Voor bankbestuurders betekent dat hogere kosten en minder schaalvoordelen dan bij grote Amerikaanse instellingen. Zij verwachten van hervormingen onder meer:
Christian Sewing, voorzitter van de Association of German Banks, verwelkomde het plan maar drong aan op snelle stappen rond onder meer de output floor, handelsfinanciering en investeringen in software. Slawomir Krupa, topman van Société Générale en voorzitter van de European Banking Federation, noemde het pakket een belangrijke stap om kapitaal en liquiditeit aan te pakken die door nationale afscherming niet efficiënt kunnen worden gebruikt.
Bij ringfencing verplicht een nationale toezichthouder een dochterbank om kapitaal of liquide activa lokaal aan te houden. De bredere bankgroep kan die middelen dan niet zonder meer inzetten waar ze het meest nodig zijn.
De Commissie schat dat het versoepelen van zulke beperkingen ongeveer €230 miljard aan liquide activa beschikbaar kan maken voor efficiënter gebruik binnen de EU. Tegelijk wil zij lokale economieën, spaarders en de financiële stabiliteit blijven beschermen.
De mededeling van 17 juli verandert de regels niet direct. Zij zet de koers uit voor wetgeving die begin 2027 wordt verwacht. De voorgestelde maatregelen zijn gericht op minder overlap, meer harmonisatie en een beter werkende interne markt voor bankdiensten.
De Commissie wil het kapitaalkader rationaliseren en overlappende eisen schrappen. Een concreet voorstel is om zogenoemde Pijler 2-eisen voor de leverage ratio te verwijderen wanneer die dubbelop zijn met het bestaande hefboomkader.
Ook wil Brussel onderdelen van de Europese uitvoering van Basel III opnieuw bekijken, waaronder de output floor. Die regel begrenst in hoeverre interne risicomodellen de risicogewogen activa — en daarmee de kapitaalbehoefte — kunnen verlagen ten opzichte van de gestandaardiseerde methode. De Commissie heeft een herziening aangekondigd, niet per se een volledige afschaffing.
De Commissie richt zich op overlappende rapportageverplichtingen en pleit voor meer proportionele, gestandaardiseerde en digitale processen. In het debat wordt de jaarlijkse administratieve last geschat op €11,2 miljard.
Minder papierwerk kan de bedrijfskosten drukken. Het succes hangt er echter van af of de rapportage echt eenvoudiger wordt, of alleen verhuist naar een nieuw stelsel met opnieuw overlappende formulieren en databestanden.
Met ‘gold-plating’ wordt bedoeld dat nationale autoriteiten boven op de gemeenschappelijke EU-basis extra eisen of beperkingen invoeren. De Commissie wil zulke verschillen verkleinen, zodat het ene Europese regelboek minder aanvoelt als 27 nationale varianten.
Grensoverschrijdende bankgroepen zouden overtollig kapitaal en liquiditeit eenvoudiger binnen de EU moeten kunnen inzetten. Het doel is dat middelen naar kredietverlening, investeringen en andere productieve activiteiten kunnen stromen, zonder de bescherming van lokale spaarders of afwikkelingsregelingen weg te nemen.
Verder stelt de Commissie voor de invoering van de Fundamental Review of the Trading Book uit te stellen. Dit is het Basel-kader voor kapitaalvereisten bij handelsactiviteiten en marktrisico’s. Europa wil voorkomen dat het verder gaat dan andere grote rechtsgebieden op een moment dat die hun eigen regels opnieuw bekijken.
Samen vormen de voorstellen een gerichte poging om Europese doublures en interne barrières weg te nemen. Ze betekenen geen algemene opschorting van prudentiële regelgeving.
De Amerikaanse Federal Reserve, de Federal Deposit Insurance Corporation (FDIC) en het Office of the Comptroller of the Currency (OCC) hebben een bredere modernisering van de Amerikaanse kapitaalregels voorgesteld. Die plannen wijzigen risicowegingen, stroomlijnen onderdelen van Basel, passen hefboomvereisten aan en herijken de toeslag voor mondiaal systeemrelevante banken. Volgens de toezichthouders worden kapitaaleisen zo beter afgestemd op risico, terwijl de veiligheid en soliditeit van het stelsel behouden blijven.
Bij de Amerikaanse voorstellen horen ramingen van $87,7 miljard aan verlichting van het Common Equity Tier 1-kapitaal — het meest verliesabsorberende bankkapitaal — en ongeveer $2,5 biljoen aan extra activacapaciteit. Dit zijn modelmatige schattingen, geen uitbetalingen aan banken en geen garantie dat dit bedrag daadwerkelijk in nieuwe leningen terechtkomt. Veel hangt af van de definitieve regels en de keuzes van banken.
Het OCC raamt daarnaast een gezamenlijke daling van 6,9% in bindende minimale kapitaalvereisten voor de banken waarop het toezicht houdt. Voor de grootste banken zou de daling onder de uitgebreidere risicogebaseerde methode 3,4% bedragen.
Die vergelijking is politiek aantrekkelijk voor Europese bankbestuurders. Amerikaanse banken opereren al in een meer geïntegreerde thuismarkt en beschikken over grotere schaal. Als hun kapitaalbeperkingen versoepelen terwijl Europese banken met nationale grenzen en zwaardere processen blijven werken, vrezen Europese kredietverstrekkers terreinverlies bij kredietverlening, zakenbankieren en de financiering van strategische industrieën.
De cijfers bewijzen overigens niet dat lagere kapitaalvereisten automatisch veilig zijn of dat elke vrijgekomen euro of dollar in de reële economie belandt. Ze geven potentiële capaciteit weer, geen gegarandeerd economisch resultaat.
De kritiek richt zich niet op elke vorm van vereenvoudiging. Ook de Europese Centrale Bank (ECB) steunt een beter geïntegreerde bankenunie en een vrijere stroom van kapitaal en liquiditeit binnen grensoverschrijdende groepen. De ECB heeft bovendien opgeroepen om de eurozone meer als één rechtsgebied te laten functioneren.
De voorwaarde is wel dat er voldoende vertrouwen bestaat in gemeenschappelijk toezicht, bankafwikkeling en depositobescherming. Als een grensoverschrijdende bank omvalt, moeten nationale autoriteiten erop kunnen vertrouwen dat spaarders en lokale economieën niet tussen wal en schip raken. Zonder dat vertrouwen kunnen landen juist vasthouden aan lokale beschermingsmaatregelen — of die uitbreiden.
De output floor is het duidelijkste twistpunt. Het Eurosysteem noemt deze regel, samen met hefboomvereisten, een essentieel en aanvullend onderdeel van het prudentiële kader. De bedoeling is te voorkomen dat interne modellen risico’s onderschatten en daardoor te lage kapitaalvereisten opleveren.
De Verenigde Staten hebben ervoor gekozen de output floor niet in dezelfde vorm in te voeren als waar Europese toezichthouders nu naar kijken. Dat vergroot de druk op Brussel om zijn aanpak te herzien.
Neil Esho, voormalig secretaris-generaal van het Basel Committee on Banking Supervision, waarschuwde dat het loslaten van de regel een “ramp” zou zijn en “een grote stap te ver”. Volgens hem kan een selectieve terugtrekking uit internationaal afgesproken waarborgen leiden tot concurrentie op basis van zwakkere normen in plaats van betere risicometing.
Als de VS, de EU en andere grote rechtsgebieden Basel-regels verschillend toepassen, worden gepubliceerde kapitaalratio’s moeilijker vergelijkbaar. Beleggers en toezichthouders kunnen dan minder eenvoudig beoordelen of een bank werkelijk robuust is, of vooral profiteert van soepelere aannames.
De Europese Bankautoriteit (EBA) benadrukt intussen dat het bestaande EU-kader de weerbaarheid, depositobescherming en een consistente prudentiële ondergrens tussen lidstaten heeft versterkt. Het debat draait daarom niet simpelweg om ‘wel of geen regelgeving’. De vraag is of het schrappen van dubbel werk echte efficiëntie oplevert, of ook bescherming wegneemt die spaarders en markten nodig hebben.
De meest aannemelijke route is een gerichte hervorming, geen volledige kopie van de Amerikaanse aanpak. Brussel kan dubbele rapportage verminderen, nationale gold-plating beperken, onnodige hefboomtoeslagen schrappen en vastgezette liquiditeit vrijmaken. Tegelijk kunnen geloofwaardige kapitaal-, hefboom- en liquiditeitsbuffers behouden blijven.
Het moeilijkste onderdeel is institutioneel. Grensoverschrijdend bankieren werkt het best wanneer kapitaal vrij kan bewegen, maar daarvoor is vertrouwen nodig in gemeenschappelijk toezicht, afwikkeling en depositobescherming. Zolang die fundamenten niet volledig op hun plaats staan, blijft het afbouwen van nationale ringfencing ingewikkeld.
De concurrentie-uitdaging voor Europa is dus reëel. Maar de Verenigde Staten volgen betekent niet automatisch dat Europa elke Amerikaanse versoepeling moet overnemen. De echte test voor het pakket van juli wordt of het Europese banken helpt schaal op te bouwen en groei te financieren — zonder dat de trans-Atlantische concurrentie ontaardt in een race naar de bodem.