezien als scenario’s van bedrijven of analisten. De beschikbare berichtgeving bevestigt dat de verstoring toeneemt, maar niet wat het uiteindelijke effect op het Duitse bbp zal zijn.
De hitte van de zomer verhoogt niet alleen het huidige elektriciteitsverbruik. Europa moet in dezelfde periode aardgas opslaan voor de winter, terwijl de markt al onder druk staat.
Begin augustus waren de Europese gasopslagen voor ongeveer 57% gevuld — een historisch laag niveau voor die tijd van het jaar in de aangehaalde reeksen. De wereldwijde aanvoer van vloeibaar aardgas, of lng, stond bovendien onder druk door het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran en de verstoring van het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz.
Uniper verwachtte dat de gasprijs rond €50 tot €60 per MWh kan blijven zolang de Straat van Hormuz voor scheepvaart gesloten blijft. Bij zulke prijzen wordt het duurder om gasvoorraden aan te vullen en blijft er minder buffer over tegen een koude winter of een nieuwe onderbreking van de aanvoer.
De Europese Commissie stelde eerder dat er geen onmiddellijk risico voor de gasvoorzieningszekerheid was, op voorwaarde dat de opslagen tegen het einde van de zomer richting 80% zouden gaan. De latere ontwikkelingen rond waterstanden, gasprijzen en lng-aanvoer maken dat doel moeilijker haalbaar. Dat betekent niet automatisch dat de EU deze winter zonder gas komt te zitten, maar wel dat de foutmarge kleiner wordt.
De economische impact van de zomer van 2026 wordt groter doordat de risico’s elkaar versterken:
Deze schokken treffen Europese bedrijven op een moment dat zij al te maken hebben met hoge energiekosten, handelsbelemmeringen en toenemende concurrentie uit China. Daardoor hebben ondernemingen minder ruimte om extra kosten op te vangen. Een tijdelijke verstoring kan zo leiden tot uitgestelde investeringen, vertraagde bestellingen, lagere export of de behoefte aan overheidssteun.
Er bestaat geen enkele maatregel die tegelijk het water-, energie-, transport- en productiviteitsprobleem oplost. Wel zijn er duidelijke prioriteiten:
De belangrijkste les is dat Europa niet langer met drie afzonderlijke risico’s te maken heeft — klimaat, industrie en energiezekerheid. Eén droogteperiode kan tegelijk de arbeidsproductiviteit verlagen, de binnenvaart hinderen, de elektriciteitsproductie beperken en het aanvullen van de winterse brandstofvoorraad duurder maken.