De regen bleef uit, de bodem en weidegronden verdroogden en veel vee stierf. Voedsel werd schaars en duur. Mensen uit de bedoeïenengebieden trokken naar Medina op zoek naar hulp en voedsel .
De situatie werd extra zwaar doordat in dezelfde periode de pest van Emmaüs woedde. Die epidemie trof vooral gebieden in Syrië en vormde waarschijnlijk een afzonderlijk probleem, maar kan de voedselbevoorrading vanuit die regio hebben bemoeilijkt .
De historische overleveringen schrijven Umar een combinatie van directe hulp, bestuurlijke maatregelen en persoonlijke soberheid toe:
De aanpak bestond dus niet uit één maatregel. Voedselhulp, bestuurlijke coördinatie, toezicht en religieuze praktijk werden naast elkaar ingezet. Nadat de nood was geweken, werden ontheemde groepen volgens de overleveringen geholpen om naar hun woongebieden terug te keren .
In betrouwbare bronnen is geen specifieke metgezel van Mohammed met zekerheid genoemd als iemand die door de hongersnood zelf overleed. Abu Ubayda ibn al-Jarrah, Muadh ibn Jabal en Yazid ibn Abi Sufyan stierven in dezelfde bredere periode, maar hun dood wordt verbonden met de pest van Emmaüs, niet met het Jaar van de As .
De hoofdlijnen zijn breed overgeleverd: rond 18 AH werd de Hidjaz getroffen door ernstige droogte en honger, de crisis hield ongeveer negen maanden aan en eindigde na regenval en grootschalige hulpverlening .
Over details bestaat meer onzekerheid. Zo noemen sommige overleveringen Amr ibn al-As als degene die hulp vanuit Egypte stuurde. Ibn Kathir wees echter op een chronologisch probleem: Egypte was in 18 AH nog niet volledig veroverd. Volgens die beoordeling kan de overlevering later zijn vastgelegd of kan de toeschrijving zijn verstoord .
Ook de exacte begin- en eindmaand is niet bekend. Als de crisis ongeveer negen maanden duurde, kan het einde afhankelijk van het gekozen beginpunt rekenkundig in 19 AH vallen . Een betrouwbaar vroeg dodental is evenmin beschikbaar.
Het Jaar van de As laat zien hoe middeleeuwse islamitische bronnen een hongersnood niet alleen als een natuurramp beschrijven, maar ook als een bestuurlijke en morele crisis. In de overleveringen staat Umar niet uitsluitend als organisator van voedseltransporten centraal, maar ook als bestuurder die zelf sober leefde, de bevolking actief controleerde en rekening hield met noodsituaties in de rechtspraktijk.
Voor een nauwkeurige studie verdienen de berichten van Ibn سعد in al-Tabaqat al-kubra bijzondere aandacht; zij vormen een belangrijke basis voor veel details over de hongersnood . Daarnaast zijn de beschrijvingen van Ibn al-Athir in al-Kamil fi al-tarikh en Ibn Kathir in al-Bidaya wa-l-nihaya van belang, waarbij Ibn Kathir ook op tegenstrijdigheden in sommige overleveringen wijst .
Kort samengevat was het Jaar van de As een langdurige droogte en hongersnood in de Hidjaz rond 18 AH. Umar reageerde met openbare voedselvoorziening, hulpverzoeken aan andere provincies, persoonlijke soberheid, toezicht en een regengebed. De crisis eindigde na regenval; een specifieke dood van een metgezel door de hongersnood zelf kan niet met zekerheid worden vastgesteld.